Alle berichten van admin

Bulgaarse recepten      Gerechten uit de keuken van Bulgarije

 

Руло Стефани – Rulo Stefanie
Rollade Stefanie

Geen Bulgaars kookboek of je komt het erin tegen: de rollade Stefanie. Het is zo’n typisch recept uit de jaren stilletjes, toen de mensen met de weinige middelen die ze hadden toch iets feestelijks op tafel wisten te zetten.
Rollade Stefanie is een grote, in de oven gebakken rol van gehakt, gevuld met hardgekookte eieren, worteltjes en augurken. Het is een gemakkelijk en snel te maken gerecht dat uitermate geschikt is wanneer je veel eters over de vloer krijgt. Als bijgerecht geef je er iets van aardappelen bij; gekookt of gebakken, of aardappelpuree of -salade.

Het onderstaande recept is voldoende voor 8 personen. Heb je meer gasten aan tafel, dan snij je gewoon wat dunnere plakken.

1 kg. gehakt, h.o.h.
2 sneetjes brood
2 uien
6 eieren
3 wortelen
3 augurken (wat meer als het kleintjes zijn)
1 tl. bonenkruid
½ tl. gemalen karwij
1 tl. zout
100 gr. geraspte kaas
½ bosje peterselie

Maak de worteltjes schoon en kook ze 10 minuutjes in gezouten water. Vier van de eieren kook je hard, dat zal ook 10 minuten gaan duren.

Verwarm de oven voor op 190ºC.

Terwijl de eieren en de worteltjes staan te koken doe je het gehakt in een grote kom. Meng er het zout en de kruiden door, plus de twee rauwe eieren. Snipper de uien en hak de peterselie fijn. De sneetjes brood laat je even weken in wat melk of water. Knijp ze uit, maak ze klein en meng ze door het gehakt. Die gaan ook bij het gehakt. Kneed het nu met je handen een paar minuten grondig door.

De worteltjes en de eieren zullen zo onderhand wel goed zijn. Snij de worteltjes en de augurken in de lengterichting in vieren. De gekookte eieren pel je en snij je -ook in de lengte- doormidden.

Spreid het gehakt uit op een groot vel plastic- of aluminiumfolie. Gelijkmatig en in de vorm van een rechthoek, met een dikte van ongeveer 1 – 1½ cm. Leg nu de eieren in de lengterichting op de rol, dicht tegen een van de lange zijden aan. Daarnaast leg je, knus elkaar aan, de repen wortel en augurk. Laat aan de uiteinden een stukje vrij. Rol het gehakt nu met behulp van het folie op. Sluit het gehakt met vochtige handen aan alle kanten, zodat de vulling er tijdens het bakken niet uit komt.

Bekleed een bakblik met bakpapier. Leg er de rol op en zet het in de voorverwarmde oven. Bak de rollade Stephanie in 40 – 45 minuten gaar. Bestrooi de rol met de geraspte kaas en zet ze nog even terug in de oven om de kaas te laten smelten.

Voor het serveren bestrooi je de rollade met wat gehakte peterselie.

 

Rollade Stefanie
download dit recept

Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Grammelknödel
Knoedels met kaantjes

Het Oostenrijkse repertoire aan knoedels mag bepaald indrukwekkend genoemd worden. Zo zijn daar bijvoorbeeld de Semmelknödel, de Serviettenknödel, de Tiroler knödel en de Specklaibchen, allen doorgaans gegeten als bijgerecht. Naast een uitgebreid repertoire aan zoete knoedels, zoals de Griesknödel, de elegante Wiener Wäschermädeln en natuurlijk de wereldberoemde Marillenknödel, die in de rol van zowel lunch als dessert kunnen optreden, hebben we ook nog de knoedels die gegeten worden als hoofdgerecht, zoals de Käseknödel, gevuld met kaas, de Hascheeknödel, gevuld met gehakt, en deze Grammelknödel, die worden gevuld met kaantjes.
Kaantjes, dat zijn die lekker, knapperige, zoute dingetjes die overblijven als je vetspek laat smelten tot reuzel. Hoe je kaantjes (en reuzel) op een eenvoudige manier zelf kunt maken lees je hier.
Met die kaantjes, daar gaan we dus onze Grammelknödel mee maken. Eet ze met lekkere gestoofde zuurkool. Niet alleen lekker als het koud is, maar ook in de zomer onweerstaanbaar.

Grammelknödel

Voor het deeg voor de knoedels hebben we nodig:
500 gr. aardappelen
1 snuf majoraan
200 gr. bloem
zout en peper
50 gr. griesmeel (tarwe)
2 eieren

en voor de vulling:
200 gr. kaantjes
1 teen knoflook
1 el. olie
zout en peper
1 kleine ui

Kook de aardappelen gaar. Pel ze terwijl ze nog warm zijn en werk ze door een pers. Meng ze met alle ingrediënten, de eieren het laatst en laat het een uurtje rusten.

Verhit de olie en bak daarin de gesnipperde ui goudbruin. Rasp er de knoflook boven en laat het nog 1 minuutje verder gaan. Hak de kaantjes wat klein, meng er de gebakken ui door en kruid met zout en peper. Vorm er 8 balletjes van.

Rol het deeg op een met bloem bestoven werkblad uit. Snij het in acht stukken. Rol de stukken dun uit. Op ieder stuk leg je een bolletje vulling. Vouw ze dicht en sluit ze goed.

Breng in een pan een klein litertje water aan de kook. Doe er wat zout bij en laat de knoedels daarin zes minuten zachtjes koken, zet het vuur uit en laat ze nog eens zes minuten trekken.
Laat ze wat uitlekken en serveer ze met gestoofde zuurkool.

 

Grammelknödel
download dit recept

Kaantjes en reuzel zelf maken

algemeen AJVAR – algemene producten en bereidingswijzen

 

Kaantjes & reuzel zelf maken

Kaantjes zijn eigenlijk een bijproduct van de reuzel. Reuzel is gesmolten vetspek, dat voornamelijk wordt gebruikt om vlees in te braden. In vroeger tijdens werd het ook veel gebruikt om op de boterham te smeren. Tijdens het uitbakken van het spek krimpt het collageen -een eiwit dat een belangrijk deel uitmaakt van het bindweefsel- waardoor het vet uit het spek wordt geperst. Het overgrote deel van het spek smelt, evenals het grootste deel van het collageen, wat verandert in gelatine. Wat er overblijft, dat zijn de kaantjes: die knapperige, zoute lekkernijtjes die zo smakelijk over de zuurkool of de salade gestrooid kunnen worden.
In Centraal-Europa, waar ze er ook gek op zijn, beperken ze zich niet tot de zuurkool en de salade, maar worden ze met veel fantasie voor een hele reeks van gerechten gebruikt. Zo zijn daar bijvoorbeeld de Oostenrijkse Grammelknödel of de sasaka uit het Gailtal; gerechtjes als het Sloveense ajdovi žganci of matevž en nog een hele rits meer.
Het zelf maken van reuzel en kaantjes kost je ongeveer een uurtje, maar moeilijk is het beslist niet, en het resultaat is zeker de moeite waard.

Kaantjes en reuzel zelf maken

Voor het zelf maken van kaantjes en reuzel hebben we nodig:
1 kg. rauw vetspek (van de rug). Rauw moet het zijn, dus niet gerookt of gepekeld of wat dan ook.
1 dl. water
zout

Snij de zwoerd zorgvuldig los van het spek. Er mogen beslist geen vleesresten meer aan het spek zitten. Snij het spek in kleine, gelijke blokjes.

Bedek de bodem van een zware pan met de blokjes. Neem liefst een hoge pan, omdat het bij het uitbakken nogal eens wat vet in het rond kan spetteren. Giet er het water bij, breng het aan de kook en doe er een snuf zout bij. Laat de blokjes nu heel zachtjes koken tot het vocht verdampt is. Nu laat je de spekblokjes onder voortdurend roeren heel rustigjes “uitbakken”. Steeds blijven roeren, anders branden de kaantjes aan. Als de kaantjes goudachtig bruin kleuren en de reuzel helder wordt is het klaar en mag het vuur uit. Dat duurt ongeveer drie kwartier. Nu kun je de kaantjes met een schuimspaan uit de heldere reuzel scheppen.

Zet een keukenzeef op een pan. Doe er de kaantjes in en laat ze uitlekken. Druk de kaantjes goed uit, want hoe minder vet ze zijn, hoe knapperiger. Doe ze in een kom van glas of geglazuurd aardewerk, dek het af en zet het in de koelkast. Zo kun je de kaantjes een paar weken bewaren.

De reuzel giet je in een kom van geglazuurd aardewerk. Laat het afkoelen en dek het af (Niet luchtdicht). Op een koele plaats blijft reuzel wel een paar maanden goed.

De reuzel, die gebruik je om mee te bakken of om te verwerken als Grammelschmalz. Grammelschmalz is erg lekker op een stevige boterham. Je maakt het heel eenvoudig door de kaantjes door de reuzel te mengen. Nog lekkerder wordt de Grammelschmalz als je tijdens het uitbakken wat gehakte ui, wat appel of wat groenten meebakt. De Grammelschmalz kun je op smaak brengen door er fijn gesnipperde ui, kruiden zoals tijm of majoraan e.d. door te mengen.

Kroatische recepten      Gerechten uit de keuken van Kroatië

 

Đevrek s kajmakom
Gevuld gehakt met kajmak

Đevrek (“djewrek”) is het Servo-Kroatische woord voor wat in het Turks een simit heet: een rond broodje met een gat in het midden. In goed Nederlands zouden we het een bagel noemen. Dat is precies wat we in dit recept ook gaan doen, met dien verstande dat het hier niet gaat om brooddeeg, maar om gehakt vermengd met kleine blokjes spek en kaas en wat gedroogde pepertjes. Daarvan maken we een ronde, afgeplatte bal met een gat in het midden, en die gaan we bakken op de gril. Dat gat zit er niet voor niets, want daar komt straks een mooi rond bolletje kajmak in.
Een flinke kilo vlees plus nog eens 200 gram kaas lijkt misschien een beetje overdreven voor vier personen, maar đevrek is dan ook geen gerechtje voor de kleine eters en de slanke-lijners. Maak de đevreci toch liever niet kleiner, en zeker niet te dun, want dan worden ze al snel droog en smakeloos. De bedoeling is dat het gehakt tijdens het grillen veranderd in een smeuïge en sappige massa met een licht goudbruin korstje.

Đevrek

Voor 4 đevreci hebben we nodig:
800 gr. rundergehakt
150 gr. varkensgehakt
100 gr. gerookt buikspek
200 gr. kaas
1 tl. grof gesnipperde gedroogde pepertjes
zout en peper
plantaardige olie
kajmak

Snij de kaas en het spek in kleine blokjes, niet groter dan ½ – 1 cm. Dat gaat bij het gehakt, samen met 1 tl. pepersnippers, 1 tl. zout en wat vers gemalen zwarte peper. Smeer een klein beetje olie op je handen en kneed het gehaktmengsel goed dooreen. Verdeel het in vier stukken en maak van ieder stuk een bol. Plat die bollen een beetje af en maak er in het midden met je duim en gat in, terwijl je het ding met je handen mooi rond kneed.

Smeer de gehaktschijven in met olie en leg ze op een gloeiend hete gril. Bak ze in 20 – 25 minuten mooi goudbruin. Daarbij keer je ze regelmatig en wrijf je ze steeds weer in met wat olie.

Leg de đevreci op borden en schep m.b.v. twee lepels (of een ijslepel) een mooi bolletje kajmak in het gat. Serveer met wat fijn gesnipperde rauwe uien en een paprikasalade.

 

Đevrek
download dit recept

Kroatische recepten       Gerechten uit de keuken van Kroatië

 

Varaždinska torta
Varaždin taart

“Komm’ mit nach Varasdin”, zingt Baron Zsupán zijn beoogde bruid toe in Emmerich Kálmán’s operette “Gräfin Mariza”.
Varaždin, waar de baron zijn landgoed zou hebben, is een stad te midden van fraai natuurschoon, in het noorden van Kroatië, niet ver van de grens met Slovenië. De stad zelf mag er ook zijn met haar barokke stadscentrum, een hagelwit kasteel met een rood dak en -voor de liefhebbers- een fraaie begraafplaats, aangelegd in 1793. Voor de melomanen zijn er de jaarlijkse barokmuziekavonden en het blaasmuziekfestival, en als je zin hebt om te badderen is eventjes ten zuiden van de stad het heilzame kuurbad van Varaždinske Toplice. Alsof dat allemaal nog niet genoeg is heeft Varaždin nóg een traktatie voor ons in petto: de Varaždinska torta, een smakelijke taart van chocolade, gevuld met kastanjepuree. Het is eventjes mengen en modderen, maar het eindresultaat is werkelijk om er je vingers bij op te eten.

Kom mee dus, naar Varaždin!

Varaždin taart

Voor onze Varaždinska torta hebben we nodig:

225 gr. boter
225 gr. suiker
200 gr. pure chocolade
6 eieren
130 gr. bloem

en voor de vulling:
2½ dl. slagroom
1 blik kastanjepuree (450 gr.)
100 gr. suiker

en voor de glazuurlaag:
150 gr. boter
150 gr. poedersuiker
115 gr. pure chocolade

en tenslotte nog:
chocoladekrullen voor de garnering, of anders wat hele kastanjes, in gesmolten chocolade gedoopt.

Varaždinska torta maak je zo:
Verwarm de oven voor op 180ºC. Vet een springvorm van ongeveer Ø 22 cm. in met boter.

Roer de 225 gr. zachte boter met de 225 gr. suiker tot een romig mengsel. Smelt de chocolade au bain-marie en meng het er onder. Splits alle zes de eieren. Doe de eierdooiers bij het mengsel en schep het goed door.

In een vetvrije kom klop je de eiwitten stijf. Meng nu afwisselend de bloem en het opgeklopte eiwit door het deeg. Doe het mengsel in de ingevette springvorm en zet het in de voorverwarmde oven. Drie kwartier, misschien vijf minuutjes langer, tot de koek stevig aanvoelt. Als je in het midden een breinaald steekt en hij komt er droog uit, dan is het goed. Laat de koek in de vorm helemaal afkoelen.

Ondertussen klop je de slagroom lichtjes op. Meng er de kastanjepuree en de suiker onder. Haal nu de afgekoelde taart uit de vorm. Snij hem horizontaal doormidden, zodat je twee taarten hebt. Verdeel de vulling met een mes over een van de helften. Leg er de andere helft bovenop.

Voor het glazuur roer je de boter en de suiker tot een romige, zachte massa. Smelt de chocolade au bain-marie en meng die er doorheen. Bestrijk de taart bovenop en rondom met deze crème. Zet hem dan een uurtje in de koelkast.

Garneer de taart ten slotte met chocoladekrullen of met in gesmolten chocolade gedoopte kastanjes.

 

Varaždin taart
download dit recept

Macedonische recepten      Gerechten uit de keuken van Macedonië

 

Охридско ѓомлезе – Ohridsko ǵomleze
Gjomleze uit Ohrid

Gjomleze komt uit het zuidwesten van Macedonië, de fraaie streek rond het wonderschone meer van Ohrid. Het is een hartige, zachte taart gemaakt van een beslag van water, bloem en zout. Dat beslag wordt steeds in dunne laagjes over elkaar gebakken, dus je bent er wel eventjes zoet mee.
Traditiegewijs gebeurt dat bakken “onder de klok” (ook: “onder de as”), een kooktechniek die ook in Dalmatië en Montenegro nog veel wordt toegepast. Daarbij worden de ingrediënten in een grote, platte schaal gedaan. Die schaal wordt afgedekt met een nog groter ijzeren deksel (de “klok”). Het geheel wordt met gloeiende houtskool bedekt en wordt zo gegaard. Dat gaan we thuis niet doen. Ten eerste hebben we geen “klok”, en ten tweede staan we hier, in onze noordelijke streken, halverwege de avond meestal in de regen te knoeien, dus doen we het gewoon binnen, in de oven. In de oven gaat het namelijk ook prima.

Gjomleze

voor onze gjomleze hebben we nodig:
1½ kg. bloem
2 l. water
2 tl. zout
1 dl. olie

plus een grote, platte, ronde ovenvorm van metaal of emaille, Ø 30 cm. of wat groter, diepte ongeveer 8 – 10 cm.

Verwarm de oven op 200ºC.

Meng de bloem, het zout en het water met een mixer tot een dun, vloeiend beslag, zoals dat voor flensjes. Vet de pan in met olie. Zet hem in de voorverwarmde oven en laat hem heet worden. Haal de pan uit de oven en verspreid de olie nog eens goed over de bodem door hem wat heen en weer te bewegen. De overtollige olie giet je terug in het kopje. Giet er met een pollepel nu een dun laagje beslag in. Zet het in de oven en bak het tot het lichtjes bruin kleurt, zoals een pannenkoekje, met wat donkere vlekken.

Giet er nu een tweede laagje van het beslag overheen. Draai wat heen en weer met de pan om het allemaal goed te verspreiden en besprenkel het met een beetje olie. Zet het terug in de oven en bak het weer lichtjes bruin. Ga zo verder tot al het beslag op is.

Als de laatste laag mooi lichtjes bruin is gebakken bestrijk je de gjomleze goed met olie. Nu snij je de gjomleze in (niet te kleine) blokjes. Traditioneel zou dat in een mooi ruitpatroon moeten zijn, maar we gaan niet muggenziften. Bestrijk het geheel nog een keer goed met olie, zet het terug in de oven en laat het nu mooi goudbruin kleuren.

Dien de gjomleze op met kajmak of stevige yoghurt en b.v. een paprikasalade.

 

Gjomleze
download dit recept

Kroatische recepten      Gerechten uit de keuken van Kroatië

 

Pržene gavuni
Gefrituurde visjes

Een van de aangenaamste geneugten die een zonovergoten, zomerse dag aan de kust te bieden heeft is een terrasje met uitzicht over het water, met daarop een stoel en een tafeltje waarop een paar nijvere, blijmoedige handen een fris glaasje wit en een bordje vol met van die kleine goudbruin gefrituurde visjes voor je hebben neergezet. Aan de Dalmatische kust zal dat dan in veel gevallen een bordje gavuni zijn.
De gavun, een Mediterraans visje dat de latijnse naam Atherina hepsetus heeft gekregen, behoort tot de familie van Atherinidae: de koornaarvissen. Dat heb ik niet van mezelf, maar van Wikipedia, want van taxonomie heb ik net zoveel kaas gegeten als een koe van het leggen van eieren.
De gavun is een vrij langgerekt, slank visje, met een wat vooruitgestoken bekje met kleine tandjes. Het is zilverachtig wit, wat donkerder op de rug, met een lichtblauwe horizontale streep over de zijden. Het volgroeide visje is zo rond de 15 cm. lang, en hoewel het maar een klein beestje is, is het echte carnivoor; een plaag voor minuscule diertjes als roeipootkreeftjes en andere kleine kreeftachtigen. Dat is jammer voor de kreeftjes, maar gunstig voor ons, want de smakelijkste vissen zijn doorgaans roofvissen, ook als het zulke onderdeurtjes zijn.

Gefrituurde visjes

Het visje komt in onze contreien niet voor, maar niet getreurd: dit eenvoudige maar uiterst smakelijke gerechtje maak je met net zoveel succes met spierinkjes –Osmerus eperlanus-, a.k.a. komkommervisje.

We hebben nodig:
visjes (zie hierboven)
bloem
frituurolie
1 citroen

Kinderlijk eenvoudig, dat is dit recept, als je het al een recept mag noemen. De hele kleintjes, van zo’n 5 – 6 cm., die maak je niet schoon, maar eet je met alles erop en eraan. Heb je wat grotere visjes gekocht, dan haal je ze leeg door simpelweg een sneetje over het buikje van de aars tot de kop te maken en er dan met je vinger doorheen te gaan. Bij de nog iets grotere visjes snij je er ook het kopje af.

Verhit de frituurolie tot 180ºC.

Was de visjes onder koud water, maak ze goed droog en haal ze door de bloem. Een goede methode is om ze samen met wat bloem in een plastic zak te doen, er lucht bij te blazen en het dan eens goed om te schudden. Doe de visjes daarna in een zeef en schud de overtollige bloem eraf.

Dan laat je ze in de hete frituur glijden en bak je ze goudbruin en krokant. Dat zal in een paar minuten gebeurd zijn. Laat de gefrituurde visjes eventjes uitlekken op keukenpapier.

Dien ze meteen op, met een partje citroen, misschien met nog een schaaltje tartaarsaus, maar in ieder geval een glaasje frisse witte wijn.

 

Gefrituurde visjes
download dit recept

Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Eierschwammerlsauce
Cantharellensaus

Eierschwammerl, eierzwammetjes, zo heten in Oostenrijk cantharellen: die fraaie, goudgele paddenstoeltjes waar je zulke heerlijke dingen mee kunt maken. Zoals deze klassieker bijvoorbeeld. Eierschwammerlsauce is een dikke, romige saus -je zou het eerder een ragout noemen- op basis van uien en een sterke bouillon, rijkelijk gevuld met de gaar gestoofde zwammetjes. Deze cantharellensaus wordt vaak samen met Semmelknödel gegeten, als vegetarisch hoofdgerecht. Ze past echter ook uitstekend als bijgerecht bij een stuk vlees, bijvoorbeeld kalfsgebraad of een varkenshaasje.

Cantharellensaus

Deze klassieke Oostenrijkse cantharellensaus maak je met:
2 grote uien
1 kg. cantharellen
1 teen knoflook
1 volle el. bloem (om te bestuiven)
5 dl. sterke kalfs- of runderbouillon
2 dl. zure room
zout en peper
bladpeterselie

Snipper de uien en bak ze op een matig vuurtje in een flinke klont boter tot ze glazig worden en lichtjes bruin gaan kleuren.

Ondertussen maak je de cantharellen schoon, Dat doe je best met een kwastje. De kleintjes laat je zoals ze zijn; de grote snij je een keer door. Doe ze bij de uien in de pan. Ze zullen vocht gaan afgeven. Bak het rustig door tot al het vocht nagenoeg is verdampt.

Verwarm ondertussen in een pannetje de runderbouillon.

Dan bestuif je het met een eetlepel bloem. Roer het nog eens goed door en giet er dan de hete runderbouillon overheen. Niet alles in een keer maar beetje bij beetje, zodat een dikke saus ontstaat zonder kluiten en klonters. Laat het eventjes goed opkoken en meng er dan de room doorheen. Wacht tot het weer kookt, zet het vuur nu wat lager en laat het rustigjes wat inkoken tot de saus een mooie, romige dikte heeft. Proef de cantharellensaus af op zout en peper. Bestrooi de saus met verse peterselie.

Dien de cantharellensaus op met Semmelknödel of een paar schijven Serviettenknödel, of als saus bij een mooi stuk (kalfs)vlees.

 

cantharellensaus
download dit recept

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Staročeský kaldoun
Oud-tsjechische gevogeltesoep

Het woord “kaldoun” komt van het Duitse “Kaldaunen” of “Kutteln”, wat pens betekent. In Tsjechië wordt het woord echter niet gebruikt voor penssoep, maar voor een soep van die delen van het gevogelte (of konijn) dat voor niet veel anders dan soep gebruikt kan worden: de vleugelpunten, de nek en de ingewanden als lever, longen, maag, hart, etc. Van die ingewanden wordt tegenwoordig eigenlijk alleen nog de lever gebruikt, en wel in de knoedeltjes waarmee deze soep wordt verrijkt.
Voor de soep zelf neem je wat er van de gebraden kip (of eend, of gans) van gisteren is overgebleven.Het lekkerste wordt je soep als je het karkas nog hebt. In ieder geval laat je alles wat er nog op en aan het vlees zit -botjes, vellen, etc.- gewoon zitten. Dat gaat samen met wat kruiden en wortelgroenten in een grote pan op het vuur, en dat blijft daar net zolang staan tot het kippen-, eenden- of ganzensoep is geworden. Die soep wordt gezeefd, licht gebonden met een roux en dan gaan er ten slotte de knoedeltjes van kippenlever in.

Gevogeltesoep

voor deze Tsjechische gevogeltesoep hebben we nodig:
restjes gevogelte van gisteren (of vleugels, nek en ingewanden)
zout
nootmuskaat
1 ui
2 kruidnagelen
1 wortel
1 pastinaak
1 peterseliewortel
1 laurierblad
2 tenen knoflook
10 hele peperkorrels
5 pimentkorrels
boter
2 el. bloem
bladpeterselie

en voor de knoedeltjes:
4 – 5 kippenlevertjes (100 gr.)
2 el. boter
1 ei
2 el. melk
2 el. paneermeel
1 teen knoflook
majoraan
zout en peper

De restjes kip doe je in een grote pan met 3 liter water. Breng het aan de kook, kruid het met zout en een snuf nootmuskaat. Als je ingewanden gebruikt, spoel ze dan eerst goed schoon, kook ze kort in gezouten water en schuim het af.

Pel de ui. Steek er twee kruidnagels in en doe die bij de soep. De wortelgroenten maak je schoon en snij je in een paar grote stukken. Die gaan ook in de pan, samen met het laurierblad, wat peterselie, de peperkorrels, de pimentkorrels en de ongepelde tenen knoflook. Laat het een uurtje of 2 heel, heel zachtjes koken. Nu giet je de soep door een zeef in een andere pan. Zet ze terug op het vuur en breng het opnieuw aan de kook.

Laat nu een flinke klont boter smelten in een steelpannetje. Roer er de bloem door en laat het eventjes heel zachtjes gaan, tot het lichtbruin wordt. Schep er dan wat van de bouillon door zodat je een dikke saus krijgt. Die giet je terug bij de soep. Laat het nog heel even doorkoken.

Nu maak je de knoedels. Hak de kippenlevertjes zo fijn als je kunt. Meng ze in een diepe kom met de boter, het ei, de geraspte knoflook, een flinke snuf majoraan, het paneermeel en de melk. Als het deeg te dun is mag er nog wat paneermeel bij. Kruid het met zout en peper, kneed het eens goed door en rol er kleine balletjes van. Die knoedeltjes laat je in de kokende soep glijden. Laat ze 8 tot 10 minuten zachtjes koken. Als ze boven komen drijven zijn ze gaar.

Gevogeltesoep

Leg in ieder bord een paar knoedeltjes en schep er de gloeiend hete bouillon overheen. Bestrooi de soep met gehakte bladpeterselie en zet ze op tafel.

 

Gevogeltesoep
download dit recept

Oostenrijkse recepten       Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Käseknödel
Kaasknoedels

Käseknödel, kaasknoedels, zijn in vet gebakken ballen van een deeg van oud witbrood en eieren waardoor blokjes kaas zijn gemengd. Dit vegetarische gerechtje wordt vaak opgediend in een runderbouillon, maar is zeker ook prima geschikt als hoofdmaaltijd, samen met een frisse salade en wat bieslooksaus. In de winter eet je er b.v. lekkere gestoofde zuurkool bij.

Käseknödel

Hiermee maak je voldoende Käseknödel voor vier personen:
400 gr. oudbakken witbrood, in blokjes gesneden (Semmelwürfel)
2½ dl. melk
4 eieren
nootmuskaat
zout
1 ui
250 gr. pittige bergkaas, geraspt
2 el. gehakte peterselie
4 el. boter

Klop de eieren los met de melk. Kruid het met een half theelepeltje zout en wat nootmuskaat. Giet het mengsel over de blokjes witbrood en laat het een kwartiertje zo staan.

In de tussentijd snipper je de ui en bak je ze in een pannetje met een beetje boter zachtjes tot ze glazig wordt en lichtbruin gaat kleuren. Zet het vuur uit en laat het afkoelen.

Breng een grote pan met gezouten water aan de kook.

Meng de afgekoelde ui, de gehakte peterselie en de geraspte bergkaas door het ei-broodmengsel. Kneed het eens goed door en vorm er dan met je handen balletjes van, ongeveer zo groot als een pingpongballetje. Die laat je in het kokende water glijden. Leg het deksel op de pan en laat de Käseknödel 20 minuutjes trekken.

Smelt de boter in een koekenpan. Haal de Käseknödel uit het water met een schuimspaan, laat ze eventjes uitlekken en bak ze dan in de hete boter rondom bruin.

Zet de Käseknödel op tafel met b.v. gestoofde zuurkool, of met bieslooksaus en een salade. Käseknödel zijn ook heel lekker in een soepje, b.v. een heldere runderbouillon. Leg de knoedeltjes daarvoor in diepe borden en giet er de hete bouillon overheen.

 

Käseknödel
download dit recept