Categorie archief: Roemenië

Roemenië – Roemeense recepten – gerechten uit Roemenië – de Roemeense keuken

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Salata de leurda
Daslooksalade

Een uiterst simpel recept voor een smakelijke en gezonde voorjaarssalade van daslook en hardgekookte eieren. Een fraai gerechtje voor bijvoorbeeld op de paastafel, want Pasen is zo ongeveer de tijd dat de bladeren van de daslook tot volle wasdom zijn gekomen. Een uiterst eenvoudig en toch niet alledaags voor- of bijgerechtje.

4 bosjes daslook
4 eieren
2 el. mayonaise
4 el. yoghurt
zout en peper

Terwijl je de eieren hard kookt maak je de dressing. meng daarvoor de mayonaise met de yoghurt. Kruid het met zout en peper. Klaar.

Was de bladeren van de daslook onder koud water en dep ze goed droog. Snij ze niet al te fijn.

Leg de daslook op 4 borden. Pel de gekookte eieren en snij ze in vieren. Die leg je op de daslook. Schep er de dressing over en serveer.

 

Daslooksalade
download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Borș moldovenesc
Moldavische zure soep

Borș is een ingrediënt uit de Roemeense en Moldavische keuken waarmee de traditionele zure soep wordt gemaakt, die -evenals het ingrediënt- borș heet. De soep wordt ook wel ciorbă genoemd. Borș wordt gemaakt van zemelen van graan die in water worden gefermenteerd, waarbij een geelachtige zure vloeistof ontstaat die niet alleen wordt gebruikt voor de soep, maar ook zo wordt gedronken. Het woord is van Russische oorsprong, borscht, en staat daar voor de welbekende soep van rode bieten. In Roemenië wordt het echter gebruikt voor iedere soort zure soep waarbij het zuurmakertje (gewoonlijk) de borș is.
Ook dit recept voor Moldavische borș heeft niets te maken met rode bieten. Het is een soep van varkensvlees en groenten, afgemaakt met een paar lepels borș voor het fijne zuurtje. Als je in onze contreien borș wil kopen zul je het met een lampje moeten gaan zoeken zonder enige garantie op succes. Zelf maken kan, maar het is een klusje waar je geduld voor moet hebben. Ter vervanging zou ik gewoon een paar lepels citroensap of wijnazijn gebruiken. Dat is niet helemaal hetzelfde, maar geeft beslist ook een smakelijk resultaat.

Moldavische borș

400 gr. varkenspoot
2 uien
2 – 3 laurierbladeren
zout en zwarte peper
1 prei
2 paprika’s
3 forse aardappelen
2 wortels
100 gr. gerookt spek
500 gr. rijpe tomaten (als de tomaten niet echt rijp zijn neem je beter tomaten uit blik)
2 – 3 el. borș (zie hierboven)
2 dl. zure room
1 bosje dille

Spoel de varkenspoot goed schoon en zet hem in een grote pan met ruim (2 – 3 l.) water op het vuur. Als het kookt doe je er een theelepel zout bij. Schep het schuim er af met de schuimspaan. Snij de uien in ringen en doe ze, samen met de laurierbladeren, in de pan. Kruid het met wat peper en laat de poot zachtjes sudderen tot hij gaar is en het vlees gemakkelijk van het bot loslaat. In de tussentijd maak je de groenten schoon en snij je ze allemaal in schijfjes, blokjes of reepjes. De tomaten ontvel je (inkruisen en even onderdompelen in kokend water, dan laten de velletjes gemakkelijk los) en snij je in stukken.

Haal de gare varkenspoot uit het water, haal het vlees van het bot en snij het in stukjes. Dat mag terug in de bouillon, samen met de groenten, de stukken tomaat en het in blokjes of reepjes gesneden spek. Breng het opnieuw aan de kook en laat het zachtjes sudderen tot de groenten gaar zijn.

Als de groenten gaar zijn gaat de borș bij de soep. Laat het nog vijf minuutjes koken en proef de soep af op peper en zout.

Schep de soep in kommen, lepel er een royale klodder zure room op en bestrooi het met verse dille.

 

Moldavische borș
download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Colivă

Colivă is het traditionele gerecht van zoete tarwe met noten dat wordt gegeten bij religieuze ceremonies ter nagedachtenis aan de doden. Het graan vertegenwoordigt daarbij het lichaam van de overledene. Zoals Jezus zei (Joh. 12:24-25): “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft, draagt hij veel vrucht. Wie zijn leven liefheeft, zal het verliezen, en wie zijn leven haat in deze wereld, zal het behouden tot het eeuwige leven.”

Colivă is een ritueel gerecht dat al in voorchristelijke tijden werd gegeten. Het woord zelf komt van het Oud-Griekse κόλλυβoς (kollybos), wat oorspronkelijk “klein muntstuk” betekende, maar later gebruikt werd voor kleine stukjes gekookt graan. Het verband tussen dood en leven, tussen dat wat wordt gezaaid in de grond en wat ontspruit, is vast ingebed in de traditie van het eten van colivă. Het ongebroken graan vertegenwoordigt daarbij het lichaam van de overledene. Toen het christendom de oude heidense goden van hun ereplaatsjes verbande werden, om de overgang naar de nieuwe orde gladjes te laten verlopen, een groot aantal gebruiken door de kerk in aangepaste vorm behouden. Zo werden bijvoorbeeld Heidense feesten omgetoverd tot christelijke en werden kerken vaak gebouwd op de plaats van een heidens heiligdom. Zo verging het ook deze zoete brij van graan en noten: van heidens gebruik ging het onmerkbaar over in een christelijke traditie, een van de weinige van oorsprong heidense rituelen die ons tot op de dag van vandaag zijn overgeleverd. Ook in andere landen waar de Orthodoxe kerk de overhand had is de traditie van het eten van deze brij nog springlevend, getuige het Griekse kollyva, het Russische kutya en het Servische koljivo.

Voordat het gegeten wordt, wordt de colivă naar de kerk gebracht om te worden gezegend. Ook de bereiding zelf heeft wat rituele elementen die over het algemeen nog wel in acht worden genomen. Zo moet de tarwe negen keer worden gewassen voor het wordt gekookt. Die negen keer symboliseren de negen orden van engelen. Dat zijn, van hoog naar laag: Serafijnen, Cherubijnen en Tronen. Dan komen de Vorstendommen, Machten en Krachten. De laagste orde bestaat uit Heerschappijen, Aartsengelen en Engelen. In die laatste categorie zitten onze beschermengelen, dus sla die negende keer beter niet over! De colivă wordt afgewerkt met een kruis, meestal van noten, maar ook wel van blokjes chocolade of ander snoepgoed. Vaak wordt er ook de tekst “veşnică pomenire” op gevormd, wat “eeuwige rust” betekent, of een afkorting daarvan in de vorm van de lettes “VP”.

Colivă
Orthodoxe priesters zegenen de colivă, ca. 1916.

Voor een colivă van Ø 24 cm. hebben we nodig:
500 gr. parelgort (dat is gepelde en geslepen gerst)
1 mespuntje zout
1½ l. water
250 gr. suiker
300 gr. walnoten
de schil van 1 sinaasappel
2 tl. gemalen kaneel
rum
200 gr. biscuit
100 gr. poedersuiker
gemalen noten
wat extra walnoten voor de versiering

Was de gort negen keer in lauwwarm water (zie hierboven). Nu de gort is gewassen doe je het in een pan en overgiet je het met 1½ l. koud water. Zet de pan op een laag vuur en laat het zachtjes koken tot bijna al het water door de gort is opgenomen. Niet roeren, want de korrels mogen niet stuk gaan. Alleen af en toe even met de pan schudden zodat het niet aan de bodem blijft kleven.

Nadat het water voor het grootste deel geabsorbeerd is voeg je 250 gr. suiker en een klein snufje zout toe. Meng het goed en laat het nog eens 10 tot 15 minuten gaan, tot al het water door de gort is opgenomen. Doof het vuur en dek de pan af met het deksel, eventueel nog met folie. Laat het een hele nacht zo staan.

De volgende dag zal de colivă een stevige, vaste consistentie hebben. Meng er de fijngehakte walnoten onder, samen met de fijngesneden sinaasappelschil, de kaneel en een scheut rum. Kneed het tot een homogene massa. Is het een beetje te nat, doe er dan 2 of 3 eetlepels fijngemalen biscuitjes bij.

Neem een ronde springvorm van ongeveer ø 24 cm. Haal de bodem er uit en zet de ring op een schaal. Vul de ring van de springvorm met de colivă. Druk het voorzichtig maar goed aan en maak met een bord de bovenkant mooi plat. Neem de ring voorzichtig weg.

Colivă

Maal de koekjes en de walnoten fijn en bekleed daarmee de colivă. Maak het met behulp van een spatel of taartschep mooi glad. Bestrooi het rijkelijk met poedersuiker en maak er een versiering op met (wal)noten, blokjes of rondjes chocolade, cacaopoeder, snoepjes, etc., etc. Dat zou een kruis kunnen zijn, eventueel met de lettes “v p” of de tekst “veşnică pomenire”, maar voel je vooral niet verplicht en laat je fantasie de vrije loop.

 

Colivă
download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Ciuperci cu sos de cașcaval
Paddenstoelen met kaassaus

Dit eenvoudige vegetarische gerechtje van paddenstoelen met een romige kaassaus vormt, samen met een frisse salade en een stukje vers knapperig brood, een uiterst bevredigende lunch. Met dezelfde salade plus een portie aardappeltjes of mămăligă is het een voedzaam hoofdgerecht. Het woordje “cașcaval” duidt geen bijzondere soort kaas aan, maar wordt gebruikt voor alle soorten gerijpte “gele” kaas (in tegenstelling tot “witte” verse kaas zoals b.v. feta of kwark). Neem dus gerust Goudse kaas of iets dergelijks.

Paddenstoelen met kaas

400 gr. champignons
1 kleine prei
3 tenen knoflook
1 blokje groentebouillon
2 dl. zure room
5 – 6 el. geraspte Goudse kaas
scherp paprikapoeder

Maak de champignons en de prei schoon en snij ze in plakjes/ringetjes. De knoflook hak je fijn. Verhit een flinke klont boter in een pan en bak daarin de champignons op hoog vuur twee minuutjes aan. Schep het regelmatig om. Doe de prei en de knoflook erbij en laat het nog een minuutje verder bakken. Nu gaat er een scheut water (of witte wijn) doorheen. Breng het aan de kook, kruid het met de groentebouillon en laat het een minuut of tien gaan, op een matig vuurtje, tot de champignons hun vocht verloren hebben en het vocht uit de pan grotendeels is verdampt.

Schep de room nu door de paddenstoelen. Breng het weer aan de kook, laat het een minuutje stevig opkoken en zet het vuur dan uit. Meng er 5 – 6 el. geraspte kaas door, lepel de paddenstoelen op voorverwarmde borden en bestrooi het met scherp paprikapoeder. Serveren met aardappeltjes, mămăligă of knapperig brood.

 

Paddenstoelen met kaas
download dit recept

Roemeense recepten       Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Papanaşi
Zoete knoedels met jam en room

Papanaşi is een gebak van een deeg van plattekaas, bloem en suiker, gevuld met room en een confituur van kersen of blauwe bessen. Het gerecht wordt ook papanaşi prăjiţi genoemd: gefrituurde knoedels, omdat de deegballen worden gebakken in een laagje hete olie. De naam, papanaşi, zou volgens sommigen afgeleid zijn van het Latijnse papa, een woord waarmee kinderen eten aanduidden. Dit nagerecht is een echte Roemeense klassieker die je in zowat iedere eetgelegenheid op de kaart zult vinden. Papanaşi zijn vrij simpel om te maken, zien er bijzonder feestelijk uit en zijn werkelijk heerlijk om te eten.

Papanaşi

Acht papanaşi, voor vier personen, maak je met:
300 gr. verse kaas van koemelk (plattekaas/hüttenkäse/cottage cheese/topfen/ricotta…)
2 eieren
150 gr. bloem
1 tl. bakpoeder
2 el. griesmeel
75 gr. suiker
1 zakje vanillesuiker
1 tl. fijngeraspte citroenschil
1 klein snufje zout

zure room
confituur van blauwe bessen of kersen

Laat de plattekaas eerst een uurtje uitlekken in een met kaasdoek beklede zeef, anders wordt het allemaal veel te nat. Meng het dan met de losgeklopte eieren. Zeef de bloem boven een schaal en meng er bakpoeder, griesmeel, suiker, vanillesuiker, citroenschil en een snufje zout door. Voeg nu beetje bij beetje het kaas-eiermengsel toe. Werk het tot een zacht, maar goed samenhangend deeg. Is het te nat, dan mag er nog wat bloem bij, maar het deeg moet een beetje kleverig blijven anders worden de papanaşi niet luchtig.

Verdeel het deeg in 8 even grote stukken. Bestuif je handen met een beetje bloem en maak er mooi ronde, afgeplatte ballen van. Steek met een klein vormpje kleine cirkeltjes uit het midden van de deegballen en kneed ook die tot mooi ronde balletjes. Leg het allemaal even op bakpapier tot je de papanaşi gaat frituren.

Verhit een flinke laag olie in een pan. Daarin bak je de ballen, groot en klein, rondom mooi goudbruin. Niet te veel tegelijk, anders koelt het vet te veel af en worden ze vettig en zompig. Blijf in de buurt, want het gaat vrij snel. Laat de papanaşi goed uitlekken op keukenpapier.

Leg de papanaşi op borden, twee per persoon. Vul het gat van de papanaşi met een lepel room en een klodder confituur en leg daar dan het kleine deegballetje op. Serveer de papanaşi met flink wat extra room en confituur, zoveel als voor goed fatsoen, gezond verstand en lichamelijke gesteldheid toelaatbaar is.

Poftă bună!

 

Papanaşi
download dit recept

Roemeense recepten       Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Ostropel de pui
Stoofpotje van kip

Ostropel is een eenvoudig stoofpotje van -gewoonlijk- kip dat wordt gegeten met mamaliga, aardappelpuree of rijst. Dit zeer traditionele potje verschijnt in de Roemeense huishoudens al sinds mensenheugenis op tafel, vaak met toevoeging van allerlei groenten, soms ook met varkens- of schapenvlees in plaats van kip. Dit is een basisrecept. Even simpel als onweerstaanbaar.

Ostropel

1 kip
6 tenen knoflook
1 blik tomaten
1 dl. halfzoete witte wijn
2 dl. kippen- of groentebouillon
zout
1 tl. gemalen zwarte peper
½ tl. hele peperkorrels
1 laurierblad
2 – 3 takjes tijm
verse peterselie

Verdeel de kip in stukken: 2 vleugels, 2 drumsticks, 2 dijen en 2 kipfilets. De kipfilets snij je dwars in tweeën, zodat we in totaal tien stukken kip hebben. Kruid ze aan alle kanten ruimhartig met zout. Verhit een paar el. olie in een pan (het beste neem je een anti-aanbakpan) en bak de stukken kip aan alle kanten mooi bruin. De poten en de vleugels eerst: die bak je aan iedere kant ongeveer vijf minuten. Halverwege doe je de stukken kipfilet erbij.

Giet er nu de witte wijn bij en laat die helemaal inkoken. Hak ondertussen vier van de tenen knoflook klein. Die bak je, als de wijn is ingekookt, nog een minuutje mee. Nu gaan de tomaten en de bouillon erbij, samen met de gemalen peper, de peperkorrels, de tijm en het laurierblad. Breng het aan de kook, druk de tomaten stuk tegen de rand van de pan en laat het met het deksel schuin op de pan heel rustigjes op een klein vuurtje pruttelen. Drie kwartier, tot de kip gaar en zacht is en de saus voor de helft is ingekookt tot een mooie, niet al te dikke saus.

Rasp nu de resterende twee tenen knoflook erboven, schep het om en laat het nog 2 minuten gaan.

Serveer de ostropel met mamaliga of aardappelpuree en bestrooi het geheel met verse gehakte peterselie.

 

Ostropel
download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Supa de cirese
Kersensoep

Als voorgerecht of als nagerecht; koud of warm: fruitsoepjes zijn heerlijk in de zomer, als het zonnetje schijnt, de vogeltjes fluiten en de bijtjes zachtjes zoemend van bloem tot bloem gaan.
Van alle fruitsoepjes is kersensoep misschien wel een van de lekkerste. Het grote nadeel van kersen is natuurlijk dat ze maar een paar weken per jaar te krijgen zijn. Deze uiterst eenvoudige, maar zeer smakelijke Roemeense kersensoep maak je met kersen uit een pot. Dan kun je het hele jaar door net doen alsof het zomer is.

Kersensoep

1 pond kersen, ontpit, uit een pot
2 el. honing
2 dl. room
2 el. bloem
1 el. citroensap
zout
1 – 2 tl. fijngehakte rozemarijn

Breng de kersen samen met hun sap en de honing aan de kook. Meng het citroensap met de bloem, de room en een snuf zout. Doe daar 1 – 2 lepels van de hete siroop door. Doe het mengsel nu bij de kersen, roer het goed om en breng het opnieuw aan de kook. Kruid de soep met de rozemarijn, zet het vuur uit en serveer ze warm of koud.

 

Kersensoep
download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Pui cu smântână
Kip met room

In dit traditionele recept van stukken kip in een dikke, smeuïge roomsaus wordt de kip eerst gekookt en daarna rondom bruin gebakken. Zo heb je gare kip zonder dat je kans loopt dat de saus te waterig uitvalt of dat de room gaat schiften. Het kookvocht van de kip hoeft niet door de gootsteen; dat kan uitstekend als basis dienen voor een soepje of een stoofpotje.
Een tweede voordeel van dit recept is dat het geschikt is om er op het laatste moment nog wat mee te variëren. Zo kun je b.v. mosterd bij de saus doen, kaas, of champignons, al dan niet eerst gebakken, of andere zaken die alleen maar even mee hoeven te worden gewarmd in de saus, want er zijn weinig dingen waarmee kip en room niet samengaan.

Kip met room

4 kippenbouten
2 grote uien
2 – 3 tenen knoflook
2 – 3 dl. (slag)room
bloem
zout en peper
peterselie
dille

Breng een pan gezouten water aan de kook. Snij de kippenbouten in twee stukken: dijen en drumsticks. Laat de stukken kip in het water glijden en kook ze in 15 – 20 minuten gaar. Bewaar het kookvocht voor b.v. een soepje of een stoofpotje.

In een braadpan verhit je wat olie. Bak de stukken kip daarin aan alle kanten mooi bruin. Haal ze uit de pan en houd ze warm onder folie.

In het achtergebleven vet bak je de gesnipperde uien op een heel laag vuurtje tot ze glazig worden en mooi gaat kleuren. Doe er een eetlepel bloem overheen en roer zodat al het vet wordt opgenomen. Nu gaat scheutje voor scheutje de room erbij. Blijf roeren zodat een dikke saus ontstaat. Doe de stukken kip terug in de saus en warm ze goed door. Is de saus te dik of is er niet genoeg, doe er dan wat van het kookvocht van de kip bij.

Snij de tenen knoflook in flinterdunne schijfjes. Raspen mag ook. Dat gaat in de saus, samen met de gehakte peterselie en de dille. Laat het allemaal nog een paar minuten goed doorwarmen.

Deze kip met room smaakt prima met mămăligă of rijst. Lekker hierbij is ook een lepel vruchtencompôte, bijvoorbeeld van appels of vossebessen.

 

Kip met room
download dit recept

Roemeense recepten       Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Tocăniță de mazăre cu carne de porc
Stoofschotel van erwten en varkensvlees

Deze in Roemenië zeer populaire tocăniță of stoofschotel (ook wel “mâncare”, wat “eten” betekent) van erwten en varkensvlees lijkt verdacht veel op het Hongaarse borsos tokány. Dat is ook een pot van varkensvlees en erwten, maar wordt gekruid niet met paprikapoeder, zoals dit gerechtje, maar met een forse hoeveelheid zwarte peper.
Over hoe nat” of “droog” deze stoofschotel moet zijn, daarover verschillen de meningen. Sommigen vinden dat het meer een soort rijk gevulde soep moet zijn, anderen zweren bij een stoofpot waarvan het vocht zo goed als verdampt is, en de rest kiest voor de gulden middenweg. Vaak worden aan deze stoofschotel ook nog aardappelen toegevoegd.

Stoofschotel van erwten en varkensvlees

800 gr. erwten (diepvries)
600 gr. niet te mager varkensvlees
1 grote ui
2 – 3 worteltjes
2 dl. gezeefde tomaten
1 laurierblad
1 tl. scherp paprikapoeder
1 – 2 el. bloem
zout en peper
verse dille*

(*als je gedroogde dille gebruikt, doe die dan niet aan het eind, maar samen met de erwten in de stoofpot)

Verhit een paar el. olie in een pan met een dikke bodem. Snipper de ui en bak hem zachtjes glazig. Ondertussen snij je het vlees in blokjes en de worteltjes in schijfjes. Zet het vuur hoog als de uien zacht beginnen te worden en doe het vlees in de pan. Bak het snel rondom bruin en haal de pan dan van het vuur. Strooi er het paprikapoeder over, zet de pan terug op het gas en giet er zoveel heet water bij dat het net onder staat. Worteltjes, tomatenpuree, een snuf zout en het laurierblad mogen er ook in. Breng het aan de kook en laat het op een laag vuurtje pruttelen tot het vlees zacht is.

Nu gaan de erwten erbij. Laat het nog tien minuutjes gaan, tot ook de erwtjes gaar zijn.

Proef het af op peper en zout, bestrooi het met flink wat verse, gehakte dille en zet het stoofpotje op tafel met gekookte aardappelen of rijst.

 


download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Crochete de cartofi cu brânză
Aardappelkroketjes met kaas

Deze Roemeense aardappelkroketjes worden gemaakt van een deeg van aardappelen, ei en kaas en gekruid met het in Roemenië zo populaire dille. Ze worden niet gepaneerd met paneermeel en ei, maar worden in een jasje van maismeel goudbruin gebakken in de olie.

aardappelkroketjes met kaas

3 grote bloemige aardappelen
100 gr. brânză de vaci (“feta” van koemelk)
gedroogde dille
1 ei
(evt.) bloem
3 el. grof maïsmeel
zout en peper
olie om te frituren

Kook de aardappelen in de schuil gaar. Laat ze afkoelen en pel ze. Maak ze samen met de kaas fijn met een vork en meng er het ei door. Kruid het met fijngehakte dille, zout en peper. Laat het opstijven in de koelkast. Is het spul toch te nat en te plakkerig om er balletjes van te draaien, meng er dan 1 – 2 el. bloem door.

Vorm balletjes ter grootte van bitterballen van het aardappeldeeg. Rol ze door het maïsmeel en bak ze in gloeiend hete olie goudbruin. Laat ze even uitlekken op keukenpapier en serveer ze meteen, als borrelhapje, eventueel bestrooid met nog wat kaas, of als voorgerechtje met een kleine eenvoudige salade.

 


download dit recept