Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Marillenknödel
Abrikozenknoedels

Het verhaal gaat dat de Oostenrijkse keizer Ferdinand I (1793-1875), die algemeen werd beschouwd als een simpele ziel, eens aan zijn kok vroeg om Marillenknödel. “Majesteit”, zei de kok respectvol, “het spijt mij zeer, maar dat is helaas niet mogelijk. In deze tijd van het jaar zijn verse abrikozen niet verkrijgbaar.” Het antwoord van de monarch is de geschiedenis ingegaan als het enige coherente bevel uit zijn hele regeringsperiode: “Ich bin der Kaiser und ich will Knödel!”.

Toen hij, na 13 jaar op de troon gezeten te hebben, geconfronteerd werd met een volksopstand vroeg hij aan vorst Metternich om een verklaring. “Sire, het volk maakt een revolutie” antwoordde de vorst, waarop de keizer reageerde met een verbouwereerd: “Jamaar… mògen ze dat dan?”

Ferdinand, die in de volksmond bekend stond als “Ferdinand der Gütige” werd door zijn minsters gemaand om troonsafstand te doen ten gunste van zijn neef, Franz-Joseph (die van Sisi). Hij verhuisde naar Praag en ging vanaf dat moment als “Gütinand der Fertige” door het leven.

Ferdinand mocht zijn afgedankt, maar de Marillenknödel, die zijn gebleven.

Gelukkig maar.

Marillenknödel

Voor deze keizerlijke Marillenknödel hebben we nodig:
Marillenknödel 250 gr. kwark (plattekaas)
Marillenknödel 1 ei
Marillenknödel 180 gr. bloem
Marillenknödel 1 snufje zout
Marillenknödel 8 abrikozen
Marillenknödel boter
Marillenknödel suiker
Marillenknödel paneermeel

Marillenknödel maak je zo:

Van de plattekaas, het ei, de bloem en een snufje zout kneed je een glad deeg dat niet meer aan je vingers kleeft. Als het te nat is mag er nog wat bloem bij. Zet het een uurtje in de koelkast.

Als het tijd is om het deeg weer uit de koelkast te halen, dan pak je de abrikozen en snij je ze half door, net ver genoeg om de pit te kunnen verwijderen. Op de plaats van die pit stop je een half suikerklontje. Bestuif een werkblad met bloem. Daarop rol je het deeg uit tot een dikke rol. Snij het in acht gelijke stukken. Vorm van ieder stuk een plat pannenkoekje. Daarin vouw je een abrikoos. Vorm er een gladde, goed gesloten bal van, eventueel m.b.v. een druppeltje water.

Breng een grote pan water aan de kook. Laat de Marillenknödel er in glijden en kook ze 7 minuten.

Ondertussen laat je een genereuze klont roomboter smelten in een koekenpan. Strooi er flink paneermeel over en laat het zachtjes bakken zodat het paneermeel mooi gaat kleuren. Bestrooi het met suiker.

De marillenknödel zijn ondertussen wel gaar. Haal ze met een schuimspaan uit de pan en rol ze eens flink door het gesuikerde paneermeel. Zet je marillenknödel meteen op tafel, want als ze koud zijn is er geen aardigheid meer aan.

 


download dit recept

Een gedachte over “Marillenknödel

  1. De Nederlandse kwark is veel wateriger dan de Oostenrijkse topfen, dus giet ik het vocht goed af van de kwark die ik hier koop. In een doek extra uitdrukken kan eventueel ook nog. Qua smaak komt skyr, de dikke Ijslandse kwark die je tegenwoordig hier ook kunt krijgen, voor mij het dichtste bij topfen in de buurt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *