Hongaarse recepten      Gerechten uit de keuken van Hongarije

 

Bácskai rizseshús
Rijstvlees uit Bácska

De Bácska (Servisch: Bačka) is een gebied in de Grote Hongaarse Laagvlakte, tussen de Donau en de Tisza, in het grensgebied van Hongarije en Servië. De streek dankt haar naam aan de plaats Bács (Bač), ooit een belangrijke Hongaarse vesting, nu een Servisch provinciestadje met een fraaie kasteel-ruïne.
Dat kwam zo: aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, moet u weten, werd de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie, als een van de grote verliezers van die oorlog, uit elkaar gebroken en in een aantal kleinere staten opgedeeld. De Hongaarse helft van die monarchie verloor daarbij zo ongeveer 70% van haar grondgebied aan haar buurlanden. Roemenië, Oekraïne, Polen, (Tsjecho)slowakije, Slovenië en Kroatië kregen allemaal een stuk van de koek, en ook Servië was, met het grootste deel van de Bácska (destijds Bács-Bodrog geheten), een van de begunstigden. Wat Hongarije daarvan mocht houden maakt nu deel uit van het comitaat (de “provincie”) Bács-Kiskun.
Bij dit verhaal moeten we overigens wel opmerken dat slechts een minderheid van de bevolking van de Bácska Hongaars was. De streek maakt deel uit van de Vojvodina, die al in 1849, na een mislukte opstand van de Hongaren tegen de Oostenrijkers, een onafhankelijke bestuursregio werd. In 1867 werd de ruzie bijgelegd en werd de Vojvodina opnieuw bij het koninkrijk Hongarije gevoegd. Als er op de Balkan iets gecompliceerd is, dan is het wel politiek, en als er op de Balkan iets nóg gecompliceerder is dan politiek, dan is het wel etnische identiteit. Laten we ons dus maar verre van dat wespennest houden en ons beperken tot de simpele vaststelling dat er in deze streek al van oudsher een zeer nauwe band bestaat tussen Hongaren en Serviërs.
Van die band getuigt overduidelijk ook dit gerecht van varkensvlees en rijst, pittig gekruid met paprika. Het lijkt namelijk verdacht veel op een van de beroemdste gerechten uit de Servische keuken: Srpski đuveč, Servische djuvetsj.
Verdácht veel.

Bács-Bodrog

Bácskai rizseshús

500 gr. varkensschouder
2 uien
3 paprika’s
1 blik tomaten
1 – 2 tl. heet paprikapoeder
250 gr. langgraanrijst
peterselie

Snipper de uien en bak ze in een paar eetlepels olie op een matig vuurtje tot ze glazig worden. Ondertussen snij je het vlees in blokjes. Zet nu het vuur hoog en doe het vlees in de pan. Bak het al omscheppend tot het gaat kleuren. Haal de pan van het vuur en roer er het paprikapoeder door. Afblussen met een heel klein kopje water, royaal kruiden met zout en dan 20 minuten op een heel zacht vuurtje laten smoren met het deksel op de pan.

Snij de paprika’s in stukken. Die gaan bij het vlees, samen met het blik tomaten. Maak de tomaten -als ze heel zijn- met een houten lepel stuk tegen de rand van de pan. Leg het deksel schuin op de pan en laat het zo een half uurtje pruttelen, tot de olie zich van de tomaten scheidt.

Verwarm de oven voor op 200ºC.

Verhit in een pannetje 2 el. olie. Daarin bak je de rijst 3 minuutjes al omscheppend. Meng de rijst onder het vlees. Schep alles over in een ovenschaal en giet er een halve liter kokend water overheen. Dek de schaal af met aluminiumfolie en zet het rijstvlees 20 minuten in de hete oven. Halverwege 1 keer eventjes schudden, en verder vanaf blijven.

Laat het rijstvlees na de gaartijd nog vijf minuten afgedekt staan. Bestrooi het voor het serveren met flink wat gehakte peterselie.

 


download dit recept

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *