Categoriearchief: Roemenië

Roemenië – Roemeense recepten – gerechten uit Roemenië – de Roemeense keuken

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Pui cu usturoi
Kip met knoflook

Dit vrij eenvoudige gerecht van kippenbouten met knoflook wordt traditiegetrouw opgediend op een bergje mamaliga, buiten Roemenië beter bekend als polenta.
Voor dit recept is het belangrijk om bouten (of evt. vleugels) te nemen, want we hebben het vette vel en de smaakrijke botjes nodig. De kip wordt namelijk grotendeels in haar eigen vet rondom bruin gebakken en daarna samen met een plens water en wat kruiderij gestoofd, waarbij ze haar eigen bouillon produceert. Vlak voor het serveren gaat de knoflook pas door de saus, zodat we niets van haar bedwelmende pittigheid verliezen.

Kip met knoflook

Voor deze Roemeense kip met knoflook hebben we nodig:
4 kippenpoten
zout en zwarte peper
2 el. olie
1 tl. scherp paprikapoeder
water
4 grote tenen knoflook (iets meer mag ook)
een klein bosje platte peterselie*

*Geen krulpeterselie uit de super gebruiken, want dat smaakt naar niets. Als je geen verse platte peterselie kunt krijgen, neem dan beter wat gedroogde of een ander kruid, bijvoorbeeld dille.

Was de kippenpoten, dep ze droog en kruid ze royaal met zout en peper. Verhit twee eetlepels olie in een grote, zware pan, waar de poten naast elkaar in passen. Leg er de kippenpoten met het vel naar beneden in en laat ze in ong. 10 minuten op niet te hoog vuur mooi bruin kleuren. Draai ze dan om en laat ze nog eens vijf minuutjes gaan.

Giet zoveel water bij de kippenpoten dat ze zo ongeveer net onder staan. Doe er de helft van de gehakte peterselie en een tl. paprikapoeder bij en breng het geheel aan de kook. Zet het vuur nu zo laag dat het vocht nog net wat pruttelt, maar niet meer dan dat. Leg het deksel schuin op de pan en laat de poten door en door gaar worden. Zeker een half uur, nog wat langer als je het fijn vind dat het vlees zo’n beetje van het bot valt.

Ondertussen maken we de mamaliga. Giet koud water in een pan en doe het maïsmeel erbij. Kruid het met zout en breng het al roerend aan de kook op middelhoog vuur. Als de massa dikker begint te worden zet je het vuur laag en blijf je roeren tot het spul van de wand van de pan los begint te komen, dan is het gaar.

Haal de poten uit de pan en leg ze even apart op een bord. Breng het vocht op hoog vuur snel aan de kook en laat het in een paar minuten flink inkoken tot een wat dikkere saus. Rasp ondertussen op een fijne rasp de tenen knoflook boven de saus. Kruid met de rest van de peterselie en -indien nodig- met nog wat zout en/of peper, leg de poten terug in de pan en kook de saus nog 1 minuut stevig op.

Verdeel de mamaliga over vier borden, leg er de kippenpoten op en lepel er de hete saus overheen.

 

Kip met knoflook
download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Pasta de jumari
Spread van kaantjes

Een Roemeense traditional is het, dit smakelijke smeerseltje voor op een stukje brood voor bij het borreltje of het biertje. Fijngemalen kaantjes met wat ui en kruiden: het is kinderlijk eenvoudig. De kaantjes koop je bij de slager, of je maakt ze vrij eenvoudig zelf. Op deze pagina lees je hoe je dat doet.

250 gr. kaantjes
1 hardgekookt ei
1 kleine ui
½ tl. zwarte peper
½ tl. scherp paprikapoeder
(evt.) zout

Eenvoudiger dan dit kan een recept niet worden: doe alle ingrediënten in de keukenmachine en maal het tot een fijne brij. Klaar. In een afgesloten pot in de koelkast kun je het spul nog een hele tijd bewaren.

Je smeert het op een stukje brood, garneert het met flinterdun gesneden ringetjes rode ui en een snufje paprikapoeder. Ook lekker met wat augurkjes en/of ander tafelzuur.

 

Spread van kaantjes
download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Ochi de păun
Pauwenogen

Bij het zien van dit kleurrijke Roemeense lekkernijtje krijgen we wel zo’n donkerbruin vermoeden waar ze de naam, pauwenogen, vandaan gehaald hebben. De twee vuurrode kersen de je, aan weerszijden van een zoete walnotenvulling, vanuit hun goudbruin gebakken deegbrilletje verleidelijk aankijken, doen onwillekeurig denken aan een vlindertje: ochi de păun, of, zoals we het diertje in het Nederlands noemen, de dagpauwoog. De associatie met dat brilletje, die verklaart dan meteen ook de andere naam waaronder dit gebakje bekend staat: prajitura ochelari oftewel bril-gebak. Ochi de păun is een bijzonder lekker gebakje dat betrekkelijk snel en vooral gemakkelijk te maken is. Snel, makkelijk & smakelijk. Dat is altijd goed nieuws.

Pauwenogen

voor een grote bakplaat vol van deze pauwenogen gaan we in huis halen:
500 gr. bloem
150 gr. boter
1 pakje (7 gr.) instant gist
1 snufje zout
1½ dl. lauwwarme melk
3 eieren

1 pot kersen op siroop (800 ml.)
100 gr. suiker
200 gr. gemalen walnoten of gemalen maanzaad
1 zakje vanillesuiker
1 tl. citroenzeste
6 el. jam (bessen, kersen, pruimen, rozenbottel….)
plus nog wat poedersuiker voor het bestrooien

Laat de kersen goed uitlekken. Scheid de eieren. De dooiers zijn voor het deeg; de eiwitten voor de vulling.

Meng de bloem met een snuf zout en de instant gist. Verwarm de melk samen met de boter tot lauwwarm. Meng het door de bloem, doe er de eierdooiers bij en kneed er een deeg van.

Verdeel het deeg in drie stukken en rol het dun uit tot 3 rechthoeken (ong. 25 x 35 cm.). Smeer de vellen deeg in met de jam en leg langs iedere lange zijde een rij kersen, dicht tegen elkaar en dicht tegen de rand.

Rol het deeg nu over de kersen aan beide kanten strak op naar binnen. In het midden, tussen de twee rollen, laat je een ruimte vrij van goed twee vingers breed.

Klop de eiwitten met de suiker en de vanillesuiker tot een stijf schuim. Schep de gemalen walnoten (of het gemalen maanzaad) en de citroenschilletjes er met een spatel door. Hiermee vul je de opengelaten ruimte. Dat gaat misschien het gemakkelijkste met een spuitzak.

Leg het gebak op een bakplaat dat je hebt bekleed met bakpapier en bak het aan 180º C. in drie kwartier, misschien wat langer, tot lichtbruin.

Laat het gebak afkoelen onder een keukendoek, bestrooi het met poedersuiker en snij het in plakken.

 

Pauwenogen
download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Slănină fiartă cu usturoi şi boia
Gekookt spek met knoflook en paprika

Dit is een echte lekkernij voor in de wintertijd, met van die nachten zo bitter koud dat je oren van je hoofd lijken te vriezen, een laag ijs op de sloten waar een Fries rayonhoofd zijn vingers bij zou aflikken en krakende voetstappen over een dik pak sneeuw. Dat werk. Binnen brandt er dan natuurlijk een knappend haardvuurtje en zitten we met z’n allen rond de borreltafel. Glaasje wijn, glaasje port en op de tafel een houten plank met daarop wat stevig plakken brood en een groot, dik stuk gekookt spek, ingesmeerd met knoflook en helrode paprika. Afgezien van dat rayonhoofd zou de scène er in Transsylvanië niet anders uitzien.

Voor dit gerecht gebruiken we buikspek, dun gesneden van de onderzijde van de buik, maar wel aan één stuk, en ook de huid moet er nog aan zitten. De hoeveelheid vlees die tussen het vet zit is minder belangrijk. Wat wel van belang is, dat is de kwaliteit van het spek. Het moet gemarineerd zijn in zout water en daarna gerookt.

Het spek wordt gekookt in zuurkoolsap. Als je zelf zuurkool maakt, dan heb je er meer dan genoeg van. Koop je je zuurkool in de winkel, dan gebruik je gezouten water. Dat is een prima alternatief, waaraan we wat smaakmakers als laurier, peper en piment toevoegen. Het gekookte spek wordt daarna ingesmeerd met flink wat knoflook en paprikapoeder en een tijdje weggelegd, voordat het in flinterdunne plakken wordt gesneden en een ereplaatsje krijgt op de borreltafel.

Spek met knoflook en paprika

1 kg. gerookt buikspek, aan één stuk, maar dun gesneden, met huid
1 bol knoflook (8 – 10 tenen)
2 laurierbladeren
1 el. zwarte peperkorrels
7 korrels piment
zuurkoolsap (of zout water)
3 el. zoet paprikapoeder
1 el. olie
1 tl. zout

Om te zien hoeveel water (of zuurkoolsap) je nodig hebt is er een eenvoudig trucje: leg het spek in de pan (is het te groot, snij het dan in twee of drie stukken), giet er zoveel water bij tot het ruim onder staat en haal het spek er weer uit.

Breng het zuurkoolsap (of water met een afgestreken eetlepel zout per liter) aan de kook. Doe er laurier, peperkorrels en piment bij, plus 3 tenen knoflook. Laat het spek in de pan glijden. Wacht tot het water opnieuw kookt, zet het vuur dan lager en laat het zachtjes verder pruttelen.

Na 40 minuten controleer je of het spek gaar is. Glijdt een vork er met gemak in, dan is het goed, anders nog een minuutje of tien laten gaan. Laat het niet langer koken dan nodig is, anders wordt het papperig en onsmakelijk.

Haal het spek uit het water en laat het goed uitlekken in een vergiet. Laat het zo helemaal afkoelen.

Wrijf rest van de tenen knoflook samen met een theelepel zout en een eetlepel olie in een vijzel tot een brij. Is de massa niet smeuïg genoeg, dan mag er nog wat olie bij. Dat smeer je over het spek.

Bestrooi het spek royaal met het paprikapoeder en zet het een paar uur in de koelkast. Een hele nacht mag ook.

Als het moment suprême is aangebroken schraap je de knoflook-paprikabrij van het spek af. Doe de brij in een schaaltje en zet er een lepeltje in. Snij het spek met een vlijmscherp mes (of een snijmachine) in flinterdunne plakken en leg het op een bord of plank. Het schaaltje knoflook-paprikapuree zet je er naast. Serveer het spek met vers, zacht (desem)brood en misschien nog wat tafelzuur.

 

Spek met knoflook en paprika
download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Ardei în sos de muștar
Paprika in mosterdsaus

In Roemenië kom je dit gerechtje tegen als “gogoșari în sos de muștar”. De vruchten die daar voor deze in mosterd en azijn ingemaakte paprika’s worden gebruikt zijn nl. die van de gogoşari paprika (Capsicum annuum Gogoscharii Group). Dat zijn grote, rode, vlezige paprika’s met de rondborstige vorm van een grote tomaat. Een gogoşari paprika weegt zo’n 200 – 250 gr. en heeft compact, sappig en zoet vruchtvlees, dat dikker en knapperiger is dan dat van andere variëteiten. De gogoşari paprika wordt gebruikt in salades, gebakken, gevuld, ingemaakt of gemarineerd in zoetzure saus. Ze wordt ook samen met andere groenten verwerkt tot zacusca, de Roemeense versie van ajvar.
In onze contreien is de gogoşari niet te krijgen. Geen nood, we nemen gewoon onze eigen huis-tuin-en-keuken-paprika’s. Zowel de rode als de gele zijn in dit recept prima te gebruiken. Pietje-precies als we zijn moeten we dan natuurlijk wel de naam van het gerechtje aanpassen, en houden het dus op “Ardei în sos de muștar”.
Dit recept voor ingemaakte paprika’s komt ieder jaar oktober uit de kast, wanneer de paprika’s met karrenvrachten geoogst worden en voor een appel en een ei in de winkel liggen. Maak er een paar potten vol van, dan heb je de hele winter wat smakelijks achter de hand. Je kunt het namelijk voor van alles en nog wat gebruiken: opgewarmd is het erg lekker als vegetarische maaltijd, met rijst of mămăligă, maar ook als saus over b.v. een stukje varkensvlees of een gebakken kipfilet. je kunt er soepen en stoofpotten mee oppeppen, of je eet het als tafelzuur.

Paprika in mosterdsaus

voor 4 potten van 7 dl.hebben we nodig:
2 kg. paprika’s (rood en/of geel)
200 gr. fijne mosterd (middelscherp)
2 dl. witte (brande)wijnazijn
2 dl. neutraal smakende olie
200 gr. suiker
2 laurierblaadjes
10 zwarte peperkorrels
2 el. grof (zee)zout

Maak de paprika’s schoon en snij ze in reepjes.

Kook olie, azijn, suiker, mosterd, laurier en peper op gedurende 5 min., tot het een homogene saus wordt.

Doe er nu de reepjes paprika bij en breng weer aan de kook. Het lijkt of er veel te weinig vocht is, maar dat komt goed. Laat het spul met het deksel op de pan 10 min. op middelhoog vuur sudderen. Af en toe schep je het om.

Haal het deksel van de pan en laat het nog eens 5 – 10 min. gaan, tot de paprika’s slinken en in de saus verdwijnen.

Roer het zout door de saus en laat het nog 1 minuut koken.

Schep de paprika’s met de saus in gesteriliseerde potten, draai ze dicht en laat ze ondersteboven afkoelen.

 

Paprika in mosterdsaus
download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Salată Dobrogeană
Salade uit Dobrogea

Laat het geen Roemeen horen, maar deze salată dobrogeană is eigenlijk dezelfde salade als de fameuze Bulgaarse Shopska salade, bekend en geliefd op de hele Balkan en ver daarbuiten. Komkommer, tomaat, paprika en feta, met een vinaigrette van olie en azijn. Een enkel klein verschilletje is de olie: in deze Roemeense versie gebruiken we olijfolie. Volgens de meeste recepten moeten er nog een paar zwarte olijven bij; volgens andere een flinke snuf dille en een hardgekookt eitje en er zijn er zelfs die een klodder mayonaise voorschrijven. Die olijven, vooruit. Maar de rest, daar beginnen we niet aan. Een echte Roemeense salată Dobrogeană, met dank aan de Bulgaarse buren.

Salată Dobrogeană

We hebben nodig:
een komkommer
2 – 3 tomaten
1 groene paprika
1 – 2 lente-uien
een handje zwarte olijven
100 gr. feta (mag zeker ook van koemelk)
zout en peper
olijfolie
witte wijnazijn

In een grote kom doe je 2 el. azijn met een grootmoedige snuf zout. Roer even tot het zout is opgelost en doe er dan 4 of 5 el. olie bij. De komkommer snij je in schijfjes, de uitjes in ringetjes, de tomaten in partjes en de paprika in reepjes. Dat gaat in de kom bij de vinaigrette. Strooi er wat zwarte olijven over en meng het allemaal eens goed door elkander.

Verdeel de salade over bordjes, rasp er met gulle hand de feta overheen en zet het op tafel. Glaasje wijn erbij en we eten weer. Hiep hiep hoera.

Salată Dobrogeană
download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Budincă de dovlecei
Pudding van courgette

Bij het woord pudding denken we meteen aan een zoet en koud nagerechtje, maar in feite is het een al oude keukenterm die wordt gebruikt voor van alles wat -zonder deegkorst- in een vorm gebakken of gekookt wordt. Niet alleen zoet, maar ook hartig. Zo ook deze klassieker uit Roemenië: een hartig baksel van courgette, verse kaas, eieren en ham.
Iedereen die een paar courgetteplanten in de tuin heeft staan weet wat voor een overdaad aan vruchten dat in de zomer oplevert. Deze “pudding” van courgettes is een mooie manier om daar iets smakelijks mee te doen. Het is een simpel recept waar je niet veel werk aan hebt, maar met een resultaat om er je vingers bij op te eten.

Courgette pudding

we hebben nodig:
1 kg. courgette
500 gr. verse kaas (“feta” van koemelk)
150 gr. kaas
4 eieren
zout en peper
5 el. bloem
3 – 4 tenen knoflook
100 gr. gerookte ham
peterselie

en dan nog:
boter
paneermeel
geraspte kaas

Courgette pudding

Was de courgettes goed onder stromend water. Schillen is niet nodig, alleen de uiteinden eraf snijden. Een kwart van de courgettes snij je in dunne plakjes, dat is voor de decoratie. De rest haal je door een grove rasp. Bestrooi het met zout en laat het een half uurtje uitlekken in een vergiet.

Courgette pudding

Klop de eieren los en meng ze met de twee soorten kaas. Meng er 5 eetlepels bloem onder en kruid het met zout (een beetje, want de kaas en de courgettes zijn al zout), peper, de geraspte tenen knoflook en de gehakte peterselie.

Courgette pudding

Snij de ham in kleine blokjes. Dat mag er ook door, samen met de uitgelekte en nog wat uitgeknepen courgettes.

Courgette pudding

Verwarm de oven voor op 180ºC.

Courgette pudding

Vet een vorm van geglazuurd aardewerk of glas in met boter en bestrooi het met paneermeel. Doe de courgette- en kaasmassa in de vorm en strijk het glad. Leg er de in dunne plakjes gesneden courgette bovenop en bestrooi het met geraspte kaas. Verdeel er wat kleine klontjes boter over.

Courgette pudding

Schuif de courgettepudding in de oven en bak ze in ongeveer 45 min. goudbruin.

Courgette pudding

Even wat laten afkoelen, in stukken snijden en opdienen.

 

Courgette pudding
download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Salată de Vinete
Auberginesalade

Roemeenser dan deze salade van aubergines zal het niet snel worden. Het is eigenlijk een smeerseltje wat je eet met lekker knapperig brood, als voorgerecht of als lunch op een zonovergoten zomerse dag. De hoeveelheid is voldoende voor vier personen, maar maak gerust wat meer want het spul is prima bestand tegen een nachtje in de koelkast.

Auberginesalade

Hiermee maak je genoeg auberginesalade voor 4 personen:
2 grote aubergines
1 kleine ui
neutraal smakende olie
zout
citroensap

De eerste stap is de aubergines grillen. Grillen, en niet bakken in de oven, want de rokerige smaak van gegrilde aubergines is essentiëel wil je Roemeense auberginesalade ook echt als een Roemeense auberginesalade smaken, en niet als zomaar een auberginesalade. Leg ze dus op een hete gril of bakplaat, of prik ze op een grote vleesvork en gril ze aan alle kanten boven een open vuur. Prik je aubergines eerst wel even op een aantal plaatsen in met een prikker of een breinaald, anders loop je kans dat de groente tijdens het grilleren zal ontploffen.

Als de aubergines gaar zijn leg je ze in een zeef boven een kom. Dan kan het bittere vocht weglopen.

Is de aubergine helemaal afgekoeld, dan haal je de huid eraf, plus alle stukken die zwart zien. Volgens de regelen der kunst doe je dat niet met een mes van metaal. Het verhaal gaat namelijk dat het vruchtvlees meteen zal verkleuren en een beetje raar gaat smaken door de oxidatie. Een rechtgeaarde Roemeen zal dus iets van kunststof, hout of keramiek gebruiken. Snij of hak het vruchtvlees fijn. Doe dat met de hand en niet in een keukenmachine, want dan krijg je een brij zonder structuur. Het spul moet een romige consistentie hebben. Kruid het vruchtvlees met een of twee tl. zout en een scheutje citroensap.

En nu gaat het verder net als mayonaise. Giet er nu in een dunne straal de olie bij, waarbij je het steeds met een houten lepel door het vruchtvlees slaat. Als de salade een mooie romige massa is geworden, niet te dik maar vooral ook niet te dun, dan hou je op. De hoeveelheid olie hangt uiteraard af van de grootte van de aubergines. Meng er nu de heel fijn gesnipperde ui onder en proef af op zout en citroensap.

Eventueel kun je de salade nog wat optutten met mayonaise, tomatenpuree of peper, maar echt nodig is dat niet. Veel lekker brood erbij, dat wel.

 

Auberginesalade
download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Clătite umplute la cuptor
Gevulde pannenkoekjes uit de oven

De pannenkoekjes in dit recept worden gevuld met kipfilet en groenten, en vervolgens gebakken in de oven onder een laagje room en kaas.

Gevulde pannenkoekjes uit de oven

Voor de pannenkoekjes hebben we nodig:
2 eieren
200 gr. bloem
1 snufje zout
4 dl. melk
2 el. olie

voor de vulling:
500 gr. kipfilet
1 ui
2 bosuitjes
1 rode paprika
1 wortel
zout en peper
oregano
tijm
peterselie
olijfolie
2 tenen knoflook
1 dl. witte wijn
2 el. tomatenpuree

en voor het bakken:
2 dl. zure room
1 ei
zout en peper
geraspte kaas

Voor de pannenkoekjes klop je de eieren los met de olie en een snufje zout. Meng er dan geleidelijk de melk en de bloem door tot een glad beslag. Laat het even rusten. Bak er in een beboterde koekenpan dunne flensjes van.

Kook de kipfilet gaar in wat gezouten water en snij het vlees in kleine stukjes.

Snipper de ui en bak ze rustig in wat olie tot ze glazig wordt. Snij ondertussen de bosuitjes, de wortel en de paprika in kleine stukjes. Doe het bij de ui, bak het nog eens vijf minuten. Nu gaan het vlees en de kruiden erbij. Rasp er de tenen knoflook boven en laat het 1 – 2 minuutjes al omscheppend bakken. Doe er nu een glas witte wijn bij en laat het koken tot de wijn verdampt is. Doe er de tomatenpuree bij, schep het nog eens goed om en zet het vuur uit.

Verwarm de oven voor op 180ºC.

Leg in het midden van ieder pannenkoekje een lepel vlees. Sla de zijkanten er een stukje overheen en rol ze op. Leg ze naast elkaar in een met boter ingevette ovenschaal.

Voor de saus klop je het ei los met de zure room. Kruid het met zout en peper en giet het over de pannenkoekjes. Bestrooi het met geraspte kaas en zet het in de oven. Bak de gevulde pannenkoekjes 15 – 20 minuten, tot het mooi gaat kleuren en de kaas gesmolten is.

Zet ze lekker warm op tafel met een frisse salade en een stevige mop dikke, volvette yoghurt. Koud zijn ze overigens ook nog heel goed te pruimen.

 

Gevulde pannenkoekjes uit de oven
download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Plăcintă ţărănească
Boerenpastei

Het woordje plăcintă gaat terug op de oude Romeinen, die al een baksel maakten dat ze placenta noemden. We hebben zelfs nog een recept voor een echte Romeinse placenta, van niemand minder dan Cato de Oudere (234 – 149 v.Chr.), die in zijn De Agri Cultura (Over de Landbouw) een beschrijving geeft van dit gebak van laagjes deeg met daartussen een mengsel van kaas en honing.
Dacië, wat zo ongeveer het grondgebied besloeg van wat nu Roemenië is, werd aan het begin van de 2de eeuw ingelijfd door keizer Trajanus, die vond dat de Daciërs een bedreiging vormden voor de veiligheid van het rijk. Dat Dacië ook over rijke goud- en zilvermijnen beschikte was daarbij mooi meegenomen. Nadat een eerste veldtocht niet het gewenste succes opleverde werd in de jaren 105 – 106 een tweede oorlog gevoerd, waarbij de Daciërs definitief het onderspit delfden. 150.000 Daciërs werden als slaven weggevoerd, waarna de Romeinen een campagne op touw zetten om het gebied te bevolken met immigranten uit Italië en de zuidelijke Donau-provincies. Door die immigrantenstroom werd Dacië zo grondig geromaniseerd dat de sporen tot op de dag van vandaag onmiskenbaar aanwezig zijn. Ten eerste natuurlijk in de Roemeense taal, die direct afstamt van het Latijn, maar ook in deze placenta. Was het in Romeinse tijden een specifiek zoet gebak, nu wordt het woord plăcintă gebruikt voor zowat ieder taartvormig baksel, zowel zoet als hartig.
Deze boerenpastei wordt gemaakt van een eenvoudig brooddeeg, dus zonder boter of reuzel, zoals gewoonlijk in een deeg voor pasteien. Ze heeft een landelijke vulling van kool, spek en ui, en is gekruid met -hoe kan het ook anders in een Roemeens gerecht- dille.

Boerenpastei

Voor het deeg van deze plăcintă ţărănească hebben we nodig:
1 zakje (7 gr.) droge gist
1 tl. suiker
3 dl. lauwwarm water
500 gr. bloem

en voor de vulling:
1 kleine kool (wit, groen, spits)
300 gr. gerookt spek
1 kleine ui
2 el. paneermeel
1 ei
gedroogde dille
zout en peper
olie

Meng de gist met een snuf suiker, 2 tl. bloem en een scheutje lauw water. Geef het een paar minuutjes de tijd om wat te gaan schuimen. Zeef de bloem boven een kom en meng er de gist door. Voeg met beetjes tegelijk het water toe, kruid het met een snufje zout en kneed er een glad deeg van. Dek het af met een keukendoek en laat het op een warme, tochtvrije plek rijzen.

Snipper de ui en bak ze samen met het in blokjes gesneden spek in een grote, diepe pan tot de ui glazig wordt. Haal het spul uit de pan en zet het apart. Snij de kool in kleine reepjes en bak ze in het achtergebleven vet op hoog vuur een paar minuutjes. Zet het vuur uit en laat het allemaal afkoelen.

Meng de ui, het spek, het paneermeel plus een losgeklopt ei door de kool. Kruid het met dille, zout en peper.

Vet een springvorm of taartvorm in met boter. Verdeel het deeg in tweeën. Rol de deegballen op een met bloem bestoven werkblad uit tot twee ronde lappen. Vet een bakvorm in met olie en bekleed ze met een van de deeglappen. Schep er de vulling in en sluit het af met de tweede lap deeg. Prik met een vork hier en daar gaatjes in de pastei zodat de stoom tijdens het bakken kan ontsnappen.

Zet de pastei in de hete oven en bak ze in een goed half uur gaar en bruin. Serveer met verse room.

 

Boerenpastei
download dit recept