Alle berichten van admin

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Šuspajdy
Zuurkoolknoedels

Een oud Boheems recept, waarin zuurkool en gerookt varkensvlees op tafel komen in de vorm van een super-tsjechische specialiteit: de onvolprezen knedlíky. Šuspajdy zijn knoedels van broodkruim, zuurkool en gerookt varkensvlees die worden gekookt in gezouten water.
Voor het gerookte varkensvlees gebruiken we Kasseler, bij ons vooral bekend als van die flinterdunne schijfjes boterhammenvlees, maar bij onze Oosterburen verkrijgbaar in grote stukken van verschillende delen van het varken. Zo kennen ze er o.a. de (om het maar bij het Duits te houden) Kasseler Lachs (de filet), de Kamm oftewel Nacken (de nek) en het Blatt (de schouder).
Kun je geen geschikt stuk Kasseler krijgen, dan gebruik je gerookt buikspek. Dat is natuurlijk wel wat anders, maar het resultaat zal zeker ook smakelijk zijn. Bak dat spek dan wel eerst even uit in de pan (de boter is dan niet nodig), doe er dan de zuurkool en een scheut water bij en ga verder met het recept als hieronder beschreven.

Zuurkoolknoedels

we hebben nodig:
300 gr. zuurkool
150 gr. gerookt varkensvlees (Kasseler, zie hierboven)
peper
majoraan
1 laurierblad
150 gr. broodkruim (paneermeel)
1 ei
2 eierdooiers
1 dl. room
boter
nootmuskaat
zout

Laat de zuurkool uitlekken en hak het fijn. Snij ook het gerookte vlees in kleine stukjes. Smelt een klont boter in de pan, doe er de zuurkool en het vlees bij plus een flinke scheut water. Kruid het met wat peper, laurier en een snuf majoraan, breng het aan de kook, zet het vuur laag en laat het zachtjes gaar pruttelen, een klein half uurtje. Als de zuurkool gaar is moet vrijwel al het vocht zijn verdampt; de boter zorgt ervoor dat de kool niet aanbrandt. Laat het vlees en de zuurkool helemaal afkoelen. Het laurierblad vis je eruit: dat mag weg.

Meng het afgekoelde vlees en de zuurkool nu met de room, het ei en de eierdooiers, een snuf nootmuskaat en het paneermeel. Kneed er een mooi, goed samenpakkend deeg van. Is het te nat, dan mag er nog wat paneermeel bij. Van dit deeg draai je ballen van ter grootte van een forse golfbal.

Breng een pan gezouten water aan de kook. Daar laat je de ballen in glijden. Zet het vuur wat lager, zodat het water nog wel welt maar niet al te wild borrelt. Kook de šuspajdy een minuut of zeven, haal ze er met een schuimspaan uit en laat ze eventjes uitlekken.

Smelt een ferme klont boter in de pan waarin je de zuurkool hebt gekookt. Overgiet de šuspajdy met de gesmolten boter en zet ze op tafel.

 

Zuurkoolknoedels
download dit recept

Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Linzer Augen
Linzer ogen

Een echt ouderwets traditioneel kerstkoekje, dat niet alleen met Kerstmis, maar ook op andere gelegenheden gretig aftrek zal vinden.
Waarom de koekjes Linzer Augen heten? Wel: de ogen, dat zijn de drie gaatjes in de koekjes waardoor de mooie rode vulling van aalbessengelei naar buiten kijkt. Dat Linz, dat komt van het deeg: Linzer deeg is een korstdeeg gemaakt van bloem, suiker, boter, citroenschilletjes, een snufje kaneel en gemalen amandelen; hetzelfde deeg waarmee ook de wereldberoemde Linzer Torte wordt gemaakt.

Linzer Augen

Voor onze Linzer Augen hebben we nodig:
300 gr. bloem
200 gr. boter
100 gr. poedersuiker
1 zakje vanillesuiker
2 eierdooiers
100 gr. gemalen amandelen
1 snuf kaneel
de fijn geraspte schil van een halve citroen

en dan nog:
aalbessengelei
poedersuiker

Snij de boter in kleine stukken en laat ze op kamertemperatuur komen.

Doe nu alle ingrediënten (bloem, zachte boter, poedersuiker, vanillesuiker, eierdooiers, amandelen, kaneel en citroenschilletjes) in een schaal en kneed het snel tot een samenhangend deeg. Maak er een bal van, rol het in plasticfolie en laat het minstens een uur in de koelkast rusten.

Verwarm de oven voor op 180ºC.

Bestuif een werkblad met bloem en rol er het deeg dun op uit. Steek er cirkeltjes uit van ongeveer 5 cm.. In de helft van die cirkeltjes steek je nog eens drie kleine rondjes uit. Leg ze op een met bakpapier beklede plaat en bak ze in 10 – 12 minuten mooi lichtbruin.

Laat ze heel eventjes wat afkoelen en bestrijk de koekjes zonder gaten met de aalbessengelei. De koekjes met gaten bestrooi je met poedersuiker en leg je op de koekjes met de gelei. Druk ze heel lichtjes wat aan, zodat de gelei een klein beetje opbolt in de gaatjes.

Laat de koekjes op een rooster helemaal afkoelen en bewaar ze tot gebruik in een blik of plastic doos. Leg er wel bakpapier tussen zodat het geen plakkerige boel wordt. Zet ze op een koele plek en laat ze een paar dagen staan, daar worden ze nòg lekkerder van.

 

Linzer Augen
download dit recept

Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Salzburger Biersuppe
Biersoep uit Salzburg

Aan bier is er geen gebrek in het fraaie Salzburg, niet in het glas, en niet in de keuken. Een van de bekendste gerechtjes met bier moet wel deze Salzburger Biersuppe zijn. Het is een simpel gerecht, gemaakt van niet meer dan een plas bier met wat kruiderij erin, die gebonden wordt met eierdooiers en slagroom. Eigenlijk is het meer snoepgoed dan soep, maar vooruit. We gaan niet zeuren. Het is simpel, het is lekker en het is voedzaam.

Salzburgse biersoep

We hebben nodig:
1 l. bier (pils is prima)
suiker
3 kruidnagels
1 kaneelstokje
de schil van ½ citroen
3 eierdooiers
3 el. slagroom
boter
2 schijven hard witbrood

Smelt een klontje boter in een pan. Giet er het bier bij en kruid het met een theelepel suiker (of meer, naar smaak), de kruidnagels, het kaneelstokje en de citroenschilletjes. breng het aan de kook en laat het twee minuutjes stevig doorkoken. Zet het vuur nu laag zodat de soep niet meer kookt.

Klop de dooiers los met de slagroom en meng ze al roerend onder de soep. Laat het op een heel zacht vuurtje nog wat gaan tot de soep dikker wordt, maar zorg dat ze niet meer kookt.

Ondertussen snij je het brood in stukjes en bak je het in wat boter knapperig.

Schep de soep in borden, bestrooi het met het brood en zet het op tafel. Eventueel mag er nog wat gesneden bieslook over.

Salzburger Biersuppe
download dit recept

Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Powidl Pofesen
Verloren brood met pruimenmoes

Pofesen, gebakken boterhammen, danken hun naam naar alle waarschijnlijkheid aan de pavese, het manshoge ridderschild uit het Italiaanse Pavia. Waarom? Wie het weet mag het zeggen, maar wij hebben geen flauw idee.
De herkomst van het woordje Powidl is iets minder mysterieus. Het is een fonetische weergave van het Tsjechische povidel en staat voor een stroperige moes van ingekookte pruimen. Die pruimenmoes, die smeren we tussen de Pofesen: twee sneden brioche op elkaar, die we vervolgens door melk, ei en verkruimelde amandelen halen en dan goudbruin bakken in het hete vet. Inderdaad, net ons eigen wentelteefje, maar dan dubbeldik en extra feestelijk opgedirkt.

Powidl Pofesen

voor 4 personen hebben we nodig:
8 sneetjes brioche
8 el. powidl (pruimenstroop)
1 dl. melk
3 eieren
1 zakje vanillesuiker
kaneel
zout
100 gr. geschaafde amandelen
botervet
poedersuiker

Snij het briochebrood in 8 schijven. Bestrijk de helft aan een kant met de pruimenmoes. Leg er een andere snee brood op en druk het goed op elkaar.

In een grote schaal klop je de eieren los met de melk, het zakje vanillesuiker, een snuf kaneel en een mespuntje zout.

Verbrokkel de geschaafde amandelen nog wat (maar maak er geen poeder van) en doe ze in een bord.

Verhit een royale laag (de Pofesen moeten er in zwemmen!) botervet in een koekenpan.

Doop de boterhammen even in de melk, haal ze dan door de losgeklopte eieren en tenslotte door de amandelen. Laat de boterhammen in hete hete vet glijden en bak ze goudbruin. Laat ze even uitdruipen op een stuk keukenpapier.

Bestrooi de Powidl Pofesen met poedersuiker en zet ze meteen op tafel. Ook lekker met vanille- of vruchtensaus, een bolletje ijs en stijf geslagen slagroom.

 

Powidl
download dit recept

Slowaakse recepten      Gerechten uit de keuken van Slowakije

 

Nanukové rezy

Als je nanukové rezy zou moeten vertalen, dan zou dat resulteren in iets als “ijslolly-sneden”. Het gebakje bestaat uit een bodem van een deeg van koffie en walnoten, met daarop een behoorlijk machtige vulling van melk en boter, afgedekt met een laagje chocoladeglazuur. Wat dat met ijslollies heeft te maken is ons niet helemaal duidelijk, maar het is in ieder geval een uiterst smakelijk en bovendien gemakkelijk te maken bakseltje.

voor het deeg hebben we nodig:
½ dl. sterke (koude) koffie
100 gr. gemalen walnoten
180 gr. bloem
1 zakje bakpoeder
4 eieren
100 gr. suiker

voor de vulling:
7½ dl. melk
30 gr. suiker
90 gr. bloem
250 gr. boter
100 gr. poedersuiker

en dan nog:
150 gr. pure chocolade
30 gr. boter

Scheid de eieren. Klop de dooiers los met het bakpoeder en 100 gr. suiker. Meng er de walnoten en de koude koffie door, en ten slotte -beetje bij beejte – de bloem. Klop de eiwitten stijf met een snufje zout en schep dat onder het beslag.

Bekleed een bakblik (25 x 28 cm.) met bakpapier (of vet het in met boter en bestuif het met bloem). Spreid er het deeg over uit. Bak het in 15 – 20 min. op 180ºC. mooi lichtbruin. Laat het helemaal afkoelen.

Voor de vulling meng je met een garde de suiker en de bloem door de melk. Zet op het vuur en verwarm het al roerend, zodat je een dikke pudding krijgt. Laat het afkoelen tot lauw.

Meng de (zachte) boter met de poedersuiker en meng het door de melk/bloem/suikerpudding. Met deze vulling bestrijk je het afgekoelde gebak. Zet het in de koelkast om op te stijven.

Smelt de chocolade met de boter au bain-marie. Bestrijk het gebak met de chocoladeglazuur en zet het nog even in de koelkast.

Als de chocolade hard is snij je het gebak in blokjes. Dat doe je het best met een scherp mes dat je in steeds even in heet water dompelt.

 

Nanukové rezy
download dit recept

Hongaarse recepten      Gerechten uit de keuken van Hongarije

 

Citromos tészta
Pasta met citroencrème

Uw diëtist(e) gaat hier niet blij mee zijn, maar lekker is het wel: citromos sült tészta, oftewel gebakken citroen-pasta. Het Italiaanse “tagliatelle al limone” kennen we natuurlijk allemaal wel, maar dit is iets geheel anders. In dit verfrissende maar mierzoete pastagerechtje worden de bandnoedels ondergedompeld in een romige crème van citroen, suiker, boter en eieren, in de oven gebakken en opgediend met een ferme mop al even mierzoete slagroom. Het is een gerechtje dat eigenlijk hoofd- en nagerecht in één, en wordt doorgaans gegeten als snoeperig lunchgerechtje of als afsluiting na een flink bord voedzame, ferm gevulde maaltijdsoep.

Pasta met citroencrème

voor twee porties hebben we nodig:
2 citroenen (schil en sap)
2 eieren
100 gr. suiker
50 gr. boter
100 gr. bandnoedels met ei (Bandnudeln/szélesmetélt/tagliatelle/pappardelle…)
1 dl. slagroom – 1 (of 2) el. suiker

Kook de pasta in licht gezouten water gaar. Verwarm de oven voor op 180ºC.

Ondertussen maak je de citroencrème: rasp de schilletjes van de citroenen en pers ze uit. Snij de boter in blokjes.

In een steelpannetje klop je de eieren samen met de suiker schuimig met een garde. Klop er dan het citroensap door en de schilletjes.

Zet het pannetje nu op een laag vuurtje en verwarm het al roerend met een houten lepel tot het een dikke crème begint te worden. Roer er dan van het vuur af de koude klontjes boter door.

Meng de uitgelekte pasta met de citroencrème en verdeel het over twee ovenschaaltjes.

Zet de schaaltjes in een op 180ºC. voorverwarmde oven en bak ze 20 minuten. Tijd genoeg om je slagroom met een flinke lepel suiker stijf te kloppen.

Serveer de citromos tészta lekker heet met een flinke dot zoete slagroom ernaast.

 

Pasta met citroencrème
download dit recept

Hongaarse recepten      Gerechten uit de keuken van Hongarije

 

Keszeg sütve
Gebakken brasem

Als het om de kookpot gaat, dan wordt er met de naam keszeg niet alleen de echte brasem bedoeld (de dévérkeszeg, oftewel de Abramis brama), maar een hele verzameling van nauw verwante visjes zoals de kolblei (karikakeszeg), de winde (jászkeszeg), de brasemblei (lapos keszeg) en de ruisvoorn (vörösszárnyú keszeg), allemaal visjes die ook in onze wateren in groten getale rondstruinen. In het stroomgebied van de Donau hebben ze dan ook nog wat soorten die je bij ons niet zult tegenkomen, zoals de Donaubrasem (bagolykeszeg) en de blauwneus (szilvaorrú keszeg).

Wat al die visjes met elkaar gemeen hebben is dat ze allemaal nogal wat van die kleine akelige graatjes hebben. Misschien is dat de reden dat de visjes bij ons zelden of nooit op tafel verschijnen. Dat is jammer, want eigenlijk is het een uiterst smakelijk beestje, dat in het oosten van Europa juist zeer wordt gewaardeerd.

In dit recept wordt het probleem van die graatjes in ieder geval opgelost. De vis wordt aan beide zijde over de hele lengte op korte afstanden diep ingesneden. In die sneden wordt zout gewreven. Die sneden zorgen ervoor dat de vis tijdens het bakken ook van binnen goed gaart waarbij, met behulp van het zout, de kleine graatjes zo zacht worden dat ze gewoon met het visvlees mee naar binnen glijden, zonder dat je er noemenswaardig wat van merkt. Alles wat er van de vis op het bordje achterblijft zijn de grote graten, de ruggengraat en de kop.

Gebakken brasem

We hebben nodig:
4 brasems (± 450 gr. per stuk) (of voorn, kolblei…)
zout
250 gr. bloem of maïsmeel (of een mengsel van beide)
1 theelepel scherp paprikapoeder
1 volle theelepel gemalen zwarte peper
veel olie

Ontschub de vissen en haal ze leeg. De rest -kop, staart en vinnen- mag er allemaal aan blijven zitten. Was ze onder de koude kraan, dep ze droog en maak op korte afstand van elkaar sneden in het visvlees, over de hele lengte van de vis. Wrijf de sneden goed in met zout, 1 afgestreken tl. per vis. Laat ze een half uur in de koelkast rusten.

In een bord meng je het paprikapoeder, de zwarte peper en het meel.

En dan hebben we een grote koekenpan nodig, van gietijzer of teflon. Ideaal is een pan waar alle vissen samen in passen. Heb je die niet, bak ze dan in etappes en hou ze warm in een matig warme oven terwijl je de rest bakt.

Vul de pan met flink wat olie, zodat de vissen er tot halfweg in liggen. Zet de pan op het vuur en wacht tot de olie heet is, maar niet zo heet dat ze gaat walmen. Haal de vissen aan beide kanten door het meel en leg ze in de pan. Schud even met de pan zodat ze niet aan de bodem blijven kleven en bak ze dan 8 minuten op matige hitte. Beslist niet te heet, want dan verbrand de vis: ze moet knapperig en licht goudbruin worden. Na 8 minuutjes omdraaien en de andere kant bakken.

Laat de vissen op keukenpapier even uitlekken.

Lekker met een schijfje citroen en/of geraspte knoflook en wat goudbruin gebakken aardappeltjes.

 

Gebakken brasem
download dit recept

Hongaarse recepten      Gerechten uit de keuken van Hongarije

 

Tojásleves
Eiersoep

Een echte Hongaarse klassieker is deze eiersoep. Het is een eenvoudig vegetarisch soepje dat wordt gebonden met eieren en geserveerd met een gepocheerd ei. Natuurlijk zijn er, zoals met alle traditionele gerechten, talloze variaties: met een veelheid aan groenten; met citroen; zonder de gepocheerde eieren; met de gepocheerde eieren maar dan gebonden met bloem; enzovoort, enzoverder. Beschouw dit dus maar als een basisrecept en varieer er lustig op los, naar believen. Zolang het maar draait om de eieren, want het heet tenslotte niet voor niets eiersoep.

Eiersoep

Voor onze Hongaarse eiersoep hebben we nodig:
2 middelgrote uien
1 tl. gemalen karwij
1 teen knoflook
1 tl. scherp paprikapoeder
2 laurierbladeren
zout en peper
6 eieren
1 el. azijn

Bak de gesnipperde ui in de olie glazig. Doe er de karwij door plus de knoflook en bak het een minuutje verder. Haal de pan van het vuur, meng er het paprikapoeder door en blus meteen af met water. Doe de laurier in de soep, kruid het met peper en zout en laat het een kwartiertje zachtjes koken.

In een ander pannetje breng je water aan de kook. Doe er de azijn bij. Pocheer hierin 4 eieren. Hoe je dat zonder ongelukken doet lees je op deze pagina.

Haal de soep van het vuur. Breek de twee resterende eieren en klop ze los. Meng er twee lepels van de hete soep door en meng de eieren dan door de soep. Door de hitte van de soep zullen ze stollen en de soep binden, maar pas op: de soep mag beslist niet meer koken, anders worden de eieren draderig.

Verdeel de eiersoep over vier borden. Leg in elk bord een gepocheerd ei. Meteen opdienen en smakelijk eten.

 

Eiersoep
download dit recept

Eieren pocheren

algemeen AJVAR – algemene producten en bereidingswijzen

 

Eieren pocheren

Weinig zaken zien er zo verlokkelijk uit als zo’n zacht, wit en kogelrond gepocheerd ei waar, gebroken met je vork, de warme, goudgele dooier langzaam uit komt vloeien. Het maakt van een doodgewoon ontbijt een klein geluksmoment, en van de meest alledaagse gerechtjes zoals een salade of een stukje brood met een plakje zalm een waar feestje. Ook een bordje soep wordt met zo’n gepocheerd ei opgewaardeerd tot een vorstelijke dis, zoals deze Oostenrijkse daslooksoep of de Tsjechische kulajda, een soep van wilde paddenstoelen uit de Boheemse wouden. Soms staat de soep zelfs helemaal in dienst van het ei, zoals in deze Hongaarse eiersoep. Ook wat verder weg, op de Balkan, maakt een gepocheerd ei de smulpaap blij, bijvoorbeeld in het beroemde gerechtje van gepocheerd ei met yoghurt uit Bulgarije, de Panagyurishte eieren, of de Macedonische tegenhanger, de jajtsja na voda.

Eieren pocheren

Het pocheren van eieren is niet zo moeilijk als het lijkt. Met de goede techniek en een klein beetje oefening kom je een heel eind. Het grote probleem is om het eiwit netjes rond de dooier te houden, rond en glanzend, in plaats van een onsmakelijke boel van uitgelopen, rubberachtige draden. Met de tips hieronder is het pocheren van eieren een koud kunstje.

Eieren pocheren
Zorg dat de eieren vers zijn. Verse eieren hebben een wat vaster, dikker eiwit rond de dooier; dat van minder verse eieren is wat wateriger. Daardoor houden de eieren beter een ronde vorm als je ze pocheert. Of je eieren vers zijn kun je testen door ze in een glas water te leggen. blijft het ei horizontaal op de bodem liggen, dan zit je goed. Als het wat begint te drijven of het gaat rechtop staan, dan wordt het al een stuk minder. Is je ei niet kakel meer, breek het dan in een kommetje en laat het waterige deel van het eiwit wat weglekken.

Eieren pocheren
Breng een pannetje met water (een laagje van minstens 5 cm.) aan de kook. Doe er een eetlepel azijn bij.

Eieren pocheren
Breek het ei in een kommetje. Dan is het makkelijker om het in de pan te laten glijden.

Eieren pocheren
Als het water in het pannetje begint te koken zet je het vuur laag zodat het tegen de kook aan blijft. Precies zo dat er wat belletjes verschijnen; niet meer.

Eieren pocheren
Roer nu met een lepel het water rond (niet te wild) zodat er in het midden een waterkolkje ontstaat. Dat zal helpen om het eiwit mooi rond het ei te plooien.

Eieren pocheren
Laat het ei uit het kommetje in het midden van het draaikolkje glijden. Je kunt het nog wat helpen door snel met twee eetlepels het eiwit nog wat beter rond het ei te vormen.

Eieren pocheren
Een andere methode om te zorgen dat het eiwit niet (te veel) uitloopt, is door de bodem van het kommetje met het ei even in het hete water te houden voordat je het ei in het water laat glijden.

Eieren pocheren
Laat het ei nu heel zachtjes een paar minuten koken, tot het eiwit stevig is. Met 3 – 4 minuten is de dooier nog zacht en vloeibaar. Iets langer voor een wat steviger eigeel kan natuurlijk ook, maar hoe langer je het ei kookt, hoe meer het eiwit op rubber zal gaan lijken.

Eieren pocheren
Schep het gepocheerde ei met een schuimspaan uit het water en laat het uitlekken op keukenpapier. Wil je meerdere eieren pocheren, dan kun je het ei even warm houden in heet water. Zorg er wel voor dat het niet tè heet is: dan gaart het ei verder en wordt het eiwit taai.

Eieren pocheren
Wil je voor een groter gezelschap eieren pocheren? Geen reden tot paniek. Een uurtje voordat er opgediend wordt pocheer je de eieren. Leg de gepocheerde eieren in ijswater. Daarin kun je ze een uurtje bewaren. Vlak voor het moment van serveren warm je ze in heet water op, ongeveer 45 seconden.

Eieren pocheren

Hongaarse recepten      Gerechten uit de keuken van Hongarije

 

Körözött
Liptauer

Körözött, ook wel körözött liptói módra of liptói túró, is een smakelijk smeerseltje voor op een stukje brood en al minstens anderhalve eeuw populair, niet alleen in Hongarije, maar in heel Centraal-Europa. In Oostenrijk staat het bekend als Liptauer, in Slowakije als Liptovská nátierka, bryndzová nátierka of šmirkás en in Tsjechië als Liptovská pomazánka.
Liptov (Liptau (D), Liptó (H)) is een streek in het midden van Slowakije, tot 1918 onderdeel van het Koninkrijk Hongarije als het Comitaat Liptau. Daar kwam de kaas, bryndza, vandaan die voor dit gerechtje werd gebruikt, en vandaar ook dus de naam.
Bryndza is een gezouten verse kaas van schapenmelk. Het is een kaas met een typische, pikante en nogal penetrante smaak die eigenlijk niet met een andere schapenkaas te vergelijken is. Die bryndza wordt gemengd met boter en wat smaakmakers zoals paprikapoeder, karwij, peper, ui; soms ook mosterd, augurken, kappertjes en bieslook.
Echte bryndza is buiten Slowakije en Polen nauwelijks te krijgen, dus wordt de kaas dan vervangen door een andere verse kaas, van schapen-, geiten- of koemelk. Plattekaas met niet te veel vocht, zoals Hüttenkäse/Cottage cheese is een bruikbaar alternatief. Daar moet dan wel wat zout in, want in tegenstelling tot bryndza wordt plattekaas/kwark tijdens de bereiding gezouten.

Körözött

200 gr. verse kaas (zie hierboven)
100 gr. boter
3 tl. bier
1 tl. zout
1 el. mosterd
1 el. zoet paprikapoeder
1 tl. gemalen karwij
bieslook
peterselie
rode ui

Verkruimel de kaas en meng het met de boter en het bier. Kruid het met zout, mosterd, paprikapoeder, karwij en bieslook.

Serveer de körözött met peterselie, in flinterdunne ringen gesneden rode ui en stevig bruin (desem)brood.

 

Körözött
download dit recept