Categorie archief: Slovenië

Slovenië – Sloveense recepten – gerechten uit Slovenië – de Sloveense keuken

Sloveense recepten      Gerechten uit de keuken van Slovenië

 

Karáževc
Stoofpot van bonen en appels

Karáževc is een dikke puree van appels en bonen, niet meer en niet minder. Armeluiseten is het, uit de tijd dat je blij mocht zijn als er überhaupt iets op je bord lag. Op zondag, soms, heel af en toe, dan mocht er wat gebakken spek bij. Feest!
Karáževc is een specialiteit uit de streek rond Cerkno, een klein stadje dat vooral bekend is vanwege een ander feest: de “Cerkno Laufarija”, het eeuwenoude carnaval van Cerkno. De “laufarji” gaan verborgen achter houten maskers en dragen kleding van natuurlijke materialen zoals klimop, stro, mos e.d. Ze worden voorgegaan door “Pust”, een figuur gehuld in dennentakken, die de winter symboliseert. Op het hoogtepunt van de festiviteiten wordt Pust door iedereen beschuldigd van alles wat er het afgelopen jaar is mis gegaan en wordt uiteindelijk ter dood veroordeeld, de hersens ingeslagen met een houthakkershamer. Kunnen we met z’n allen weer fris naar de nieuwe lente toe.

Karáževc

Voor onze karáževc hebben we niet veel nodig:

2 appels
100 gr. gedroogde bonen
2 – 3 el. boter
1 el. bloem

Laat de bonen een nacht weken in koud water. De volgende dag ververs je het water, doe je er wat zout bij en kook je de bonen gaar.

Ondertussen schil je de appels, snij je ze in partjes en kook je ze in een aparte pan in een klein bodempje water gaar.

Als de bonen goed zijn giet je ze af. Doe er de appels plus het kookwater bij en pureer de hele zaak met een staafmixer.

Verwarm de boter in een pannetje en roer er de bloem door. Dit meng je door de bonen. Kruid het met zout en peper.

Is het feest, dan bak je wat blokjes spek uit in boter of reuzel. Die lepel je over je karáževc.

 

Karáževc
download dit recept

Sloveense recepten      Gerechten uit de keuken van Slovenië

 

Testenine z bučo in orehi
Pasta met pompoen en walnoten

Alle buurlanden hebben iets bijgedragen aan dit Sloveense gerecht: pasta uit Italië, pompoen uit Stiermarken, vegeta uit Kroatië en paprikapoeder uit Hongarije. Alles bij elkaar gebracht in een feestelijk najaarsgerecht met een romige saus van kalfsgehakt en zoete pompoen, frisse karwijzaadjes en hartverwarmend paprikapoeder, met gulle hand bestrooid met gehakte walnoten. Voor deze aardse saus neem je best een stevige pasta, zoals penne of macaroni.

Pasta met pompoen en walnoten

400 gr. kalfsgehakt
1 hokkaido pompoen
1 ui
1 wortel
½ tl. gemalen karwij
½ – 1 tl. scherp paprikapoeder
1 tl. vegeta
2 dl. zure room
1 kop grof gehakte walnoten

Schil de pompoen, verwijder de zaadlijsten en snij hem in stukken. Doe ze in een pan, vul voor ¼ bij met water, breng het aan de kook en laat de pompoen met het deksel op de pan gaar stomen. Pureer het met een staafmixer.

Bak de gesnipperde ui in wat olie of boter glazig. Kruid het met een royale theelepel vegeta en een zuinig halfje gemalen karwij, doe er het gehakt bij en rul het. Bestrooi het met het paprikapoeder, schep het een keer om en giet er meteen de gepureerde pompoen en de zure room bij. Breng het aan de kook en laat het heel even opkoken. Proef nog even af op zout en peper.

Ondertussen kook je de pasta in gezouten water tot ze op een paar minuten na gaar is. Giet het af, meng het goed onder de pompoensaus en laat het zo 5 tot 10 minuten staan, op een plaatje op het aller- allerlaagste gaspitje. Zo gaart de pasta verder in de saus.

Verwarm de grof gehakte walnoten even in een droge koekenpan zodat ze gaan geuren, maar pas op dat ze niet verbranden. Schep de pasta op borden, bestrooi het met de walnoten en zet het op tafel.

 

Pasta met pompoen en walnoten
download dit recept

Sloveense recepten      Gerechten uit de keuken van Slovenië

 

Zaseka

Zaseka is een mengsel van reuzel en gerookt, gekookt of gebraden buikspek. Dat spek wordt fijn gemalen of iets grover gesneden en gekruid met zout en peper, in de meeste gevallen ook met knoflook, heel soms met nog een fijngesnipperd uitje en een enkele keer met ook nog wat kaneel. Het spul wordt in de eerste plaats gebruikt om op zo’n lekkere dikke bruine boterham te smeren. Die dik besmeerde dikke boterham wordt dan zomaar, schaamteloos en zonder enige gewetenswroeging, helemaal naar binnen gewerkt. En als het buiten erg hard vriest, dan nemen we er gewoon nòg een. De weight watchers moeten maar even de andere kant op watchen.

Zaseka wordt niet alleen gebruikt als broodbeleg, maar ook om er worst of vlees in te bewaren en in te braden. Dat komt zowel de smaak van de zaseka als die van het vlees zeer ten goede. Zaseka kan ook gebruikt worden als kruiderij in soepen of stoofschotels. Ook bijzonder smakelijk is het om er eieren of aardappelen in te bakken. Je bewaart het in een pot, kom of bak van geglazuurd aardewerk of glas, afgesloten met cellofaan of perkamentpapier, op een koele en donkere plaats.

Zaseka

Er zijn verschillende manieren om zaseka te maken, met gerookt of met rauw buikspek, gebraden of gekookt.

1. Zaseka van gerookt vlees
Het lekkerste is misschien wel de zaseka die je maakt van gerookt buikspek. Neem een pond gerookt buikspek. Maal het fijn met je vleeswolf en meng het met 4 – 5 geraspte tenen knoflook, vers gemalen zwarte peper en een snuf zout. Doe het in een pot/kom/schotel en overgiet het met een pond gesmolten reuzel. Af laten koelen, afdekken en de koelkast in.

2. Zaseka van gekookt vlees
Neem nu geen gerookt, maar rauw buikspek, snij het in blokjes en kook het in wat water tot het glazig wordt. Laat het even afkoelen, meng het met wat geraspte knoflook, zout en peper en werk het door de vleeswolf. Doe het in een kom/bak/pot van geglazuurd aardewerk, glas of porselein, druk het goed aan en overgiet het met een laagje gesmolten reuzel. Laat het koud worden, dek het af met cellofaan en bewaar het in je koelkast.

3. Zaseka van gebraden vlees
Neem ook nu weer een stuk rauw buikspek. Spoel het schoon en leg het in juist genoeg flink gezouten water om het te bedekken. Doe er wat in stukken gesneden knoflook bij en laat het een dag of drie in de koelkast staan, zodat het zout en de knoflooksmaak goed in het vlees kunnen trekken. Spoel het spek af, dep het goed droog en leg het met 2 el. reuzel in een bakblik in een hete oven (± 220ºC.). Bak het tot je het gemakkelijk met een vork kunt doorsteken. Voor een stuk van een pond zal dat een uurtje duren. Bedruip het af en toe met het braadvocht. Laat het afkoelen, snij het in stukken en werk het door de vleeswolf. Schep de zaseka in een schaal, druk het goed aan en bedek het met een laagje gesmolten reuzel.

Wil je worstjes of gebraden vlees bewaren in de zaseka, dan moeten die gaar zijn. Bak, gril of braad het vlees en/of de worstjes zoals je dat normaal zou doen. Zorg dat het mooi sappig is, maar wel helemaal gaar en laat het afkoelen. Bedek de bodem van je pot/schaal met een laag zaseka. Daarin druk je de worst of stukken vlees, maar zorg dat ze elkaar niet raken. Daarop komt weer een laag zaseka. Goed aandrukken zodat er geen lucht meer tussen zit. Zo nodig kun je de zaseka wat verwarmen zodat het wat smeuïger wordt. Daarop komt evt. weer worst of vlees. Sluit het af met een dikke laag zaseka. Voor gebruik verwarm je de stukken vlees of de worsten in wat van de zaseka.

 

Zaseka
download dit recept

Sloveense recepten      Gerechten uit de keuken van Slovenië

 

Ohrovtova juha
Boerenkoolsoep

Dit is een hele, hele dikke winterse soep van kool en verder eigenlijk niets, dik gemaakt met maïsmeel. Je moet er een lepel rechtop in kunnen zetten. De soep wordt ook k’p’rouc, vzotovka of brzotovka genoemd. Ze wordt gemaakt met boerenkool (kodrasti ohrovt, oftewel “gekrulde kool”) of mergkool (listnati ohrovt: “gebladerde kool”). Boerenkool kennen we natuurlijk allemaal, maar mergkool is een beetje in het vergeethoekje beland. Tot in de jaren ’70 van de afgelopen eeuw werd het nog wel verbouwd als veevoer, maar dat het ook een bijzonder lekkere en vooral gezonde groente is, dat zijn we vergeten. In Slovenië niet. Daar maken ze er bijvoorbeeld deze soep mee.

1 boerenkool (of mergkool)
1 ui
1 teen knoflook
3 el. boter of reuzel
1 – 2 tl. vegeta
1 el. fijn maïsmeel
zout en peper
evt. gerookt spek

Het recept voor deze boerenkoolsoep is eenvoudig: was de kool en snij ze in dunne repen. In een soeppan smelt je de boter of reuzel. Bak op een matig vuur de fijngehakte ui tot ze glazig wordt en gaat kleuren. de laatste twee minuten mag het gehakte teentje knoflook meedoen. Giet er heet water op, breng het aan de kook en doe de gesneden koolbladeren erbij. Laat het allemaal rustig gaan tot de kool gaar is.

Bind nu de soep met wat maïsmeel. De soep moet zo dik zijn dat je er een lepel in kunt rechtop zetten. Laat het onder -goed roeren!- nog heel even gaan, kruid het evt. met zout en peper en zet de soep op tafel.

Wil je er spekjes op, dan bak je die uit in een apart pannetje en strooi je ze voor het opdienen over de soep.

 

Boerenkoolsoep
download dit recept

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Slovenië

 

Ajdova kaša z zelišči
Boekweit met kruiden

In tegenstelling tot het veel bekendere ajdovi žganci wordt deze brij van boekweit niet gemaakt van boekweitmeel, maar van de hele korreltjes. Deze klassieker uit de Sloveense keuken is eigenlijk een soort risotto, maar dan met boekweit.
Boekweit (Fagopyrum esculentum) is geen graan, maar een plant uit de duizendknoopfamilie waarvan de zaadjes gegeten worden. De botanische naam, Fagopyrum, betekent “beuktarwe”, en die zaadjes hebben dan ook de vorm van hele kleine beukennootjes.

boekweit met kruiden

Boekweit bevat veel magnesium, kalium en fosfor, en geen gluten. Bij ons is het eten van boekweit volkomen in onbruik geraakt, maar in de oostelijke helft van ons fraaie Europese continent is dat beslist niet het geval. Zo ook in Slovenë, waar boekweit regelmatig op tafel verschijnt, als hartig hoofd- of bijgerecht zoals in deze boekweitbrij of het al eerder genoemde ajdovi žganci, maar ook als snoeperij, zoals in de heerlijke ajdnek, een cake van boekweit, walnoten en honing.
In dit traditionele gerecht wordt de boekweit eerst geroosterd en dan gekookt in een bouillon. De bereidingsmethode lijkt op die van een Italiaanse risotto, waarbij de rijst samen met smaakmakers zoals paddenstoelen , kruiden, groenten en/of vlees wordt gekookt. In dit traditionele gerecht doen we het met alleen wat kruiden, maar ook deze boekweitpuree zou je kunnen maken met groenten, spek of worst. De bedoeling is dat het kookvocht aan het einde van de bereidingstijd helemaal is opgenomen door het boekweit, zodat er een dikke, min of meer vloeiende brij overblijft.

Voor dit Sloveense gerecht van boekweit met kruiden hebben we nodig:
400 gr. boekweit
2 el. olie
1 kleine ui
verse kruiden, fijngehakt (peterselie, majoraan, tijm, bonenkruid)
zout en peper
1 l. groentebouillon

boekweit met kruiden

Was en droog de boekweit. Snipper de ui en bak hem kort in een paar el. olie. Doe er nu de boekweit bij en bak het al omscheppend vijf minuten. Ondertussen verwarm je de groentebouillon.

boekweit met kruiden

Nu gaat de hete bouillon erbij. Zodra het spul kookt zet je het vuur laag en laat je het zachtjes een kwartiertje verder koken.

boekweit met kruiden

Meng er nu de kruiden onder. Laat het verder koken tot het water grotendeels verdampt is en je een min of meer vloeiende brij hebt, ongeveer als risotto. Proef het af op zout en peper en zet het op tafel.

boekweit met kruiden

Deze Sloveens boekweit met kruiden kun je als hoofd- of als bijgerecht opdienen.

boekweit met kruiden

 

Boekweit met kruiden
download dit recept

Sloveense recepten      Gerechten uit de keuken van Slovenië

 

Ajdnek
Cake van boekweit, walnoten en honing

Snoepen zonder schuldgevoel! Geen eieren, geen boter en niet meer dan 1 klein theelepeltje suiker gebruiken we voor dit Sloveense gebak. Ajdnek is een cake van boekweitmeel en bloem, met een vulling van walnoten en honing. Het is een lekkernij die afkomstig is uit de vallei van de Savinja, een riviertje dat ontspringt in de Kamnische Alpen, vlakbij de grens met het Oostenrijkse Karinthië, en dat bij Zidani Most uitmondt in de Sava. Zidani Most, dat betekent “stenen brug”, want al in de Romeinse tijd stond er zo eentje op dit kruispunt van waterwegen. Zo oud zal deze ajdnek waarschijnlijk wel niet zijn, maar boekweit, honing en walnoten waren ook bij de tijdgenoten van Asterix en Obelix al veel gebruikte ingrediënten, dus wie weet?

Voor deze uiterst gezonde en vooral lekkere Ajdnek hebben we nodig:
250 gr. boekweitmeel
250 gr. tarwebloem
250 gr. gemalen walnoten
3½ dl. kokend water
2½ dl. lauwe melk
1½ dl. honing
1 tl. suiker
1 snufje zout
3-4 gr. gist
1 langwerpig bakblik

Ajdnek

Doe het boekweitmeel in een grote schaal en overgiet het met 3½ dl. kokend water. Meng het goed en laat het helemaal afkoelen.

Ajdnek

In een andere kom doe je de bloem. Maak een kuiltje in het midden. Daar doe je de gist in met de theelepel suiker. Giet er een halve dl. lauwe melk overheen en wacht tot het gaat schuimen. Meng het door de bloem en doe dat in de schaal met de afgekoelde boekweit. Giet er de rest van de melk bij en meng het tot een zacht deeg. Het is een dikke, min of meer vloeibare brij, dus het is meer roeren met een houten lepel dan kneden. Laat het 20 minuten rijzen op een warme, tochtvrije plek. Het zal flink rijzen, dus zorg dat je een grote schaal gebruikt.

Ajdnek

Vet een langwerpig cakeblik in met wat boter of olie. Doe 1/3 van het deeg in het blik. Dan kan met een lepel en met wat hulp van je handen, die je eerst lekker vet hebt gemaakt met wat olie. Dat bestrooi je met de helft van de walnoten, en daarover gaat de helft van de honing. Die honing kun je best een heel klein beetje opwarmen, dan gaat het een stuk makkelijker. Nu komt weer een laag van het deeg; daarop de andere helft van de walnoten, dan de rest van de honing, en tot slot het laatste deel van het deeg.*

*Volgens sommigen moet een ajdnek niet uit drie, maar uit vier lagen deeg en drie lagen walnoten en honing bestaan. Aan u de keus…

Ajdnek

Prik met een breipen hier en daar wat in het deeg en laat het nog eens 40 minuten rijzen.

Ajdnek

Verwarm de oven voor op 180ºC. Schuif de ajdnek in de oven en bak hem in 45 minuten gaar. Haal de cake uit de oven, zet hem op een plank en bedek hem met een keukendoek. Zo laat je de ajdnek afkoelen zonder dat ze inzakt.

Ajdnek

Maak de afgekoelde ajdnek langs de randen zo nodig wat los met een mes en laat hem uit het bakblik glijden. Snij er lekker dikke plakken van en zet ze op tafel.

 

Ajdnek
download dit recept

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Slovenië

 

Pehtranovi štruklji
Struklji met dragon

Valentinovo, Valentijnsdag, 14 februari, (in Slovenië ook wel Zdravko, van “zdrav”, wat “gezond” betekent), wordt in Slovenië al eeuwenlang gevierd. Valentijn is een van de lente-heiligen, de heilige van gezondheid en de schutspatroon van imkers en pelgrims. “Sint Valentijn brengt de sleutels van de wortels”, luidt een oud gezegde, want het volksgeloof wil dat op deze dag de planten beginnen te groeien. Volgens de oude gebruiken is Valentijn de eerste dag waarop het werk in de wijngaarden en op de velden begint na de lange winter. Ook de vogeltjes krijgen het op hun heupen, want een ander verhaal vertelt dat het gevederde volkje op de dag van St.Valentijn elkaar huwelijksaanzoeken doet. Dat Valentijn wordt gevierd als de dag van de liefde met kaartjes en cadeautjes is, zoals zoveel, pas heel recent over komen waaien uit de V.S. Maar allez, er zijn slechter redenen om feest te vieren.

struklji

Op de top van de berg Sabotin bij het gehucht Podsabotin, vlakbij de Sloveens-Italiaanse grensstad Gorica/Gorizia, ligt, te midden van fraaie natuur, de ruïne van een kerkje gewijd aan St.Valentijn. Het was niet altijd zo vredig hier: tijdens eerste wereldoorlog was de streek het toneel van hevige gevechten en het was toen dat het kerkje, dat overigens al sinds 1782 niet meer in gebruik was, nagenoeg van de aardbodem werd geveegd. In een schriftelijke vermelding uit het begin van de 14de eeuw komt de naam van de berg voor als Saluatin. Dat zou kunnen afgeleid zijn van Salbotin, gebaseerd op het latijnse “salvus” wat, alweer, “gezond” betekent, waarmee we weer terug zijn bij Valentijn.

Op Valentijnsdag gaat de bevolking naar de ruïne op bedevaart. Hetzij uit piëteit, hetzij uit traditie, hetzij gewoon voor de lol, of van alle drie een beetje. In ieder geval wordt de berg beklommen, en na van de pastoor de zegen te hebben ontvangen kunnen de festiviteiten beginnen van het jaarlijkse štruklji festijn, wat meteen de eerste dag van de vakantie in de Goriška inluidt. Op deze dag krijgen de kinderen van hun peetouders en familieleden cadeautjes in de vorm van gebak en ander snoepgoed. Voor de volwassenen staat er in elk huis štruklji klaar.

Deze štruklji, met een vulling van kwark, room en dragon, is een van de aller- allerbekendste. Alleen wat betreft naam en vorm lijkt het op de beroemde Oostenrijkse strudel, maar qua bereidingswijze is het een knoedel, want ze wordt niet gebakken in de oven, maar gekookt, verpakt in kaasdoek.

Pehtranovi štruklji
Dragon strukli

voor het deeg van deze štruklji met dragon hebben we nodig:
375 gr. bloem
2 el. olie
2½ dl. lauw water
1 snufje zout

voor de vulling:
500 gr. magere kwark
2 dl. zure room
1 ei
4 el. suiker
2 takjes dragon

Meng alle spullen voor het deeg, kneed het -niet al te fanatiek- door en maak er een bal van. Laat het afgedekt een half uurtje rusten.

Laat de kwark in een fijne zeef of een doek een half uurtje uitlekken. Meng de kwark met de room, het ei en de gehakte dragon. Rol het deeg zo dun mogelijk uit en verdeel er de vulling over. Met behulp van een doek rol je het deeg op. Verpak het in kaasdoek en bind het dicht met draad. Kook het zachtjes in een grote pan met licht gezouten water. Een half uur, dan is het goed.

Snij de štruklji in stukken en besprenkel ze met wat gesmolten boter.

 


download dit recept

Sloveense recepten      Gerechten uit de keuken van Slovenië

 

Pečeni polhi
Gebakken relmuizen

Nee, dit is geen grappig bedoeld flauwe kul-recept. Relmuizen worden in Slovenië beschouwd als een delicatesse en er wordt dan ook op grote schaal op de beestjes gejaagd. Ze worden gebruikt voor een breed scala aan gerechten. Ze worden geroosterd, gefrituurd of gebakken, of verwerkt in soepen, stoofpotten of ovenschotels, zoals in dit ovengerecht met aardappelen, worst en spek.

De relmuis of zevenslaper (Glis glis) is een knaagdier dat in heel Zuid- en Midden-Europa voorkomt, van Wallonië tot in Spaans Baskenland en van Frankrijk tot aan de oevers van de Wolga en de Kaspische Zee. Het beestje heeft een lengte van 14 tot 19 cm. met nog eens rond de 13 cm. pluimstaart erachteraan. Relmuizen hebben een grijsbruine vacht met over de rug een iets donkerder streep en een lichte buik. Ze leven in dicht beboste gebieden waar eiken en beuken overheersen en voeden zich met noten, vruchten en insecten. Ook de bast en de zaden van beukenbomen gaan erin als koek, en af en toe, als ze tijdens hun klimtochten door de bomen toevallig eens op een nest stuiten, dan vullen ze hun dieet graag eens aan met een vers gelegd eitje. De naam zevenslaper heeft de relmuis niet voor niets gekregen. Van oktober tot het begin van de lente is het beestje voor niemand thuis. Dan houdt het zijn winterslaap. Ter voorbereiding van die winterslaap kweekt de relmuis een forse vetlaag, waardoor het diertje, dat normaal niet meer dan 150 gram weegt, een gewicht van wel 3 ons kan bereiken. Oktober is dan ook de maand waarin met klemmen en vallen fanatiek op de beestjes wordt gejaagd.

relmuis

Het eten van relmuizen is geen Sloveense en al evenmin een recente uitvinding. De Etrusken en de Romeinen beschouwden de relmuis al als een lekkernij. Ze waren er zelfs zo verzot op dat ze niet gingen wachten tot het eindelijk eens oktober werd, maar mestten de diertjes zelf vet met noten en eikels in speciaal daarvoor gemaakte kruiken van aardewerk, de zgn. gliraria. De vette relmuizen werden gegeten als snack, geroosterd en in honing en maanzaad gedoopt, of gevuld met spek, pijnboompitten en/of andere smaakmakers.

De teloorgang van het Romeinse Rijk betekende niet dat ook hun cultuur verdween; veel daarvan is ons overgeleverd in geschriften, zorgvuldig bewaard in de bibliotheken van kloosters, en in inscripties op grafstenen en de ruïnes van hun villa’s, badhuizen en paleizen. Ook hun eetcultuur is nooit helemaal verdwenen, getuige een aantal gerechten die we al uit Romeinse geschriften kennen en die tot op de dag van vandaag op de Balkan tot de dagelijkse pot behoren. Zo kennen we uit de Sloveense keuken de mlinci, een deeggerechtje dat verbluffend veel lijkt op het Romeinse legerbrood, panis militaris. Dat was een soort droge koek die voor het eten in water geweekt moest worden. Een ander gerecht is bijvoorbeeld  Ajdovi žganci, een pap van boekweit, vergelijkbaar met het Romeinse basisvoedsel puls of pulmentum, waarvan het woord polenta is afgeleid. Maar het meest in het oog springend zijn natuurlijk de vele recepten voor relmuizen, niet in de laatste plaats omdat voor de meesten van ons alleen al de gedachte aan een krokant gebakken relmuis genoeg is om zich de klamme handen van de walging naar de keel te voelen grijpen.

relmuis

Een oud Sloveens volksgeloof wil dat niemand minder dan de duivel zelf de relmuizen weidde, zoals op deze prent uit “Die Ehre dess Hertzogthums Crain” van Johann Weikhard Freiherr von Valvaso (1641-1693) te zien is.

De eerste vermelding van relmuizenjacht in Slovenië komen we al in de 12de eeuw tegen. Relmuizen werden gejaagd omdat “echt” vlees voor de arme boerenbevolking een bijna onbereikbare luxe was. Het vlees van de relmuizen was niet alleen een smakelijke afwisseling op de alledaagse knollen-en-bonenpap, maar ook een broodnodige bron van proteïne. Het vet van de relmuis werd als een probaat medicijn beschouwd voor vele kwalen, met name slapeloosheid. Van het bont van de diertjes werd de polhovka gemaakt, de typische Sloveense bontmuts. Die polhovka was het hoofddeksel waarmee Sloveense studenten in Wenen tijdens de Habsburgse monarchie hun nationalistische sentimenten uitdroegen. Dat was ook de reden waarom tijdens de tweede wereldoorlog de Duitse bezetter het dragen van het hoofddeksel verbood. Overbodig te vermelden dat de relmuizen zelf van dat verbod niets gemerkt hebben.

Voor een lekker maaltje gebakken relmuis voor vier personen hebben we nodig:

24 vette relmuizen
2 tl. heet paprikapoeder
het sap van 1 kleine citroen
1 kg. aardappelen
1 ui
3 tenen knoflook
1 el. gedroogde tijm
1 el. gehakte peterselie
1 kranjska klobasa (Krainer Wurst)
120 gr. gerookt spek
zout en peper
boter of reuzel

Verwarm de oven voor op 180ºordm;C.

Leg de kranjska klobasa in een pannetje met water. Breng het aan de kook, zet het vuur dan uit en laat de worst 10 minuten weken.

Van de schoongemaakte en gewassen relmuizen hak je de onderste helft van de poten en het kopje af. Besprenkel ze met citroensap, kruid ze met het paprikapoeder en zout en laat ze een half uur in de koelkast marineren.

Ondertussen schil je de aardappelen en snij je ze in dunne plakken. De worst en het spek snij je in blokjes. Snipper de ui, plet de tenen knoflook en leg het allemaal door elkaar in een met boter ingevette ovenschaal.

Leg de relmuizen met de rug naar beneden tussen de aardappelen. Verwarm een paar lepels boter of reuzel in een pannetje en giet dat eroverheen. Zet de ovenschaal in de oven en bak de schotel in 40 minuten. Regelmatig eens met de schaal schudden zodat het niet aanbakt. Keer de relmuizen regelmatig zodat ze aan alle kanten mooi gaar worden en bedruip ze tijdens het bakken een aantal keren met gesmolten boter.

 


download dit recept

Sloveense recepten      Gerechten uit de keuken van Slovenië

 

Ajdovi žganci
Boekweitbrij

Een traditioneel gerecht van gekookt boekweitmeel uit Ajdovščina, een stadje in het oosten van Slovenië, op het plateau van Karst, dicht bij de Italiaanse grens.

Ajdovščina is oud. Al in de bronstijd was er een versterkte nederzetting op de nabijgelegen heuvel van Gradišče. In de vroege Romeinse periode stond er op deze plek een kleine post, de Mansio Fluvio Frigido, die reizigers over de weg van Aquilea naar Emona verzorgde. Later werd de plek als Castro Fluvio Frigido het centrum van een verdedigingssysteem, de Claustra Alpium Iuliarum (Muur van de Julische Alpen), die liep van de Golf van Kvarner in het huidige Kroatië tot het (Italiaanse) Cividale. De resten daarvan zijn nog steeds te zien in Ajdovščina. We zouden zelfs kunnen betogen dat ook dit ajdovi žganci een overblijfsel is uit de Romeinse tijd, want ook de Romeinen aten een dergelijke pap van gekookt meel: puls of pulmentum. Puls was het basisvoedsel van de Romeinen voordat ze overschakelden op brood.

Brood! Cato de Oudere (234 – 149 v.Chr., die overigens vond dat Carthago verwoest zou moeten worden), sprak er schande van. Hij noemde het eten van brood in plaats van pulmentum “decadent” en het begin van het einde, maar Cato was dan ook een aartsconservatieve zuurpruim die niets moest hebben van alles wat nieuw, vreemd of anders was. Zo ging hij regelmatig tekeer tegen de groeiende invloed van de Griekse cultuur in Rome, en in het bijzonder de Griekse doktoren: “Ze hebben gezworen om ons allemaal met hun geneeskunst te doden – en ze laten zich er nog voor betalen ook…”.

Een andere gevleugelde uitspraak van Cato: “Vermijd discussies met kletsmeiers. Eenieder kreeg een tong, maar slechts weinigen verstand.”

Voor onze ajdovi žganci hebben we nodig:
400 gr. boekweitmeel

(Boekweit is geen graansoort. Boekweitkorrels zijn de vruchtjes van een eenjarige, kruidachtige plant. In tegenstelling tot graan (zoals b.v. tarwe, spelt, rogge, gerst, rijst, maïs en haver), bevat boekweit geen gluten.)

6 dl. water
1 tl. zout
1 el. olie
1 flinke lepel kaantjes, of 2 el. boter

Breng het water aan de kook in een pan of een waterkoker.

Doe het boekweitmeel in een droge pan (dus zonder olie of water!) en zet hem op het vuur. Laat het boekweit al roerend roosteren tot het begint te geuren. Dat duurt ongeveer 5 minuten.

Doe er dan het kokende water bij, het zout en de olie. Meteen afdekken en 10 minuten rustig laten koken. Na 10 minuten roer je het los met een lepel, of een vork. Als de pap te droog is doe er dan nog een beetje (heet) water bij.

Voor het opdienen strooi je er de kaantjes overheen. Liever geen kaantjes? Dan leg je er de 2 el. boter op.

Ajdovi žganci kan als hoofdmaaltijd dienen, maar wordt ook vaak gegeten als bijgerecht bij obara of een (andere) stoofpot, vleessaus, zuurkool, bloedworst en/of verschillende worsten.

Ajdovi žganci

 

Ajdovi žganci
download dit recept

Sloveense recepten      Gerechten uit de keuken van Slovenië

 

Makaroni z bučo in brokolijem
Macaroni met pompoen en broccoli

Een Mediterraans gerecht, dat je zo in een Italiaans kookboek zou kunnen tegenkomen, ware het niet dat de pompoen dan weer richting noorderbuur Stiermarken wijst.
De zoete room is een moderne toevoeging, en als je er helemaal een lekker potje van wil maken doe je er ook nog wat kruiden door. Geef er een lekkere salade van b.v. tomaten bij.

400 gr. pompoen
300 gr. broccoli
5 el. olie
5 ansjovisfilets
2 teentjes knoflook
zout en peper
2 dl. (slag)room
een pak macaroni

Snij de pompoen in kleine blokjes en de broccoli in roosjes. Verwarm de olie heel zachtjes in een pan en doe daar de in stukjes geknipte anjovisjes in. Maak ze fijn met een houten lepel tegen de rand van de pan.

Als de ansjovisjes zijn opgelost doe je er de broccoli, de pompoen en het knoflook bij en een beetje heet water. Zet het vuur hoog en breng het aan de kook.

Laat het 5 minuten zachtjes koken, breng op smaak met peper en zo nodig (want de ansjovis is al zout) zout. Giet er eventueel nog een half glas water bij. Laat gaan tot de broccoli gaar is, maar nog wel stevig. Dan kan de room erbij. Meng het goed.

Ondertussen heb je een pan water opgezet voor de pasta. Die kook je volgens de aanwijzingen op de verpakking, maar laat hem nog een beetje stevig. Meng de saus met de pasta en serveer.

 


download dit recept