Tagarchief: bijgerecht

Slowaakse recepten      Gerechten uit de keuken van Slowakije

 

Halušky
Noedels

Halušky zijn onregelmatige klontertjes pasta van een deeg van bloem en eieren, die worden gegaard in kokend water. Het is zo ongeveer hetzelfde als de Hongaarse galuska of de Duitse en Oostenrijkse spätzle, maar dan met beduidend minder eieren. Volgens sommige Slowaakse koks zou je zelfs helemaal geen eieren moeten gebruiken, maar daar is niet iedereen het mee eens. Halušky worden niet alleen gebruikt voor het Slowaakse “nationale gerecht”, het beruchte bryndzové halušky, maar ook zonder de schapenkaas en de spekjes als bijgerecht bij stoofschotels, goulash e.d. Vaak worden ze gemaakt van aardappelen en bloem, maar deze maken we van alleen meel: één helft fijne bloem en één helft wat grover tarwemeel.

Halušky

200 gr. bloem
200 gr. tarwemeel
1 ei
zout
2½ dl. water

Meng de bloem en het meel in een kom. Meng er met een houten lepel het ei door; dan ga je verder met het water. Voeg steeds een beetje water toev tot je een zacht deeg hebt dat aan je lepel blijft kleven. Dat zal ongeveer 2½ dl. zijn, maar iets meer of minder zou zomaar kunnen. Het deeg mag niet vast worden, maar ook niet vloeibaar als beslag. Een kleverige, natte, maar samenhangende brij moet het zijn.

spätzlehobel

Breng een grote pot gezouten water aan de kook. Gebruik een spätzlezeef (zie foto) om het deeg in het water te werken. Als je zo’n ding niet hebt leg je het deeg op een met wat bloem bestoven plank. Leg de plank op de rand van de pan en schuif met een mes kleine kronkeltjes van het deeg af de pan in. Zorg er met een houten lepel voor dat ze niet aan de bodem blijven kleven. Na een paar minuten zijn ze gaar en komen ze boven drijven. Vis ze er uit en spoel ze af onder koud water.

Het beroemdste gerecht waarin deze halušky een hoofdrol spelen, dat is de bryndzové halušky, waar de deegdingetjes worden bedekt met een dikke, smeuïge saus van schapenkaas (de bryndza) en een gulle hand van gebakken spekblokjes.
Daarop hebben ze een paar variaties bedacht. Zo zijn er de žandárske halušky, de “gendarme-halusky”, wat bryndzové halušky zijn met daarop ook nog eens een in schijfjes gesneden worst. Nog een stapje verder gaat het met de bačovské halušky, “herders-halušky”. Dat zijn diezelfde žandárske halušky met ook nog eens een bergje geraspte kaas eroverheen. Wil je het zonder de worst en zonder de bryndza, dan bestel je furmanské halušky: “voermans-halušky”. Denk nu niet dat dit de slanke-lijn-variant is, want in plaats van de dikke saus van gesmolten schapenkaas zijn deze halušky bedekt met een paar royale soeplepels volvette room, met daarop dan weer een bergje geraspte kaas. Dan is er ook nog de bryndzové halušky sa syrom: de versie zonder de worst maar met de geraspte kaas. Die kaas is in de meeste gevallen oštiepok, een gerookte kaas die in dezelfde contreien gemaakt wordt als de bryndza. Ten slotte vermelden we ten overvloede nog de halušky s kapostou. Dat zijn halušky met gestoofde zuurkool en gebakken spekjes.

 

Halušky
download dit recept

Kroatische recepten       Gerechten uit de keuken van Kroatië

 

Bijeli žganci
Witte brij

Dit uiterst eenvoudige gerechtje van aardappelen en bloem is een echte oeroude klassieker. Buurland Slovenië kent een versie van dit gerecht met boekweit i.p.v. aardappelen: het fameuze Ajdovi žganci, waarvan gefluisterd wordt dat het er al gegeten wordt sinds de Romeinen. Zo antiek is deze witte brij uit Kroatië niet, want de aardappelen die er de hoofdmoot van vormen waren toen nog niet bekend in Europa. Oud is het wel, deze bijeli žganci, uit de tijd dat oma’s nog geen blikjes en zakjes in het keukenkastje boven de magnetron hadden staan, maar kelders hadden met papieren zakken met bloem, met bonen en met suiker, weckpotten met de oogst van afgelopen zomer en helemaal achterin een hok voor de kolen en eentje voor de aardappelen.

Het gerechtje is even simpel als smakelijk: de aardappelen worden gekookt en gepureerd, vervolgens vermengd met bloem en wat van het kookvocht en dan nog een kwartiertje verder gegaard. Het geheel wordt opgediend als bijgerecht met een flinke klont boter erop, of als hoofdgerecht met gebakken uien en spek en/of een ferme klodder room, met daarnaast een groene salade. Toegegeven, je kunt het niet echt haute cuisine noemen, maar zeg nu eens eerlijk: als we onze oogjes sluiten en terugdenken aan de gelukkige, lang vervlogen jaren van onze jeugd, zijn het dan voor de meesten van ons niet zeker ook de kookkunsten van oma die onze zoetste herinneringen kleur en geur geven?

Bijeli žganci

voor oma’s bijeli žganci hebben we nodig:
600 gr. aardappelen
200 gr. bloem
zout
een genereuze klont boter

en verder:
2 – 3 el. boter of reuzel
2 uien
(evt.) gerookt spek
(evt.) zure room

Schil de aardappelen en kook ze gaar in gezouten water. Giet ze af (maar bewaar het kookwater!) en werk ze door een aardappelpers in een pan met een dikke bodem. Doe er de bloem bij, een flinke snuf zout, een royale klont boter en een overvloedige scheut van het kookwater van de aardappelen. Meng het goed, zet het vuur heel laag en laat het al roerend een klein kwartiertje gaan. Als het te droog en te stijf wordt mag er nog wat kookvocht bij. Als je de bijeli žganci als bijgerecht eet ben je nu alweer klaar.

Als de witte brij als hoofdgerecht dient, dan snij je de uien in ringen. Bak ze (evt. samen met wat in dobbelsteentjes gesneden spek) in een flinke klodder boter goudbruin. Dat gaat over de bijeli žganci. Serveer het geheel met een groene salade en eventueel nog een flinke lepel zure room.

Feest.

 

Bijeli žganci
download dit recept

Bosnische recepten      Gerechten uit de keuken van Bosnië en Herzegovina

 

Pire od bijelog graha
Puree van witte bonen

Deze romige puree van witte bonen en aardappelen is misschien niet zo heel erg goed voor de slanke lijn, maar wel overheerlijk als begeleider van een geroosterd stuk vlees. Het is in ieder geval weer eens iets anders op je zomerse bbq!

Voor deze bonenpuree hebben we nodig:
400 gr. witte bonen
400 gr. aardappelen
tijm
2 el. boter
½ dl. crème fraîche
½ dl. melk
1 el olijfolie
1 tl. vegeta of groentebouillon
zwarte peper

Week de bonen een nacht in water. De volgende dag kook je ze gaar. De aardappelen kook je in de schil. Laat ze even afkoelen en pel ze dan. Pureer de bonen en de aardappelen in een keukenmachine.

Meng de bonenpuree met een flinke snuf tijm, de boter, de room, de melk, olijfolie, vegeta (als je groentebouillon gebruikt mag er iets meer in dan een theelepel) en naar smaak vers gemalen zwarte peper. Eventueel nog wat bijspijkeren met een snuf zout.

Serveer de bonenpuree warm als bijgerecht bij geroosterd vlees.

 

Puree van witte bonen
download dit recept

Kroatische recepten      Gerechten uit de keuken van Kroatië

 

Blitva
Snijbiet met aardappelen

Je zult niet veel restaurants in Kroatië vinden waar dit gerecht van snijbiet, aardappelen en knoflook niet op de kaart staat. Het komt oorspronkelijk uit Dalmatië en wordt meestal geserveerd als bijgerecht bij zeevruchten of gebakken vis.

blitva

1 kg. snijbiet
4 vastkokende aardappelen
4-5 tenen knoflook
2-3 el. olijfolie
zout en peper

Schil de aardappelen en snij ze in blokjes. Doe ze in een grote pan gezouten, kokend water.

Spoel de snijbiet goed. Snij de stengels van het blad. De al te taaie stukken zijn voor Flappie het konijn, de mooiere stukken snij je klein. Snij of scheur de bladeren in repen.

Als de aardappelen zo’n vijf minuten gekookt hebben gaat de snijbiet erbij. Eerst de stengels, want die hebben iets langer tijd nodig. De snijbiet moet zo’n 7 -10 minuten koken, of zelfs iets langer als hij niet zo vers meer is. De bedoeling is om het zo uit te mikken dat de aardappelen en de snijbiet op hetzelfde moment gaar zijn.

Verhit de olijfolie in een pan. Hak de tenen knoflook fijn (niet uit de knijper!) en bak ze een minuutje in de olie. Niet bruin laten worden, want dan wordt het spul bitter. Bah.

Doe er nu de goed uitgelekte snijbiet en aardappelen bij. Goed mengen, kruiden met zout en peper en nog een paar minuutjes doorbakken.

Als je echt goede olijfolie hebt, is het lekker om er voor het serveren nog een scheutje overheen gieten.

 


download dit recept

Kroatische recepten      Gerechten uit de keuken van Kroatië

 

Pire od graha
Puree van bonen

Deze pittig gekruide puree van bonen is een prima begeleider van geroosterd vlees of worstjes. Een smakelijke aanvulling bij de barbecue.

Voor deze bonenpuree hebben we nodig:
500 gr. gedroogde bonen
1 stengel bleekselderij
2 – 3 tenen knoflook
1 el. (olijf)olie
1 tl. scherp paprikapoeder
1 el. vegeta of groentebouillon
½ tl. gemalen karwij
1 bosje gehakte peterselie
1 dl. witte wijn
zout en peper

Was de bonen en week ze vier uur in lauw water. Ververs het water, breng het aan de kook en kook de bonen tot ze gaar en zacht zijn. Giet ze af.

Haal de draden van de stengel bleekselderij af en snij hem in stukjes. Rasp de tenen knoflook. Pureer de bonen, de knoflook en de bleekselderij samen met een lepel olie in een keukenmachine. Roer het paprikapoeder, de vegeta, het karwijzaad, de gehakte peterselie en de witte wijn door de bonenpuree. Kruid het met zout en peper.

Verwarm de puree in een matig warme oven in een lichtjes ingevette ovenschaal met een deksel. In een pan op het fornuis kan ook, maar pas dan op dat de zaak niet aanbrandt. Serveer de bonenpuree warm, met geroosterd vlees of worstjes.

 


download dit recept

Kroatische recepten      Gerechten uit de keuken van Kroatië

 

Pečene paprike i oraha
Geroosterde paprika met walnoten

Deze spread van geroosterde paprika’s, peper, knoflook en walnoten is heerlijk smeerseltje voor op een stukje brood bij een glaasje wijn of een borreltje. Mag zowel buiten in het zonnetje of binnen bij de open haard.

Spread van paprika en walnoten

800 gr. rode paprika’s
1 Spaans pepertje
2 teentjes knoflook
het sap van een halve citroen
50 gr. walnoten
een snufje gemalen karwij
½ tl. zout
½ dl. olijfolie
30 gr. paneermeel

Zet de paprika’s in een hete (220ºC.) oven en rooster ze tot het vel zwart is en blaren trekt. Keer ze af en toe. Als ze zwartgeblakerd zijn doe je ze in een plastic zak. Blaas er lucht bij, knoop hem dicht en laat het een kwartiertje staan. Nu kun je het velletje makkelijk van de paprika’s af wrijven.  Verwijder de zaadlijsten en snij ze in stukken.

Rooster de walnoten zachtjes in een droge koekenpan. Pas op dat ze niet aanbranden. Als ze gaan geuren is het goed.

Doe de paprika’s, het Spaanse pepertje (zonder zaad), de knoflook, het citroensap, de karwij en de licht geroosterde walnoten in een kom en pureer ze met een staafmixer. Als het mengsel glad is meng je er zout, olijfolie en broodkruim onder.

Serveer het met brood of toast.

 


download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Dovlecei la gratar cu brânza de oaie
Gegrilde courgette met schapenkaas

De courgettes worden in dit Roemeense recept gegrild en vervolgens bestrooid met geraspte schapenkaas en verse muntblaadjes. Ze zijn heerlijk als lichte zomerse lunch of als bijgerecht bij een overvloedige barbecue.

4 courgettes (neem niet te grote courgettes om te grillen, die hebben niet zo’n dikke schil.)
olie
2 takjes verse munt
1 stuk verse schapenkaas (brânza of feta)
grof zout en vers gemalen zwarte peper

Was de courgettes en droog ze. Snij de uiteinden eraf en snij ze in de lengte in plakken van een halve centimeter dik. Bestrijk de plakken courgette aan beide kanten met olie.

Leg de plakken courgette op een hete grillpan of barbecue en bak ze 2½ minuut. Draai ze dan om en bak ze nog eens 1½ minuut aan de andere kant. Leg ze op een voorverwarmd bord naast elkaar en bestrooi ze met zout en zwarte peper. Rasp er de schapenkaas overheen, en ben er niet zuinig mee. Bestrooi het met wat gehakte muntblaadjes. Dek de schaal af met aluminiumfolie.

Terwijl de kaas smelt en de smaken lekker trekken bak je de volgende lading courgettes. Die leg je op de andere. Bestrooi het ook nu met zout en peper, geraspte schapenkaas en gehakte munt. Opnieuw afdekken en verder gaan tot alle courgetteplakjes op zijn.

Zet de gegrilde courgettes op tafel met een kommetje geraspte schapenkaas.

 


download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Mămăligă

Mamaliga is al zo oud als Roemenië zelf. Wellicht werd het geïntroduceerd in de jaren na 106, toen keizer Trajanus Dacia inlijfde bij het Romeinse Rijk. Aangetrokken door de rijke goud- en zilvermijnen stroomden kolonisten uit alle delen van het Rijk toe en brachten naast hun taal, het Vulgaat, dat ten grondslag ligt aan de Roemeense taal, ook hun eetgewoonten mee, en dus ook hun gekookte meelpap, de mamaliga.
Mamaliga heette toen nog geen mamaliga: de Romeinen kenden het als “puls” of “pulmentum”, een naam die aan de basis ligt van het Italiaanse woord waaronder dit gerecht bij ons beter bekend is: polenta. Aanvankelijk werd mamaliga/puls/pulmentum/polenta gemaakt van wat er toen voorhanden was: graan, gierst, spelt, kastanjemeel of kikkererwten. Maïs was nog onbekend: dat werd pas in de loop van de 16de eeuw geïntroduceerd in Europa, na de ontdekking van de Nieuwe Wereld. Het nam al snel de plaats in van graan, omdat maïs een hoge voedingswaarde heeft en de opbrengst per m² een stuk hoger ligt.

Deze maïspap diende in heel Europa en Amerika tot in de 20ste eeuw als volksvoedsel, want het kostte drie keer niks en is gemakkelijk te bereiden. Omdat er meestal niet veel anders te eten was gaf dat grote problemen. Omdat bij het bereiden van maïsmeel geen niacine (vitamine B3) vrijkomt leden veel mensen aan pellagra, een akelige ziekte die wordt gekenmerkt door de “vier D’s”: diarree, dermatitis, dementie en dood. In Midden-Amerika, waar de maïs vandaan komt, daar wisten ze beter. Daar werd het van oudsher al gekookt samen met kalk en as, een proces dat “nixtamalisatie” heet, waarbij niet alleen deze essentiele vitamine vrijkomt, maar wat het maïsmeel bovendien ook geschikt maakt voor het maken van deeg.

Zoals vaak bij dit soort oeroude traditionele gerechten wordt ook mamaliga omgeven door allerlei verhalen over bijzondere familierecepten, de geheimzinnige bereidingswijze van oma of een half-magische truc die oudtante Andrea in haar jonge jaren heeft gehoord over een schaapsherder die regelmatig bij de grootouders van haar ome Sandu aan huis kwam en daar bla-bla-bla-en-etcetera. Leuk allemaal, maar eigenlijk is mamaliga een kinderlijk eenvoudig gerecht. Het maïsmeel wordt samen met een snuf zout gekookt in tweemaal haar hoeveelheid water. Dat is alles. Dat lijkt simpel en dat is het ook, maar in de praktijk blijkt het maken van een geslaagde mamaliga een ietsje ingewikkelder.

Het eerste dat we moeten beslissen is of we een smeuïge, vloeiende mamaliga willen, die we gaan eten als een soort stevige pap, wellicht samen met b.v. kaas en/of uitgebakken spekjes, of dat we een wat steviger massa willen die we op een bord kunnen lepelen als bijgerecht voor b.v. tochitură of een stoofpotje van lamspastrami. Het kan ook zijn dat we een compacte koek van mamaliga nodig hebben waar we plakken van kunnen snijden, hetzij om ze meteen te eten, hetzij om later te grilleren, b.v. als bijgerecht bij een saramură. Of misschien hebben we een stevige, maar kneedbare mamaliga nodig om er ballen van te vormen die we kunnen vullen met vlees en/of kaas, zoals voor het traditionele gerecht bulz. En dan is er ook nog de mogelijkheid om mamaliga te eten als zoet nagerecht samen met b.v. wat fruit of confituur, waarbij we het zout moeten vervangen voor wat suiker en een deel van het water voor room.

Maar wat we ook willen: mamaliga maak je met maïsmeel, water en zout. De verhoudingen hangen van af de gewenste consistentie: één deel maïsmeel op twee -voor een stevige- tot vier delen water voor een vloeiende mamaliga. Ook de kwaliteit en de grootte van de korrel van het maïsmeel zijn van belang voor het eindresultaat. Dat wordt dus een beetje experimenteren, want geen enkel recept kan overal in voorzien.

Maar we gaan het niet ingewikkelder maken dan het is. Hieronder volgen twee basisrecepten voor mamaliga: een traditionele, waarbij de maïspap constant geroerd moet worden om aanbranden en klonteren te voorkomen, en een tweede, waarbij heel wat minder geroerd wordt, waar het de kok wat makkelijker maakt. Welk van de twee de beste mamaliga oplevert? Dat is een kwestie van uitproberen…

1.
Voor een vloeiende mamaliga neem je per persoon 1 kop maïsmeel, 4 koppen water en een halve theelepel zout.

(Voor mamaliga gebruik je geen fijngemalen meel, maar het grover gemalen griesmeel. Griesmeel zijn grofgemalen en gepoetste (van zemelen ontdane) tarwe-, spelt-, rijst- of -in dit geval- maïskorrels. Er is grof (met een korrel van 600-1000 µm), middel (475-600 µm) en fijn griesmeel (300-475 µm).)

Neem een pan met een dikke bodem, de beste en zwaarste pan die je hebt. Breng daarin het water aan de kook. Doe het zout erbij. Nu laat je het maïsmeel erin glijden, in een dunne stroom vanuit je vuist. Je roert en blijft roeren tot al het maïsmeel in de pan zit.
(Begin te roeren met een garde, dat helpt om klontjes te voorkomen. Als de mamaliga te dik wordt voor de garde ga je verder met een houten lepel.)
Het water moet blijven koken, maar niet meer dan dat: zachtjes borrelen is voldoende. Zet het vuur dus steeds wat lager en blijft roeren en roeren, vooral langs de rand en de bodem van de pan, tot het maïsmeel al het water heeft opgenomen. Langzaam wordt de mamaliga dikker, tot hij de consistentie van een vleoeiende pap heeft bereikt. Het duurt ongeveer 40 minuten voordat je mamaliga klaar is.
De pap schep je meteen op borden en eet je warm op. Zodra de mamaliga afkoelt wordt het namelijk een stevige koek.

Wil je de mamaliga toch even warm houden, dek de pan dan af met plasticfolie. Daarover leg je een keukendoek, en daarop het deksel. Hou de pan met de mamaliga au bain marie warm (dus in een grotere pan met een bodem heet water), maar zorg dat de pan het water eronder niet raakt. Zo kun je de mamaliga nog een uurtje warm en soepel houden.

Voor een stevige, meer vaste mamaliga gebruik je minder water, zeg twee koppen per kopje maïsmeel. Je volgt gewoon het recept als hierboven, maar op het eind heb je geen vloeiende massa, maar een stevige maar nog wel zachte mamaliga, die van de randen loslaat als je met de pan schud. Ook nu is het 40 minuten koken en roeren voor het klaar is. Schud de mamaliga uit de pan boven een schaal of plank. Pas op voor je vingers, want het spul is werkelijk gloeiend heet. Nu snij je er plakken van. Dat doe je het best met een stukje draad, want als je een mes gebruikt zal de mamaliga eraan blijven kleven. Dien de mamaliga warm op, of laat hem afkoelen. De afgekoelde plakken mamaliga kun je voor gebruik bakken op een hete gril. Wil je er ballen van vormen, zoals voor bulz, laat het dan tot lauwwarm afkoelen en ga verder volgens het recept.

Wil je een meer romige polenta, vervang dan een deel van het water door melk en roer er tijdens het koken een flinke klont boter door. Zo kun je de mamaliga ook maken met yoghurt of room.

2.
Dit tweede recept voor mamaliga vraagt heel wat minder roerwerk, en dat is goed nieuws.

Ook nu nemen we 1 kop maïsmeel op 4 koppen water, plus een flinke snuf zout.

Doe het maïsmeel in de pan. Overgiet het met het (koude) water en doe er het zout bij. Meng het met een houten lepel. Zet de pan op een middelhoog vuur en roer de mamaliga tot het water begint te koken (er verschijnen wat belletjes aan de zijkant), en het maïsmeel al het water heeft opgenomen. Het ziet er nu uit als een heel zachte mamaliga, die aan de lepel blijft hangen. Stop nu niet met roeren, anders gaat je mamaliga klonteren. Snel of krachtig roeren is niet nodig: ga gewoon rustig met je lepel door de pan. Dit duurt zo’n 5 minuutjes.

Wanneer het maïsmeel al het water heeft opgenomen draai je het vuur zo laag mogelijk. Gebruik zo nodig een vlamverdeler (zo’n ijzeren plaatje met gaatjes). Bedek de pan met een deksel of een spatdeksel en laat de mamaliga 20 minuten sudderen. Iedere 5 minuten til je het deksel op en roer je de mamaliga krachtig een keer door, vooral over de bodem en langs de zijkanten.

Na de 20 minuten doof je het vuur. Roer de mamaliga nog een keer krachtig door. De mamaliga is nu gaar en zacht, en stroomt (als het gelukt is) langzaam van je lepel. Dien de mamaliga meteen op, want als je hem laat afkoelen wordt het een dikke koek.

En ook hier geldt: heb je minder water gebruikt, dan heb je nu een stevige mamaliga die van de randen van de pan loslaat. Schud hem uit boven een plank en snij er met behulp van een touwtje plakken van.

 


download dit recept

Sloveense recepten      Gerechten uit de keuken van Slovenië

 

Ajdovi žganci
Boekweitbrij

Een traditioneel gerecht van gekookt boekweitmeel uit Ajdovščina, een stadje in het oosten van Slovenië, op het plateau van Karst, dicht bij de Italiaanse grens.

Ajdovščina is oud. Al in de bronstijd was er een versterkte nederzetting op de nabijgelegen heuvel van Gradišče. In de vroege Romeinse periode stond er op deze plek een kleine post, de Mansio Fluvio Frigido, die reizigers over de weg van Aquilea naar Emona verzorgde. Later werd de plek als Castro Fluvio Frigido het centrum van een verdedigingssysteem, de Claustra Alpium Iuliarum (Muur van de Julische Alpen), die liep van de Golf van Kvarner in het huidige Kroatië tot het (Italiaanse) Cividale. De resten daarvan zijn nog steeds te zien in Ajdovščina. We zouden zelfs kunnen betogen dat ook dit ajdovi žganci een overblijfsel is uit de Romeinse tijd, want ook de Romeinen aten een dergelijke pap van gekookt meel: puls of pulmentum. Puls was het basisvoedsel van de Romeinen voordat ze overschakelden op brood.

Brood! Cato de Oudere (234 – 149 v.Chr., die overigens vond dat Carthago verwoest zou moeten worden), sprak er schande van. Hij noemde het eten van brood in plaats van pulmentum “decadent” en het begin van het einde, maar Cato was dan ook een aartsconservatieve zuurpruim die niets moest hebben van alles wat nieuw, vreemd of anders was. Zo ging hij regelmatig tekeer tegen de groeiende invloed van de Griekse cultuur in Rome, en in het bijzonder de Griekse doktoren: “Ze hebben gezworen om ons allemaal met hun geneeskunst te doden – en ze laten zich er nog voor betalen ook…”.

Een andere gevleugelde uitspraak van Cato: “Vermijd discussies met kletsmeiers. Eenieder kreeg een tong, maar slechts weinigen verstand.”

Voor onze ajdovi žganci hebben we nodig:
400 gr. boekweitmeel

(Boekweit is geen graansoort. Boekweitkorrels zijn de vruchtjes van een eenjarige, kruidachtige plant. In tegenstelling tot graan (zoals b.v. tarwe, spelt, rogge, gerst, rijst, maïs en haver), bevat boekweit geen gluten.)

6 dl. water
1 tl. zout
1 el. olie
1 flinke lepel kaantjes, of 2 el. boter

Breng het water aan de kook in een pan of een waterkoker.

Doe het boekweitmeel in een droge pan (dus zonder olie of water!) en zet hem op het vuur. Laat het boekweit al roerend roosteren tot het begint te geuren. Dat duurt ongeveer 5 minuten.

Doe er dan het kokende water bij, het zout en de olie. Meteen afdekken en 10 minuten rustig laten koken. Na 10 minuten roer je het los met een lepel, of een vork. Als de pap te droog is doe er dan nog een beetje (heet) water bij.

Voor het opdienen strooi je er de kaantjes overheen. Liever geen kaantjes? Dan leg je er de 2 el. boter op.

Ajdovi žganci kan als hoofdmaaltijd dienen, maar wordt ook vaak gegeten als bijgerecht bij obara of een (andere) stoofpot, vleessaus, zuurkool, bloedworst en/of verschillende worsten.

Ajdovi žganci

 

Ajdovi žganci
download dit recept

Sloveense recepten      Gerechten uit de keuken van Slovenië

 

Mlinci

Mlinci worden gewoonlijk gegeten als bijgerecht bij gebraden gevogelte zoals eend of gans. Mlinci worden gemaakt van een deeg van bloem en eieren, dat net als pasta heel dun wordt uitgerold, maar dan niet wordt gekookt, maar in de oven wordt gebakken. Die gebakken, kurkdroge plakken worden in stukken gebroken en dan in heet water geweekt, waarna ze knapperig worden gebakken in olie of in het braadvet van de vogel waarmee ze worden opgediend.

300 gr. bloem
3 eieren
zout
2 el. olie

Zeef de bloem in een kom. Meng ze met de eieren en een snuf zout. Vorm een bal van het deeg. Die leg je op een met bloem bestoven werkblad en dan ga je aan ‘t kneden. Tien minuten lang, met minder nemen we geen genoegen. Als je uitgekneed bent laat je het deeg een kwartiertje rusten. Ondertussen verwarm je de oven voor op 180ºC.

Verdeel het deeg nu in 3 stukken en rol elk stuk uit tot een lap van 2 mm. dun. Leg de deeglap op een bakplaat en schuif hem in de oven. Bak tot het mooi goudgeel kleurt.

De gebakken deeglap snij of breek je in stukjes. Doe die stukken in een kom en giet er kokend water overheen. Dek de kom af en laat de mlinci zacht worden.

In een koekenpan verhit je 2 el. olie of nog veel beter: het braadvet van een gans of een eend. Laat de mlinci uitlekken en bak ze in het hete vet onder goed roeren bruin en knapperig.

 


download dit recept