Categorie archief: Tsjechië

Tsjechië – recepten uit de keuken van Tsjechië – gerechten uit Tsjechië – de Tsjechische keuken

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Jihočeská kulajda
Paddenstoelensoep uit Zuid-Bohemen

Een van de fraaiste soepjes uit het Tsjechische soeprepertoire is deze traditionele kulajda uit het bosrijke zuiden van Bohemen. In die bossen wemelt het van allerlei soorten wilde paddenstoelen, en die spelen de hoofdrol in dit smakelijke gerecht.
Een kulajda is een soep van paddenstoelen en aardappelen die wordt gebonden met room en gekruid met dille en azijn. De soep wordt opgediend met een gepocheerd ei. Het is een populaire klassieker, en zoals met al dit soort klassieke gerechtjes heeft iedere streek en iedere kok zijn/haar eigen versie. Wat echter altijd voorop moet staan is de smaak van wilde paddenstoelen. Daarvoor hoef je niet perse de bossen in, want iedere kruidenier heeft tegenwoordig een aardig assortiment aan smakelijke paddenstoelen zoals cantharellen, eekhoorntjesbrood, shii-takes, pieds de mouton (gele stekelzwam) en noem maar op. Toch geen verse paddenstoelen? Neem dan een doosje kastanjechampignons en een flinke hand gedroogde paddenstoelen, b.v. eekhoorntjesbrood. Succes verzekerd.

Voor vier bordjes van deze Boheemse kulajda hebben we nodig:
300 gr. paddenstoelen
1½ l. water
zout
½ tl. gemalen karwij
600 gr. aardappelen
2 dl. slagroom
2 el. bloem
4 eieren
dille
azijn

Snij de aardappelen en de paddenstoelen in blokjes. Breng het water aan de kook en doe er een flinke snuf zout bij. Daarin kook je de aardappelen en de paddenstoelen, samen met het karwijzaad. Er mag ook wat peper bij.

Als de aardappelen zacht zijn meng je in een kommetje de room met 2 el. bloem. Dat gaat al roerend door de soep. Kruid de soep met de gehakte dille en een scheutje wijnazijn. Sommige koks doen er een lepeltje suiker bij, maar ikzelf heb dat liever niet. Proef het af op zout en peper en laat het nog heel even zachtjes doorkoken. Zet het vuur dan uit.

De allerhoogste tijd nu om de eieren te pocheren. Breng een pannetje water aan de kook en giet er een scheut azijn bij. Breek een ei in een kopje en laat het voorzichtig in het kokende water glijden. Met twee lepels vorm je het uitlopende eierstruif snel rond het ei. Laat het een paar minuten zachtjes koken. Doe zo ook met de andere eieren.

Leg in ieder bord een gepocheerd ei, giet er de hete kulajda bij en versier het met een beetje dille.

 

Kulajda - Boheemse paddenstoelensoep
download dit recept

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Hospodský guláš
Eethuis-goulash

Hospodar of gospodar is een Slavische term die vroeger de betekenis van landheer had. Tijdens de Turkse overheersing op de Balkan werd de titel gevoerd door verschillende gezagsdragers. Zo noemden de vorsten van Walachije en Moldavië zich naast voivode ook hospodar. Zoals de meeste fraaie titels en namen heeft ook hier de devaluatie toegeslagen. Het dure woord werd gaandeweg gebruikt voor en door steeds mindere goden: kleine baasjes die een stukje grond bezaten waarop ze voor niemand de hoed af hoefden te nemen, zoals herbergiers.
In Tsjechië is hospoda het woord geworden voor een eenvoudig eethuis, of pohostinstvi, als het al een klein beetje op een echt restaurant begint te lijken. Deze rundergoulash wordt er steevast geserveerd. Het is eigenlijk precies dezelfde als de niet minder klassieke Tsjechische goulash, met een paar kleine verschilletjes om de winstmarge wat op te krikken. Zo gaat er in deze goulash geen bier, maar (instant-)runderbouillon, en wordt het vlees -gewoonlijk van de schenkel- in blokjes van precies 25 gram gesneden. Daarvan krijgt straks iedere eter 8 stukjes, waarmee je per kilo vlees dus precies vijf maaltijden kunt verkopen. Tel uit je winst.

Eethuis-goulash

Met deze ingrediënten maak je vier porties echte Tsjechische goulash zoals je die in de eethuizen krijgt voorgeschoteld:
800 gr. runderschenkel zonder het bot
3 grote uien
3 el. zoet paprikapoeder
grof zout
een flinke snuf peper
een mespunt gemalen of hele karwij
1 flinke tl. tomatenpuree
1 l. runderbouillon (mag beslist van een blokje)
2 el. bloem
3 – 4 tenen knoflook
1 snuf (gedroogde) majoraan

Snij het rundvlees in blokjes van ongeveer 3 x 3 cm., 25 gram per stuk, zodat we straks voor iedere eter 8 stukken vlees hebben.

Snipper de uien fijn. Verhit een paar el. olie in een pan. Daarin bak je de uien, heel rustig, tot ze glazig zijn en langzaam bruin beginnen te kleuren. Niet langer: ze mogen niet te donker worden.

Als de ui een mooie lichtbruine kleur heeft doe je het vlees erbij. Schep het om en laat het rondom mooi kleuren, in 4 – 5 minuten. Ondertussen breng je in een andere pan de runderbouillon aan de kook.

Doe er nu de tomatenpuree bij. Niet rechtstreeks op het vlees, maar op de bodem van de pan, en dan door het vlees scheppen. Nu gaat het paprikapoeder erdoor. Schep het snel 1 keer om en blus het dan onmiddellijk af met de hete bouillon. Wacht even tot het kookt, zet het vuur dan laag en laat het met het deksel schuin op de pan zachtjes gaan tot het vlees zacht is.

We willen een heleboel lekkere saus om de knedlíky in te soppen. We gaan de goulash dus niet laten inkoken, maar gaan ze binden met een roux. Verhit twee el. olie in een steelpannetje. Schep er de bloem door en wacht even tot het gaat koken. Doe er een paar lepels van de gloeiend hete saus bij en roer het goed om zodat we geen klontjes krijgen. Dit goedje schep je door je goulash. Hak de tenen knoflook fijn en plet ze nog eens goed met een mes, zodat het een brij wordt. Je kunt het ook raspen of door een knoflookpers drukken. Ook dat gaat nu bij de goulash. Kruid het met zout en peper en tot slot de majoraan. Wrijf het even tussen je handen fijn voordat je het erover strooit en laat de goulash nog eens tien minuutjes zachtjes verder pruttelen.

Eethuis-goulash

Dien je Tsjechische eethuis-goulash op met knedlíky en in ragfijne ringetjes gesneden (rode) ui.

 

Eethuis-goulash
download dit recept

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Staročeský kaldoun
Oud-tsjechische gevogeltesoep

Het woord “kaldoun” komt van het Duitse “Kaldaunen” of “Kutteln”, wat pens betekent. In Tsjechië wordt het woord echter niet gebruikt voor penssoep, maar voor een soep van die delen van het gevogelte (of konijn) dat voor niet veel anders dan soep gebruikt kan worden: de vleugelpunten, de nek en de ingewanden als lever, longen, maag, hart, etc. Van die ingewanden wordt tegenwoordig eigenlijk alleen nog de lever gebruikt, en wel in de knoedeltjes waarmee deze soep wordt verrijkt.
Voor de soep zelf neem je wat er van de gebraden kip (of eend, of gans) van gisteren is overgebleven.Het lekkerste wordt je soep als je het karkas nog hebt. In ieder geval laat je alles wat er nog op en aan het vlees zit -botjes, vellen, etc.- gewoon zitten. Dat gaat samen met wat kruiden en wortelgroenten in een grote pan op het vuur, en dat blijft daar net zolang staan tot het kippen-, eenden- of ganzensoep is geworden. Die soep wordt gezeefd, licht gebonden met een roux en dan gaan er ten slotte de knoedeltjes van kippenlever in.

Gevogeltesoep

voor deze Tsjechische gevogeltesoep hebben we nodig:
restjes gevogelte van gisteren (of vleugels, nek en ingewanden)
zout
nootmuskaat
1 ui
2 kruidnagelen
1 wortel
1 pastinaak
1 peterseliewortel
1 laurierblad
2 tenen knoflook
10 hele peperkorrels
5 pimentkorrels
boter
2 el. bloem
bladpeterselie

en voor de knoedeltjes:
4 – 5 kippenlevertjes (100 gr.)
2 el. boter
1 ei
2 el. melk
2 el. paneermeel
1 teen knoflook
majoraan
zout en peper

De restjes kip doe je in een grote pan met 3 liter water. Breng het aan de kook, kruid het met zout en een snuf nootmuskaat. Als je ingewanden gebruikt, spoel ze dan eerst goed schoon, kook ze kort in gezouten water en schuim het af.

Pel de ui. Steek er twee kruidnagels in en doe die bij de soep. De wortelgroenten maak je schoon en snij je in een paar grote stukken. Die gaan ook in de pan, samen met het laurierblad, wat peterselie, de peperkorrels, de pimentkorrels en de ongepelde tenen knoflook. Laat het een uurtje of 2 heel, heel zachtjes koken. Nu giet je de soep door een zeef in een andere pan. Zet ze terug op het vuur en breng het opnieuw aan de kook.

Laat nu een flinke klont boter smelten in een steelpannetje. Roer er de bloem door en laat het eventjes heel zachtjes gaan, tot het lichtbruin wordt. Schep er dan wat van de bouillon door zodat je een dikke saus krijgt. Die giet je terug bij de soep. Laat het nog heel even doorkoken.

Nu maak je de knoedels. Hak de kippenlevertjes zo fijn als je kunt. Meng ze in een diepe kom met de boter, het ei, de geraspte knoflook, een flinke snuf majoraan, het paneermeel en de melk. Als het deeg te dun is mag er nog wat paneermeel bij. Kruid het met zout en peper, kneed het eens goed door en rol er kleine balletjes van. Die knoedeltjes laat je in de kokende soep glijden. Laat ze 8 tot 10 minuten zachtjes koken. Als ze boven komen drijven zijn ze gaar.

Gevogeltesoep

Leg in ieder bord een paar knoedeltjes en schep er de gloeiend hete bouillon overheen. Bestrooi de soep met gehakte bladpeterselie en zet ze op tafel.

 

Gevogeltesoep
download dit recept

Tsjechische recepten       Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Smažený květák
Gefrituurde bloemkool

Tsja… of gefrituurde bloemkool nu werkelijk een typisch Tsjechische aangelegenheid is, dat durven we hier echt niet te beweren. Populair, dat is het er wel, en met het karwijzaad en het kleine scheutje bier krijgt de bloemkool dan weer net zo’n smaakaccentje dat ze toch weer de Tsjechische hoek in kruipt.
Maar ach, wat doet het er ook toe. Tsjechisch of niet, lekker is het zeker, die gefrituurde bloemkool. Eet het als borrelhapje met een schaaltje tartaarsaus ernaast of als vegetarische snoepmaaltijd met een groene salade en gebakken aardappeltjes. In beide gevallen is succes verzekerd.

Gefrituurde bloemkool

Voor deze gefrituurde bloemkool halen we in huis:
1 grote bloemkool
2 eieren
2 el. bier (of bruiswater)
paneermeel
1 tl. gemalen karwij
zout en peper
frituurolie

Gefrituurde bloemkool
Haal de bloemkool in roosjes uit elkaar. Was ze en blancheer ze een paar minuten in gezouten water. Niet te lang, want ze moeten beslist stevig blijven.

Gefrituurde bloemkool
Laat de roosjes bloemkool goed uitlekken en afkoelen.

Gefrituurde bloemkool
Klop de eieren los met het bier. De rest drink je op.

Gefrituurde bloemkool
Kruid het paneermeel met 1 tl. gemalen karwij, zout en peper. Meng het goed dooreen.

Gefrituurde bloemkool
Verhit de frituur tot 180ºC.

Gefrituurde bloemkool
Haal de roosjes bloemkool door het ei en dan goed door het paneermeel.

Gefrituurde bloemkool
Laat de bloemkool in niet te grote porties in de hete frituur glijden en bak ze mooi goudbruin. Laat ze eventjes uitlekken op keukenpapier.

Gefrituurde bloemkool
Serveer de gefrituurde bloemkool met tartaarsaus, een salade en misschien nog wat frietjes of gebakken aardappeltjes.

 

Gefrituurde bloemkool
download dit recept

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Pražská šunka
Praagse Ham

Een smakelijk (voor)gerechtje dat veel Tsjechische eet- en drinkgelegenheden hun gasten aanbieden is in dunne plakken gesneden Praagse ham, opgediend met een flinke klodder romige mierikswortel.

Praagse ham

Tot halverwege de 19de eeuw bestond er niet zoiets als Praagse ham. Ham was gewoon ham, zoals het al eeuwenlang in heel Europa werd gemaakt: een met zout en/of warme lucht gedroogde en daarna eventueel gekookte varkensbil. Niets bijzonders. In 1857 kwam ene František Zvěřina op het idee voor een bereidingswijze die een combinatie was van pekelen, drogen en koken, waardoor het vlees malser en smakelijker bleef. Deze sappige, heldere beenham werd meteen goed ontvangen. Andere fabrikanten lieten dus niet lang op zich wachten en al snel werden de Praagse hammen verkocht tot ver over de grenzen. In Wenen, Boedapest, Frankrijk en Duitsland gingen de hammen als warme broodjes over de toonbank. De bekendste fabrikant van Praagse ham was Antonín Chmel, die in 1879 met een slagerij begon en bij zijn dood in 1893 al een aardig imperium had opgebouwd dat hammen exporteerde tot naar de V.S. toe.

Praagse ham

Na de tweede wereldoorlog, toen de communisten de macht overnamen, ging het mis. Al snel werd de Praagse ham in grote fabrieken geproduceerd, in enorme aantallen van steeds bedroevender kwaliteit. Een dieptepunt werd bereikt met een onzalig product van een in dikke klodders gelatine ingeblikte roze substantie. Dat is dus geen Praagse ham, evenmin als het gekookte, vierkant geperste plakvlees dat veel supermarkten nog steeds verkopen als Praagse ham.

Praagse ham

Praagse ham wordt, net als iedere andere echte ham, gemaakt van een halve varkenskont: een grote homp vlees met daarin een enkel been, het dijbeen. De hammen gaan 3 weken lang in een pekelbad. Daarna worden ze gespoeld en een dag lang in de lucht gedroogd. De ham wordt vervolgens in water van 75°C heel lichtjes gaar gekookt en ten slotte ingesmeerd met een dun laagje gelatine om het vlees te conserveren.

Praagse ham

Dun gesneden, met romige mierikswortel en een stuk brood is de ham een populair voorgerecht. En terecht, want de echte Praagse ham kan zich beslist meten met het beste uit Bayonne, York of Parma. Een ander razend populair voorgerecht zijn de hamrolletjes, wat zo ongeveer op hetzelfde neerkomt: rolletjes van ham gevuld met romige mierikswortel.

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Katův šleh
Beulszweep

Dit is typisch zo’n gerechtje dat wordt geserveerd in café‘s en het soort eenvoudige eetgelegenheden waar het vloeibare prevaleert boven het vaste. Pittig gekruide reepjes varkensvlees, razendsnel op hoog vuur gebakken samen met uien en knapperige reepjes paprika in een sausje van augurken, worcestersaus en ketchup. Het wordt dan gewoonlijk opgediend met brood, maar als je het thuis maakt zou je er ook pasta of rijst bij kunnen geven. Een eenvoudig, snel te maken gerecht wat je maakt voor een habbekrats maar dat desalniettemin uitstekend smaakt.

Enneuh… waar de naam vandaan komt? Waarschijnlijk is het de aanblik die dit gerecht biedt dat misschien lijkt op wat er van het slachtoffer over is als de beul… nou ja… geen details, maar de Tsjechische keuken kent meer gerechtjes met dit soort lollige namen, zoals drenkelingen, doodskisten, Moravische mussen, oren uit Štramberk en wat dies meer zij.

Beulszweep

We hebben nodig:
500 gr. varkensvlees (b.v. hamlappen)
100 gr. augurken
3 tenen knoflook
1 gele paprika
1 of 2 Spaanse pepertjes
1 grote ui
worcestersaus
ketchup
peper en zout
olie

Het vlees snij je in niet al te dunne repen. De uien snipper je, de augurken snij je in schijfjes en de paprika in reepjes. De pepertjes ontdoe je van de zaadlijsten en snij je in heel dunne reepjes.

Verhit een paar el. olie in een pan en bak daarin op hoog vuur het vlees al omscheppend rondom bruin. Na een minuut of vijf gaan er uien, reepjes paprika en pepertjes bij. Rasp er de tenen knoflook boven op een fijne rasp. Bak het nog eens vijf minuten onder regelmatig omscheppen tot het vlees gaar is. Doe er tot slot de augurken, een scheut worcestersaus en een paar royale scheuten ketchup bij. Warm het allemaal even goed door en zet het op tafel met b.v. wat lekker knapperig brood.

 

Beulszweep
download dit recept

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Rakvičky
Doodskistjes

Rakvičky zijn langwerpige gebakjes, een beetje te vergelijken met éclairs, maar dan rechthoekig. Ze lijken op doodskisten en dat is ook de letterlijke vertaling van de naam: doodskistjes. Tsjechische humor zullen we maar zeggen. Normaal gesproken worden ze bedekt met een dikke dot slagroom, soms worden ze ook nog eens gevuld met walnoten, jam of honing. Vers fruit zoals aardbeien of abrikozen, dat past er ook uitstekend bij.

Rakvičky maak je met een deeg van eierdooiers, suiker en een beetje bloem in speciaal daarvoor gemaakte, rechthoekige vormpjes van zo’n 11 x 3 cm. en 1½ cm. diep. Op internet te koop voor een habbekrats, maar daarvoor moet je wel op .cz of .sk zijn. Geen nood: met ieder ander vormpje, rechthoekig, vierkant of rond gaat het net zo goed, zolang ze maar niet te diep zijn. Of het dan nog doodskistjes mogen heten, dat is punt twee.

En dan hebben we altijd nog plan B: zonder vormpjes, maar simpelweg op een stuk bakpapier de oven in. Dan zien ze er misschien niet zo netjes uit, maar ze smaken er niet minder om.

Doodskistjes

We hebben nodig:
300 gr. poedersuiker
5 eierdooiers
1 tl. natriumbicarbonaat (dubbelkoolzure soda of baking soda)
3 el. bloem
boter

Begin de avond van tevoren. Klop de 5 eierdooiers stijf met de helft van de poedersuiker en een theelepel natriumbicarbonaat. Daar ben je zeker 20 minuten mee bezig, dus even doorzetten. Zet het afgedekt in de koelkast.

De volgende dag meng je de rest van de suiker met de bloem. Dat gaat bij de geklopte dooiers. Kneed er met je handen een glad deeg van. Bestuif een werkblad met wat bloem. Rol het deeg uit tot een lap van 3mm. dikte. Daaruit snij je met een mesje repen van 8 x 1½ cm. Die doe je in met boter ingevette rakvičky-vormpjes. Geen vormpjes? Bekleed dan een bakplaat met bakpapier. Daar leg je de reepjes deeg op. Schuif ze in een op 180°C. voorverwarmde oven. Na 5 minuten verlaag je de temperatuur naar 160°C. Laat ze bakken tot ze heel lichtjes bruin kleuren. Let op: zeker de eerste 5 minuten de deur van de oven beslist niet open doen, want dan zakken je doodskistjes in.

Laat ze afkoelen, haal ze daarna pas uit de vormpjes en druk ze met je vinger van boven in (ze zijn hol). Vul de ruimte met flink veel slagroom. Je kunt de slagroom er ook gewoon overheen spuiten. Leg er evt. nog een paar halve aardbeien of ander fruit op.

 

Doodskistjes
download dit recept

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Smažený sýr
Gebakken kaas

Tsjechischer dan Tsjechisch is het, deze smažený sýr oftewel gebakken kaas. Het is een caloriebom van de allerhoogste slagkracht die graag wordt gegeten tijdens of na het café-bezoek, maar ook als lunchgerecht zeer populair is. Zo populair zelfs dat ze er een koosnaampje voor hebben: smazak. Geen zichzelf respecterend Tsjechisch eethuis of het staat er op de kaart. Je eet het met aardappelpuree, tartaarsaus en een paar augurken. Frieten en een frisse salade, dat mag natuurlijk ook.

Gebakken kaas

jonge kaas
1 ei
1 el. melk
2 el. bloem
paneermeel
frituurvet

De procedure is uiterst eenvoudig: je snijd een plak kaas af van -laten we zeggen- 8 x 10 cm. en zo’n 1½ cm. dik.

Het ei klop je los met de melk. Meng er geleidelijk de bloem door tot je een dik beslag hebt, iets dikker dan dat voor pannenkoeken. Daar haal je de kaas door en vervolgens door het paneermeel. Herhaal dat een keer, want de paneerkoek moet goed gesloten zijn, anders loopt al je kaas straks door de olie heen.

Verhit een laagje van minstens 1 cm. olie in een koekenpan. Zorg dat het echt heet is (test met een stukje brood: dat moet meteen bruin kleuren), leg er de kaas in en bak hem aan beide kanten goudbruin. Laat even uitlekken op keukenpapier en serveer meteen, met een partje citroen, aardappelpuree of frietjes en een paar augurken. Tartaarsaus is er lekker bij.

 

Gebakken kaas
download dit recept

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Cerný kuba
“risotto” van gort en paddenstoelen

Op kerstavond, de laatste dag van wat in vroeger tijden de vastenperiode vóór Kerstmis was, verschijnt al sinds mensenheugenis in heel Centraal-Europa een karper op tafel, want vlees is op vastendagen -uiteraard- uit den boze. In de Tsjechische Republiek is dat niet anders, maar in Bohemen hebben ze nog een ander vleesloos gerechtje voor op kerstavond: cerný kuba, oftewel zwarte kuba. Deze brij -of, smakelijker uitgedrukt, “risotto”- van gort en paddenstoelen werd vooral in vroeger tijden nog veel gegeten, maar is tegenwoordig een beetje in onbruik geraakt. Dat zal wellicht te maken hebben met de gelukkige omstandigheid dat zo ongeveer iedere familie zich vandaag de dag wel een malse, vette karper kan veroorloven. In de dagen van weleer was een kerstavond zonder dit gerechtje echter ondenkbaar.

Het eten van een brij van granen op feestdagen is een oud Slavisch gebruik. Het gaat terug op voorchristelijke tijden, toen een gerecht van ongebroken graan in de godsdienstige rituelen van de Slavische volkeren een belangrijke plaats innam. Het werd gegeten bij feesten en rituelen die te maken hadden met dood en wedergeboorte, waarbij het graan -het zaad met haar kiemkracht- symbool stond voor de hernieuwing van het leven. Overblijfselen van dat gebruik zijn nog te vinden in veel Slavische landen, bijvoorbeeld in Servië, waar op hoogtijdagen het eten van een zoete graanbrij, koljivo, nog steeds in ere wordt gehouden. Deze cerný kuba, juist omdat ze op kerstavond werd gegeten, zou ook zomaar eens haar oorsprong gehad kunnen hebben in dat oude Slavische rituele gerecht.

Voor dit vegetarische gerechtje gebruik je gort. Dat is gepelde gerst. Het velletje (kaf) rond de korrel is namelijk onverteerbaar voor ons, daarom moeten granen altijd gepeld worden. In plaats van gort kun je evt. ook boekweit gebruiken. Dat is vanwege de nootachtige smaak misschien nog wel lekkerder. De gort wordt eerst gekookt, daarna met uien en paddenstoelen nog eens gebakken in de oven. Het resultaat is -of zou moeten zijn- een vrij stevige, min of meer samenhangende massa. Het woord risotto is daarom eigenlijk niet zo’n beste vertaling, maar als er iemand suggesties heeft voor een betere, dan houden we ons aanbevolen.

Zwarte kuba

we hebben nodig:
7½ dl. water
300 gr. gort (of boekweit)
60 gr. boter*
30 gr. gedroogde paddenstoelen**
3 tenen knoflook
1 ui
majoraan
peper en zout
gemalen karwij

*vaak wordt in recepten ook varkensreuzel of ganzenvet voorgeschreven, soms wordt er zelfs varkensvlees toegevoegd, maar het is niet erg waarschijnlijk dat dat oorspronkelijk op een vastendag als kerstavond gegeten werd.
**Eind december is er in de bossen geen paddenstoel meer te vinden. Maak je dit gerecht wat vroeger in het jaar, dan neem je beter verse wilde paddenstoelen.

Deze zwarte kuba maak je zo:
Week de gedroogde paddenstoelen in wat lauw water. Spoel de gort schoon onder water en laat ze goed uitlekken.

Snipper de ui en bak ze in wat vet tot ze glazig is. Doe er de gort bij en laat het even al omscheppend roosteren. Doe er dan het water bij, breng het aan de kook, kruid het met een snuf zout en laat de gort met een deksel op de pan koken tot het zacht is.

De geweekte paddenstoelen zeef je, spoel je nog eens af en roer je dan door de gort. Rasp er de knoflook boven en kruid het met majoraan, karwij en peper en zout. Vet een ovenschaal in. Schep daar de hele handel in over en schuif het in een op 180°C. voorverwarmde oven. Laat het een half uurtje bakken.

Leg voor het serveren wat dunne plakjes boter op de kuba, dan wordt het gerecht nog wat smeuïger en smakelijker.

Vrolijk Kerstfeest! – Veselé Vánoce!

 

Zwarte kuba
download dit recept

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Sladké kremrole
Zoete roomhoorns

Deze roomhoorns zijn een geliefde lekkernij in Tsjechië. Ze worden gemaakt door repen deeg rond metalen of glazen buisjes te wikkelen, ongeveer zo groot als een huis-tuin-en-keuken-knakworstje, die vervolgens worden gebakken in de oven. Inderdaad: precies als trdelník, maar dan een heel stuk kleiner. De rolletjes worden gevuld met een romige vulling van opgeklopt eiwit en suiker en bestrooid met poedersuiker. Voor dit recept gebruiken we 4 eieren: de dooiers voor het deeg en de eiwitten voor de vulling.

Zoete roomhoorns

voor het deeg van deze roomhoorns hebben we nodig:
1 eierdooier
1 dl. crème fraîche
350 gr. bloem
250 gr. boter
3 eierdooiers
boter om de buisjes in te vetten

en voor de vulling:
200 gr. suiker
4 eiwitten

Zeef de bloem boven een kom. De boter haal je recht uit de koelkast en rasp je boven de bloem. Meng het met de eierdooier, de azijn en het ijswater. Kneed er een deeg van, dek het af met folie en zet het twee uur in de koelkast.

Na de twee uur rol je het deeg uit op een werkblad tot een dunne lap. Snij het in repen van 2 cm. breed. De buizen vet je in met boter. Wikkel er de repen deeg rond, maar zo dat ze elkaar net een klein stukje overlappen. Klop de resterende 3 eierdooiers los met een heel klein scheutje water. Daarmee bestrijk je het deeg. Leg de rollen op een met bakpapier beklede plaat en bak ze in een op 180ºC. voorverwarmde oven in 15 tot 20 minuten gaar en goudbruin. Laat ze helemaal afkoelen en haal ze van de buisjes.

Voor de vulling klop je de eiwitten stijf in een kom. Zet die kom in een grotere pan met water op het vuur. Houd het water tegen de kook aan, maar pas op dat het niet kookt. Klop er dan beetje voor beetje de suiker door tot je een stevige, romige massa hebt. Koel het snel in een bak met ijswater. Wacht tot het spul helemaal is afgekoeld voor je er de buisjes mee vult. Voor het serveren bestrooi je de roomhoorntjes lichtjes met poedersuiker.

 

Zoete roomhoorns
download dit recept