Tagarchief: nagerecht

Roemeense recepten       Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Papanaşi
Zoete knoedels met jam en room

Papanaşi is een gebak van een deeg van plattekaas, bloem en suiker, gevuld met room en een confituur van kersen of blauwe bessen. Het gerecht wordt ook papanaşi prăjiţi genoemd: gefrituurde knoedels, omdat de deegballen worden gebakken in een laagje hete olie. De naam, papanaşi, zou volgens sommigen afgeleid zijn van het Latijnse papa, een woord waarmee kinderen eten aanduidden. Dit nagerecht is een echte Roemeense klassieker die je in zowat iedere eetgelegenheid op de kaart zult vinden. Papanaşi zijn vrij simpel om te maken, zien er bijzonder feestelijk uit en zijn werkelijk heerlijk om te eten.

Papanaşi

Acht papanaşi, voor vier personen, maak je met:
300 gr. verse kaas van koemelk (plattekaas/hüttenkäse/cottage cheese/topfen/ricotta…)
2 eieren
150 gr. bloem
1 tl. bakpoeder
2 el. griesmeel
75 gr. suiker
1 zakje vanillesuiker
1 tl. fijngeraspte citroenschil
1 klein snufje zout

zure room
confituur van blauwe bessen of kersen

Laat de plattekaas eerst een uurtje uitlekken in een met kaasdoek beklede zeef, anders wordt het allemaal veel te nat. Meng het dan met de losgeklopte eieren. Zeef de bloem boven een schaal en meng er bakpoeder, griesmeel, suiker, vanillesuiker, citroenschil en een snufje zout door. Voeg nu beetje bij beetje het kaas-eiermengsel toe. Werk het tot een zacht, maar goed samenhangend deeg. Is het te nat, dan mag er nog wat bloem bij, maar het deeg moet een beetje kleverig blijven anders worden de papanaşi niet luchtig.

Verdeel het deeg in 8 even grote stukken. Bestuif je handen met een beetje bloem en maak er mooi ronde, afgeplatte ballen van. Steek met een klein vormpje kleine cirkeltjes uit het midden van de deegballen en kneed ook die tot mooi ronde balletjes. Leg het allemaal even op bakpapier tot je de papanaşi gaat frituren.

Verhit een flinke laag olie in een pan. Daarin bak je de ballen, groot en klein, rondom mooi goudbruin. Niet te veel tegelijk, anders koelt het vet te veel af en worden ze vettig en zompig. Blijf in de buurt, want het gaat vrij snel. Laat de papanaşi goed uitlekken op keukenpapier.

Leg de papanaşi op borden, twee per persoon. Vul het gat van de papanaşi met een lepel room en een klodder confituur en leg daar dan het kleine deegballetje op. Serveer de papanaşi met flink wat extra room en confituur, zoveel als voor goed fatsoen, gezond verstand en lichamelijke gesteldheid toelaatbaar is.

Poftă bună!

 

Papanaşi
download dit recept

Hongaarse recepten      Gerechten uit de keuken van Hongarije

 

Gundel palacsinta
Flensjes à la Gundel

De geschiedenis van de Gundel pannenkoekjes begint wanneer Johann Gundel op 13-jarige leeftijd zijn ouderlijk huis in het Beierse Ansbach verlaat om naar zijn verwanten in Pest te verhuizen. In Wenen ontmoet hij Eduard Sacher, die werkt in de wijn- en delicatessenzaak van zijn vader Franz, de bedenker van de wereldberoemde Sachertorte. De jonge Gundel komt er in de leer. Na zijn leertijd trekt hij naar Pest, waar hij als piccolo in het hotel van zijn familie gaat werken. In 1879 opent hij zijn eerste eigen restaurant, de “Wiener Bierhalle”. Daarna volgden het “Gasthaus Blumenstöckl” en het “Hotel István Főherczeg”, dat zich met de grote sterrenhotels meten kon. In 1915 stierf hij. Vijf jaar daarvoor had zijn zoon Károly de teugels van de familiebusiness al ter hand genomen. Karel had in het familiebedrijf het vak vanaf de vloer leren kennen en was daarna zijn horizon gaan verbreden in Duitsland, Engeland en Frankrijk. Toen hij 25 jaar oud was keerde hij terug naar Boedapest en nam het restaurant Wampetics over, in het stadsbos. Onder zijn leiding groeide het uit tot een vermaard sterrenrestaurant. Daarnaast pachtte hij de restaurants van het Hotel Royal en het Hotel Gellért. De hoogtijdagen duurden tot ene A.Hitler roet in het eten kwam gooien.

Na de oorlog was Boedapest volledig in een puinhoop veranderd. Gundel liet zich niet afschrikken. Vol goede moed heropende hij zijn restaurant in het stadsbos, nu onder de naam “Gundel”. Toen de communisten de zaken overnamen kwam het onder staatstoezicht en was het snel afgelopen met de culinaire hoogstandjes. Gundel was ondertussen al niet meer werkzaam: in 1948 was hij blind geworden. Hij stierf in 1956. In 1980 werd het restaurant tot nationaal erfgoed verklaard, maar het oude niveau werd bijlange niet meer gehaald. In 1991 namen twee Amerikanen de tent over met de bedoeling er weer een van de beste restaurants van Europa van te maken. Of dat gelukt is, dat moet u zelf maar gaan beoordelen. Aan het decor zal het niet liggen, want kosten noch moeite zijn gespaard: de blauwe eetzaal is in al haar glorie van schitterende jugendstil hersteld, er hangen schilderijen van beroemde Hongaarse kunstenaars, elke avond speelt er een zevenkoppig zigeunerorkest, er is een uiterst goed voorziene wijnkelder en een “Koningin Elisabeth-balzaal” die fonkelt van het bladgoud. Zoals de New York Times al in 1939 berichtte: “Het restaurant Gundel maakt voor Boedapest betere reclame dan een scheepslading toeristenbrochures het zou kunnen”.

Károly Gundel creëerde diverse nieuwe gerechten, vaak geïnspireerd op de klassieke Hongaarse keuken, zoals het bekende Erdélyi fatányéros, dat tot op de dag van vandaag in zo ongeveer ieder Hongaars eethuis op de kaart staat. Maar het allerbekendst van die gerechten is waarschijnlijk wel dit wonderschone nagerechtje van flensjes met een vulling van walnoten en rozijnen, overgoten met een chocoladesaus: de Gundel palacsinta of Gundel-pannenkoekjes.

Gundel palacsinta

Voor vier porties van deze tongstrelende Gundel palacsinta hebben we nodig:

voor 8 pannenkoekjes:
250 gr. bloem
4 dl. melk
2 eieren
20 gr. suiker
1 snufje zout
koolzuurhoudend water
olie

voor de vulling:
250 gr. suiker
200 gr. gemalen walnoten
50 gr. rozijnen
3 dl. room
1 el. rum
geraspte citroenschil

en voor de chocoladesaus:
50 gr. donkere chocolade
2 eierdooiers
2 el. suiker
1 el. rum
1 tl. cacaopoeder
1/2 el. zachte boter
1/2 dl. melk
1/2 tl. vanillesuiker

Meng de ingrediënten voor de flensjes. Doe er een klein beetje bruiswater bij zodat je een mooi, glad, dun beslag hebt. Smeer een koekenpan in met olie en bak er acht flensjes in, aan beide kanten mooi lichtbruin. Leg ze even apart.

(De pannenkoekjes kun je ook van tevoren bakken. Bewaar ze dan tussen bakpapier, dan blijven ze zacht en kun je ze voor gebruik makkelijk vouwen).

Laat de rozijnen voor de vulling een half uurtje weken in 1 el. rum.

De vulling maak je door de gemalen walnoten te mengen met de suiker, de room en de citroenschil. Roer er ook de geweekte rozijnen (met de rum!) door. Verdeel het mengsel over de flensjes en vouw ze dan twee maal dubbel, zodat je driehoeken krijgt.

Leg de gevulde pannenkoekjes in een met boter ingevette koekenpan en warm ze heel rustigjes goed door. Ondertussen maak je de chocoladesaus.

Smelt de chocolade au bain marie. In een ander pannetje verwarm je de melk. Dat gaat samen met 1 el. rum en 2 el. suiker bij de gesmolten chocolade. Klop de eierdooiers los met de boter en de vanillesuiker. Meng er het cacaopoeder door. Laat de chocoladesaus een beetje afkoelen, roer er dan het eiermengsel door en verwarm het dan weer tot heet.

Leg de warme pannenkoekjes op voorverwarmde borden, giet er de (hete!!!) chocoladesaus over en zet de Gundel palacsinta onmiddellijk op tafel.

In restaurants worden deze Gundel palacsinta vaak aan tafel geflambeerd. Dat is niet volgens het originele recept, maar het ziet er natuurlijk wel leuk uit.

 

Gundel palacsinta
download dit recept

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Krkonošské sejkory nasladko
Zoete aardappelpannenkoekjes uit het Reuzengebergte

“Sejkory”, zo noemen ze in het Reuzengebergte die tongstrelende, geurig goudbruin gebakken zaligheidjes die in de rest van Tsjechië “bramboráky” heten: kleine pannenkoekjes van geraspte aardappel, bij elkaar gehouden met eieren en bloem. De gewone sejkora is een aardappelpannenkoekje als ieder ander: een hartige bramorák, gekruid met majoraan, karwij en knoflook. Deze niet. Deze zijn zoet, met honing en speculaaskruiden.

we hebben nodig:
1 kg. aardappelen
2 eieren
1 el. peperkoekkruiden
1 el. honing
± 60 gr. bloem
slagroom
geraspte peperkoek
poedersuiker

Kook de aardappelen gaar in de schil en laat ze eventjes wat afkoelen. Pel ze en rasp ze fijn boven een kom. Met een aardappelpers gaat het misschien nog makkelijker. Meng er de eieren door, de peperkoekkruiden en de honing. Meng er tenslotte de bloem door, zoveel als nodig is om er een mooi samenhangend deeg van te maken. Is het te dik uitgevallen, dan mag er wat melk bij.

Vorm er met vochtige handen kleine platte pannenkoekjes van en bak ze aan beide kanten mooi goudbruin in een paar el. hete olie, ± 2 min. aan iedere kant.

Dien ze lekker warm op, bestrooid met geraspte peperkoek, poedersuiker en een flinke dot room.

 

Zoete aardappelpannenkoekjes
download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Supa de cirese
Kersensoep

Als voorgerecht of als nagerecht; koud of warm: fruitsoepjes zijn heerlijk in de zomer, als het zonnetje schijnt, de vogeltjes fluiten en de bijtjes zachtjes zoemend van bloem tot bloem gaan.
Van alle fruitsoepjes is kersensoep misschien wel een van de lekkerste. Het grote nadeel van kersen is natuurlijk dat ze maar een paar weken per jaar te krijgen zijn. Deze uiterst eenvoudige, maar zeer smakelijke Roemeense kersensoep maak je met kersen uit een pot. Dan kun je het hele jaar door net doen alsof het zomer is.

Kersensoep

1 pond kersen, ontpit, uit een pot
2 el. honing
2 dl. room
2 el. bloem
1 el. citroensap
zout
1 – 2 tl. fijngehakte rozemarijn

Breng de kersen samen met hun sap en de honing aan de kook. Meng het citroensap met de bloem, de room en een snuf zout. Doe daar 1 – 2 lepels van de hete siroop door. Doe het mengsel nu bij de kersen, roer het goed om en breng het opnieuw aan de kook. Kruid de soep met de rozemarijn, zet het vuur uit en serveer ze warm of koud.

 

Kersensoep
download dit recept

Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Scheiterhaufen
Broodpudding

Scheiterhaufen, oftewel brandstapel, zo heet in Oostenrijk dit heerlijke zoete gerechtje uit oma’s kookboek. Wij kennen het natuurlijk als broodpudding. Wat oudbakken brood en een paar appels, eieren, melk en rozijnen komen na een kleine drie kwartier uit de oven als een onweerstaanbaar smakelijk potje troostvoedsel.

Broodpudding

Voor onze broodpudding hebben we nodig:

5 appels
4 eieren
½ l. melk
3 el. rozijnen
2 el. rum
1 snuf zout
250 gr. harde witte broodjes
1 zakje vanillesuiker
kaneel
80 gr. suiker

Broodpudding

Verwarm de oven voor op 200ºC.

Broodpudding

Klop de eieren los met de melk, suiker, vanillesuiker en een snufje zout. De broodjes snij je in dunne schijven.

Broodpudding

Meng de rum met een klein beetje water en laat de rozijnen er een kwartiertje in weken.

Broodpudding

Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snij ze in dunne plakken.

Broodpudding

Vet een vorm in met boter. Bestrooi de appels met wat kaneel en meng ze met de rozijnen. Doop de schijven brood goed in het eiermengsel. Leg nu de appels en de schijfjes brood afwisselend in laagjes in de vorm. Overgiet het met de rest van het eier-melk-mengsel.

Broodpudding

Zet de broodpudding in de hete oven en bak het in 40 minuten gaar. Laat het even wat afkoelen voordat je het op tafel zet.

 

Broodpudding
download dit recept

Bosnische recepten      Gerechten uit de keuken van Bosnië en Herzegovina

 

Bosanska kahva
Bosnische koffie

Turkse koffie, dat zich mag roemen op een plaatsje op de werelderfgoedlijst van UNESCO, wordt in het hele voormalige Ottomaanse Rijk tot op de dag van vandaag gedronken, en dus ook in Bosnië en Herzegowina. Maar waar overal elders de Turkse mores min of meer worden gehandhaafd, gaat het hier toch net even anders.

Zowel Turkse als Bosnische koffie beginnen -uiteraard- met geroosterde koffiebonen. De soort koffie hangt af van je smaak en je budget: 100% arabica of een mengsel van arabica en robusta-bonen, in wat voor verhouding dan ook. Dat laatste is wat goedkoper, maar ook wat scherper en met wat meer cafeïne. Die koffiebonen worden gemalen tot een zeer fijn poeder en vervolgens gekookt in een kleine koperen pot met een lange steel, een “džezva” (een “cezve” in het Turks). Maar ho, stop, wacht. Hier beginnen de verschillen.

De Turken zetten de koffie samen met koud water op het vuur en brengen het dan aan de kook. Bij Bosnische koffie gaat dat anders: daar gaat eerst het water alleen op het vuur. Als het kookt wordt een klein deel van het water apart gezet, dan gaat de koffie er pas bij. Een tweede verschil: de Turken scheppen het schuim, dat ontstaat als je de koffie kookt, er af en gieten het door de gootsteen. Zo niet in Bosnië, ik dank u beleefd. Koffie zonder schuim is namelijk geen Bosnische koffie, zo simpel is dat.

De gemalen koffie gaat dus bij het kokende water in de džezva en het geheel wordt snel opnieuw opgekookt, krachtig, zodat zich een dik schuim vormt. Dit wordt nog een paar keer herhaald. Tot slot gaat het hete water erbij dat apart is gezet. Door de koffie niet samen met het water op te zetten wordt de smaak -zo beweert men althans- krachtiger en robuuster, en door er op het eind het apart gezette hete water bij te gieten wordt het schuim nog dikker.

Bosnische koffie

Dat is allemaal goed en wel, maar voor de leek is het allemaal toch een beetje eender. Zowel Turkse als Bosnische koffie is sterk, bitter en dik als modder, of dat nu met of zonder veel of weinig schuim is. Het grootste verschil zit hem misschien wel in de manier waarop het wordt geserveerd. Turkse koffie wordt in de keuken gemaakt en verschijnt aan tafel in een klein kopje. De Bosnische koffie komt met al haar parafernalia op tafel: in de koperen džezva op een rond, fraai bewerkt dienblad van metaal. Daarnaast staat de “fildžan”, een kopje van geglazuurd aardewerk zonder oortje, zodat je de warmte van de koffie in je hand kunt voelen. Het kopje is meestal voorzien van een sierlijk bewerkte behuizing, de “zarfa”, meestal van metaal. Naast het kopje staan dan nog een glas water, een schaaltje met suikerklontjes en eentje met lokum, een Bosnisch zoetigheidje dat buitenlanders “Turkish delight” zouden noemen.

Als je je Bosnische koffie gaat drinken nip je eerst van je water. Dan neem je een lepel van het schuim van de džezva en giet je je kopje vol. Vervolgens laat je het schuim van je lepel op je koffie glijden. Als je suiker wil, laat het klontje dan niet in je kopje plonzen maar bijt er een stukje af en leg het onder je tong zodat het oplost terwijl je van je koffie nipt.
Twee voordelen heeft het opdienen van de koffie in een džezva: de modderige drab op de bodem komt niet in je kopje maar blijft in de pot, zodat je niet snel de kans loopt om je gezellig samenzijn met een mond vol smurrie te eindigen. Dat is niet alleen onsmakelijk, maar heeft ook nog eens conversatie van het betreurenswaardige soort tot gevolg. Het tweede voordeel is dat de koperen džezva de koffie lang heet houdt. Dat is uiterst belangrijk, want het is goed Bosnische gebruik om uren lang aan de koffie te zitten, en tussen het kletsen en babbelen zo eens heel, heel af en toe van het kopje te nippen. Want socializen, dat is waar het bij het koffiedrinken om gaat.

Dus, om nog even te resumeren, Bosnische koffie maak je zo:

  • Per kopje koffie neem je een volle theelepel zeer fijn gemalen koffiebonen. Het poeder moet zo fijn zijn als poedersuiker.
  • Per kop koffie reken je ½ dl. water. In een traditionele džezva passen drie kopjes, dus dat zou dan 1½ dl. worden.
  • Breng het water aan de kook. Als het kookt giet je een deel, zeg een kwart, in een kopje en zet je even apart. Doe 3 royale theelepels gemalen koffie in de džezva en breng het opnieuw snel aan de kook. Doe dat nog eens een (of twee) keer.
  • Nu giet je het apart gehouden hete water erbij. Laat het even staan zodat de drab naar de bodem zinkt. Schep dan een lepel schuim er af. Schenk een kopje koffie in en laat het schuim van de lepel op de koffie glijden.
  • Geniet van je bosnische koffie.

Kroatische recepten      Gerechten uit de keuken van Kroatië

 

Orahnjača i makovnjača
Walnoot- en maanzaadrol

Dit gebak met een vulling van walnoten en maanzaad is een echte klassieker op de Balkan. Het verschijnt bij zowat iedere feestelijke gelegenheid op tafel, in het bijzonder met kerst.

walnoot- en maanzaadrol

Voor deze walnoot- en maanzaadrol hebben we nodig:
Voor het deeg voor twee rollen:
400 gr. bloem
1 pakje droge gist (of 30 gr. verse gist)
80 gr. boter of olie
80 gr. suiker
2 eiwitten
zout
de schil van 1 citroen
2½ dl. melk

Voor de walnotenvulling:
200 gr. gemalen walnoten
150 gr. suiker
1 zakje vanillesuiker
50 gr. rozijnen
1 dl. warme melk
1 afgestreken theelepel kaneel
3 eetlepels rum

Voor de maanzaadvulling:
150 gr. gemalen maanzaad
150 gr. suiker
1 zakje vanillesuiker
50 gr. rozijnen
1½ dl. warme melk
1 afgestreken theelepel kaneel
3 eetlepels rum

Eerst maken we het deeg voor de walnoot-maanzaadrol:
Scheid de eieren. Als ze uit de koelkast komen, laat de eierdooiers dan eerst op kamertemperatuur komen. Laat ook de boter op kamertemperatuur komen.

Zeef de bloem boven een grote kom. Meet de melk en de suiker apart af.

Doe 4 el. bloem in een kommetje. Daarbij gaan 1 el. suiker en 1 el. lauwe melk plus de gist. Roer het een beetje door elkaar. Dek het af met een doek en zet even weg het op een warme plaats tot de gist zijn werk heeft gedaan. Als de keuken te koud is, zet het dan in een oven op max. 50ºC.

Klop ondertussen de eierdooiers en de rest van de suiker goed dooreen met een garde, meng er de rest van de lauwe melk door en de boter (of olie), het zout en de geraspte citroenschil.

Als de gist in volume verdubbeld is doe je het in de kom met de bloem. Roer het lichtjes met een houten lepel en doe daar de eierdooier-melk-suiker-mengsel door. Kneed het met de hand of met een mixer met deeghaken tot een glad deeg. Kneed het ongeveer een kwartier lang, het deeg moet luchtig worden. Laat het deeg een uur rijzen op een warme tochtvrije plaats, afgedekt met een doek. Het moet in volume verdubbelen.

De vulling maak je zo:
Meng de gemalen walnoten met de suiker, de gewassen rozijnen, de kaneel en de rum. Giet er de warme melk bij, roer het goed om en laat het afkoelen. Voor de maanzaadvulling ga je op dezelfde manier te werk.

Verdeel het deeg in twee gelijke delen. Bestuif een werkblad met bloem. Daarop rol je een deegbal uit tot een grote, min of meer vierkante lap van hoogstens 1 cm. dik, beslist niet meer. Bestrijk het deeg met de walnotenvulling en rol het op tot een lange staaf. Leg die in een ingevet bakblik. Doe zo ook met de andere bal deeg en de maanzaadvulling.

Zet het bakblik in een op 50ºC. voorverwarmde oven. Laat het deeg daar 15-20 minuten rijzen.

Na die tijd verhoog je de temperatuur naar 200ºC. Bedek de rollen lichtjes met bakpapier en zet onder in de oven een metalen bak met water. De stoom helpt om het deeg luchtig te houden. Bak het tot het een mooie bruine kleur heeft. Om te controleren of het gebak gaar is steek je een houten satéprikker in het dikste deel. Komt-ie er droog uit, dan zit je goed.

Laat de rollen afkoelen in de oven met de deur open. Als ze lauw zijn bestrooi je ze met poedersuiker. Tot slot snij je ze in plakken. Dat gaat het beste als ze helemaal zijn afgekoeld.

 


download dit recept

Kroatische recepten       Gerechten uit de keuken van Kroatië

 

Pita od kajsija
Abrikozengratin

“Pita” betekent brood, en “kajsija” (ook: marelica) zijn abrikozen. Brood met abrikozen dus. Gewoonlijk wordt er een vrij eenvoudige taart mee bedoeld van een deegbodem met een vulling van abrikozenjam. Een taart die in alle landen van voormalig Joegoslavië populair is.
Dit recept is ietsje ingewikkelder. Het is eigenlijk een gratin, of zo je wil een omgekeerde taart. De abrikozen gaan op de bodem van een ovenschaal en worden afgedekt met een laag rijst vermengd met ei. Dat wordt in de oven gebakken, waarbij de eieren stollen en de rijst een “omgekeerde bodem” vormt.

700 gr. verse abrikozen*

*Verse abrikozen zijn zonder meer het lekkerst, maar je kunt natuurlijk ook gedroogde abrikozen nemen. Je kunt ze dan laten wellen in hetzelfde vocht als waar je ze in kookt: citroensap, Amaretto, suiker en citroenschilletjes, maar dan zal er wel een beetje water bij moeten.

1 citroen
30 gr. amandelen, geschaafd
4 cl. Amaretto
½ l. melk
150 gr. ronde korrel rijst
120 gr. suiker
60 gr. gesmolten boter
3 eieren
1 vanillestokje
zout
poedersuiker

Verhit een pan met water en blancheer er de abrikozen in, vijf minuten. Giet ze af en laat ze afkoelen.

Snij het vanillestokje in de lengte doormidden. Breng de melk aan de kook, samen met het vanillestokje en een snufje zout. Doe er de rijst bij en kook het in 20 à 30 minuten op een klein vuurtje gaar. Laat de rijst afkoelen en verwijder het vanillestokje.

Verwarm de oven op 180ºC. Breek het ei boven een kommetje en scheid het eiwit van de dooier. Klop de boter los met 30 gr. suiker en het eigeel. Roer het door de rijst. Klop het eiwit met 30 gr. suiker stijf en meng het voorzichtig onder de rijst.

Ontvel, halveer en ontpit de abrikozen. Schaaf wat schil van de citroen en pers hem uit. Meng het sap en de schilletjes met de abrikozen, samen met de rest van de suiker en de Amaretto. Breng het in een pannetje aan de kook en laat 5 tot 10 minuten zachtjes pruttelen.

Vet een gratinvorm/ovenschaal in met boter en doe er de gekookte abrikozen in. Strooi er de amandelen overheen en daarover de rijst. Zet het in de oven. Bedek na 20 minuten de vorm met aluminiumfolie en laat het dan nog eens 10 à 20 minuten bakken.

Bestrooi de abrikozengratin met poedersuiker en serveer hem warm.

 


download dit recept

Bulgaarse recepten      Gerechten uit de keuken van Bulgarije

 

Бутерки с тиква и орехи – Buterki s tikva i orechi
Bladerdeeggebak met pompoen en walnoten

Boeterki zijn kleine hapjes van bladerdeeg met een vulling (“boeter” = bladerdeeg). Dat kan hartig zijn, met bijvoorbeeld worst of kaas, maar ook zoet, zoals deze, met een vulling van pompoen, suiker en walnoten. Ze zijn heel eenvoudig en zonder al te veel moeite te maken.

We hebben nodig:
1 pak bladerdeeg (diepvries)
500 gr. pompoen
120 gr. gehakte walnoten
5 el. suiker
1 ei
poedersuiker voor het opdienen

Verwarm de oven voor op 180ºC. en laat de vellen bladerdeeg ontdooien.

Rasp de pompoen op een fijne rasp. Meng het met de suiker en de gehakte walnoten.

Op het midden van elk vel bladerdeeg leg je een bergje van het mengsel. Maak de randen een beetje vochtig, vouw het bladerdeeg dicht als een driehoek en druk de randen goed op elkaar, zodat ze tijdens het bakken niet los raken.Voor de zekerheid kun je ze vastdrukken met een vork. Leg ze in een ingevet bakblik.

Klop het ei los met een eetlepel water. Daarmee bestrijk je de buterki. Schuif ze de voorverwarmde oven in en bak ze in 20 tot 30 minuutjes goudbruin. Bestrooi de buterki voor het serveren met poedersuiker.

 


download dit recept

Bulgaarse recepten      Gerechten uit de keuken van Bulgarije

 

Печани ябълки – Petsjeni jablki s orechi i stafidi
Gebakken appels met noten en rozijnen

Een heerlijk nagerechtje van met walnoten en rozijnen gevulde appels, lekker heet uit de oven.

4 appels
1 kop rozijnen
1 kop gehakte walnoten
1 dl. rum
2 el. citroenschil
8 el. poedersuiker

Verwarm de oven voor op 175ºC.

Week de rozijnen in de rum, minstens een kwartier lang.

Snij de appels in twee helften en hol ze uit. Vul ze met een mengsel van gemalen walnoten en geweekte rozijnen, de citroenschilletjes en het poedersuiker. Bak ze in een matig warme oven goudbruin.

 


download dit recept