Tagarchief: knoedels

Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Käseknödel mit Spinatsauce und Champignons
Kaasknoedels met spinaziesaus en champignons

Een bijzonder smakelijke combinatie: goudbruin gebakken kaasknoedels op een groen bedje van spinaziesaus met kastanjechampignons. Een vegetarisch feestmaaltje waarbij je het vlees beslist niet zult missen!

Käseknödel mit Spinatsauce

Voor de Käseknödel hebben we nodig:
1 ui
400 gr. Semmelwürfel (kleine blokjes hard, oudbakken witbrood)
4 eieren
2½ dl. melk
nootmuskaat
zout
250 gr. pittige bergkaas, geraspt
2 el. gehakte bladpeterselie
4 el. boter

en voor de spinaziesaus:
1 kleine ui
1 pak (ontdooide) diepvriesspinazie (450 gr.)
250 gr. kastanjechampignons
zout en peper
2 dl. groentebouillon
1 el. bloem

De Käseknödel maak je volgens dit recept voor Käseknödel.

Ondertussen maak je de spinaziesaus. Doe de spinazie in een vergiet en laat het goed uitlekken. Borstel de champignons schoon, snij ze in plakken en bak ze al omscheppend in een scheut olie op hoog vuur tot ze hun vocht zo’n beetje verloren hebben. Schep ze uit de pan en hou ze apart.

Laat de pan van het vuur af even afkoelen. In de tussentijd snipper je de ui. Laat wat olie of boter smelten in de pan en bak de ui op een laag vuurtje tot ze glazig is. Strooi er een overvolle eetlepel bloem overheen, schep het goed om en giet er dan scheutje voor scheutje de bouillon bij. De bedoeling is dat het een dikke saus wordt. Kruid het met zout en peper en meng er de champignons onder. Laat het allemaal goed doorwarmen.

Verdeel de spinaziesaus over vier (voorverwarmde) borden, en leg op elk bord vier goudbruin gebakken Käseknödel.

 

Käseknödel mit Spinatsauce
download dit recept

Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Spinatknödel
Spinazieknoedels

Vandaag eens een heel andere manier om spinazie op tafel te zetten! Samen met een frisse salade en bestrooid met Parmezaanse kaas vormen deze Oostenrijkse spinazieknoedels een smakelijke en complete vegetarische maaltijd.

Spinatknödel

Spinatknödel

1 ui
boter
450 gr. diepvries spinazie (of 700 gr. verse)
300 gr. Semmelwürfel (harde witte broodjes, in kleine blokjes gesneden)
1¼ dl. melk
2 eieren
1 el. gehakte bladpeterselie
zout en peper
2 el. bloem
Parmezaanse kaas

Spinatknödel maak je zo:

Als je verse spinazie wilt gebruiken, laat hem dan slinken in een grote pan. Diepvriesspinazie laat je ontdooien. Knijp het vocht uit de spinazie en hak het fijn.

Snipper de ui en bak ze in de boter op een zacht vuurtje glazig. Laat het afkoelen.

Klop de melk los met de twee eieren. Doe de blokjes witbrood in een kom en overgiet het met de melk. Meng er de spinazie, de ui en de peterselie door. Kruid het met zout en peper, kneed de massa goed door en laat het een uurtje rusten.

Meng de bloem door de massa. Vorm er nu met vochtige handen knödel van, maatje XXL pingpongbal. Breng een grote pan water aan de kook, doe er een schep zout in. Zet de hitte nu lager zodat het water niet meer echt borrelt, maar nog licht golft. Laat de spinazieknoedels erin glijden en laat ze in 10 – 12 minuten garen. Ga in het begin af en toe over de bodem met een houten spatel zodat ze niet aan de pan blijven kleven.

Kook knödel altijd op matige hitte en zonder deksel op de pan. Zorg dat het water niet heftig borrelt, want dan vallen de knoedels uit elkaar. Tip: als je een el. aardappelzetmeel door het kookwater mengt blijven ze zeker heel.

Laat een flinke klont boter bruin worden in een koekenpan. Haal de gare Spinatknödel uit de pan met een schuimspaan, laat ze even uitlekken en rol ze dan even heen en weer door de hete boter. Leg de Spinatknödel op voorverwarmde borden, giet er de boter die nog in de pan zit overheen en bestrooi ze rijkelijk met geraspte Parmezaanse kaas. Opdienen met een frisse salade.

 

Spinatknödel
download dit recept

Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Gebackene Zwetschkenknödel
Gebakken pruimenknoedels

De oorsprong van dit uiterst traditionele zomerse gerechtje -zomers, want gebonden aan de pruimentijd- ligt met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in Bohemen, het westelijke deel van de Tsjechische Republiek. In de 19de eeuw vonden veel Boheemse meiskes namelijk emplooi in de keukens van de Weense burgerij, waardoor veel hun traditionele gerechten, vooral veel van dit soort deeggerechtjes, rimpelloos samenvloeiden met die van de Weense keuken, zodat vandaag de dag niemand meer beter weet of het heeft er altijd al deel van uitgemaakt. Bramborové koule (of: knedlíky) se švestkami, zo luidt de Tsjechische naam van dit gerecht, waarbij de pruimen in een jasje van aardappeldeeg worden gestoken om vervolgens in kokend water te worden gegaard. Dat doen we niet met deze Oostenrijkse Gebackene Zwetschkenknödel. De knoedels worden niet gekookt, maar in roomboter gebakken, in de oven, waarbij ze het laatste kwartier ook nog eens worden overgoten met een mengsel van slagroom en eieren. Opdienen met een ferme lepel (poeder)suiker eroverheen. Als je er helemaal een feestje van wil maken zet je ze op tafel met een portie “powidl”: een zoete pruimenmoes die wordt gemaakt door de pruimen eindeloos lang in te koken tot een dikke, bijna zwarte brij.
Tot in de pruimentijd!

Gebakken pruimenknoedels

hiermee maak je genoeg Zwetschkenknödel voor 4 personen:
500 gr. kruimige aardappelen
125 gr. bloem
80 gr. boter
2 eieren
20 kleine pruimen
1½ dl. slagroom
1 – 2 el. suiker

500 gr. aardappelen gaar koken, pellen en door de aardappelpers werken. Meng er de bloem, 1 ei en 30 gr. boter door en kneed er een deeg van.

Was de pruimen en droog ze. Veel mensen vinden dat deze pruimenknoedels beter smaken als de pit wordt meegebakken, maar als er kinderen aan tafel zitten, dan zou ik de pitten er toch maar liever uit halen. Snij de pruimen half open, zodat ze heel blijven, en wip de pit er met je mes of met een theelepeltje uit. In de plaats van de pit kun je er evt. een half suikerklontje in stoppen.

Van het deeg maak je een rol van 5 cm. dik. Snij er met een mes schijven af van ongeveer 1½ cm. Bestuif je handen met wat bloem, druk het stukje deeg plat in je handpalm. Leg er een pruim in en knijp het deeg er rondom dicht. Zorg dat de deegbal goed gesloten is.

Verwarm de oven voor op 200ºC.

Zet een bakvorm op het fornuis en laat er 50 gr. boter in smelten. Leg er de pruimenknoedels in en keer ze voorzichtig, zodat ze bedekt zijn met de boter. Zet de vorm dan in de hete oven en laat ze in drie kwartier mooi bruin bakken.

Klop het resterende ei los met de slagroom en de suiker. Giet het over de pruimenknoedels en laat het nog eens een kwartier verder bakken.

Gebakken pruimenknoedels

 

Gebakken pruimenknoedels
download dit recept

Oostenrijkse recepten       Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Käseknödel
Kaasknoedels

Käseknödel, kaasknoedels, zijn ballen van een deeg van oud witbrood en eieren waardoor geraspte kaas is gemengd. De ballen worden gekookt in gezouten water, en daarna nog eens goudbruin gebakken in een flinke plas boter. Deze knoedels worden vaak opgediend in een runderbouillon, maar is zeker ook prima geschikt als vegetarische hoofdmaaltijd, samen met b.v. een frisse salade en wat bieslooksaus. In de winter eet je er b.v. lekkere gestoofde zuurkool bij.

Käseknödel

Hiermee maak je voldoende Käseknödel voor vier personen:
400 gr. oudbakken witbrood, in blokjes gesneden (Semmelwürfel)
2½ dl. melk
4 eieren
nootmuskaat
zout
1 ui
250 gr. pittige bergkaas, geraspt
2 el. gehakte peterselie
4 el. boter

Klop de eieren los met de melk. Kruid het met een half theelepeltje zout en wat nootmuskaat. Giet het mengsel over de blokjes witbrood en laat het een kwartiertje zo staan.

In de tussentijd snipper je de ui en bak je ze in een pannetje met een beetje boter zachtjes tot ze glazig wordt en lichtbruin gaat kleuren. Zet het vuur uit en laat het afkoelen.

Breng een grote pan met gezouten water aan de kook.

Meng de afgekoelde ui, de gehakte peterselie en de geraspte bergkaas door het ei-broodmengsel. Kneed het eens goed door en verdeel het in vier stukken. Ieder stuk verdeel je opnieuw in vieren. Daar vorm je dan met vochtige vingers balletjes van, ongeveer zo groot als een pingpongbal. Die laat je in het kokende water glijden. Zet het vuur laag, zodat het water nog wat golft, maar niet meer borrelt, en kook de Käseknödel in een kwartiertje gaar.

Smelt de boter in een koekenpan. Haal de Käseknödel uit het water met een schuimspaan, laat ze eventjes uitlekken en bak ze dan in de hete boter rondom mooi lichtbruin.

Zet de Käseknödel op tafel met b.v. gestoofde zuurkool, met spinaziesaus of met bieslooksaus en een salade. Käseknödel zijn ook heel lekker in een soepje, b.v. een heldere runderbouillon. Leg de knoedeltjes daarvoor in diepe borden en giet er de hete bouillon overheen.

 

Käseknödel
download dit recept

Slowaakse recepten      Gerechten uit de keuken van Slowakije

 

Slivkové gule s makom
Pruimenknoedels met maanzaad

Deze knoedels van aardappeldeeg met een vulling van zoete pruimen zijn heerlijk als dessert, maar ook als lunch, want in Slowakije zijn zoete meelspijzen zoals deze een zeer gebruikelijke middagmaaltijd. Ze worden bestrooid met maanzaad, wat heerlijk samengaat met het aardappeldeeg en de pruimen.

pruimenknoedels met maanzaad

Aardappelknoedels met pruimen 750 gr. aardappelen
Aardappelknoedels met pruimen 250 gr. bloem
Aardappelknoedels met pruimen 1 ei
Aardappelknoedels met pruimen 1 snufje zout
Aardappelknoedels met pruimen verse pruimen
Aardappelknoedels met pruimen gemalen maanzaad
Aardappelknoedels met pruimen poedersuiker
Aardappelknoedels met pruimen boter

De aardappelen kook je in de schil gaar. Laat ze een beetje afkoelen en pel ze. Rasp ze op een fijne rasp boven een grote kom. Laat ze even staan zodat ze goed kunnen uitdampen. Meng er dan het ei onder, een snufje zout en de bloem. Kneed het tot een soepel deeg dat niet meer plakt aan je handen. Als het kleverig blijft doe je er nog wat bloem bij.

De pruimen snij je half door, zodat je de pit eruit kunt halen maar ze nog wel heel blijven. Op de plaats van de pit stop je een half suikerklontje.

Rol het deeg uit tot een dikte van een halve centimeter en snij er rondjes uit, een heel klein beetje groter dan een pruim. Leg een pruim op het rondje deeg, leg er een tweede rondje op en druk de randen goed vast. Vorm er mooie ballen van die goed gesloten zijn.

Kook de pruimenknoedels in gezouten water tot ze boven komen drijven. Even laten uitlekken en dan besprenkelen met wat gesmolten boter en bestrooien met gemalen maanzaad en poedersuiker.

 

Pruimenknoedels met maanzaad
download dit recept

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Slovenië

 

Pehtranovi štruklji
Struklji met dragon

Valentinovo, Valentijnsdag, 14 februari, (in Slovenië ook wel Zdravko, van “zdrav”, wat “gezond” betekent), wordt in Slovenië al eeuwenlang gevierd. Valentijn is een van de lente-heiligen, de heilige van gezondheid en de schutspatroon van imkers en pelgrims. “Sint Valentijn brengt de sleutels van de wortels”, luidt een oud gezegde, want het volksgeloof wil dat op deze dag de planten beginnen te groeien. Volgens de oude gebruiken is Valentijn de eerste dag waarop het werk in de wijngaarden en op de velden begint na de lange winter. Ook de vogeltjes krijgen het op hun heupen, want een ander verhaal vertelt dat het gevederde volkje op de dag van St.Valentijn elkaar huwelijksaanzoeken doet. Dat Valentijn wordt gevierd als de dag van de liefde met kaartjes en cadeautjes is, zoals zoveel, pas heel recent over komen waaien uit de V.S. Maar allez, er zijn slechter redenen om feest te vieren.

struklji

Op de top van de berg Sabotin bij het gehucht Podsabotin, vlakbij de Sloveens-Italiaanse grensstad Gorica/Gorizia, ligt, te midden van fraaie natuur, de ruïne van een kerkje gewijd aan St.Valentijn. Het was niet altijd zo vredig hier: tijdens eerste wereldoorlog was de streek het toneel van hevige gevechten en het was toen dat het kerkje, dat overigens al sinds 1782 niet meer in gebruik was, nagenoeg van de aardbodem werd geveegd. In een schriftelijke vermelding uit het begin van de 14de eeuw komt de naam van de berg voor als Saluatin. Dat zou kunnen afgeleid zijn van Salbotin, gebaseerd op het latijnse “salvus” wat, alweer, “gezond” betekent, waarmee we weer terug zijn bij Valentijn.

Op Valentijnsdag gaat de bevolking naar de ruïne op bedevaart. Hetzij uit piëteit, hetzij uit traditie, hetzij gewoon voor de lol, of van alle drie een beetje. In ieder geval wordt de berg beklommen, en na van de pastoor de zegen te hebben ontvangen kunnen de festiviteiten beginnen van het jaarlijkse štruklji festijn, wat meteen de eerste dag van de vakantie in de Goriška inluidt. Op deze dag krijgen de kinderen van hun peetouders en familieleden cadeautjes in de vorm van gebak en ander snoepgoed. Voor de volwassenen staat er in elk huis štruklji klaar.

Deze štruklji, met een vulling van kwark, room en dragon, is een van de aller- allerbekendste. Alleen wat betreft naam en vorm lijkt het op de beroemde Oostenrijkse strudel, maar qua bereidingswijze is het een knoedel, want ze wordt niet gebakken in de oven, maar gekookt, verpakt in kaasdoek.

Pehtranovi štruklji
Dragon strukli

voor het deeg van deze štruklji met dragon hebben we nodig:
375 gr. bloem
2 el. olie
2½ dl. lauw water
1 snufje zout

voor de vulling:
500 gr. magere kwark
2 dl. zure room
1 ei
4 el. suiker
2 takjes dragon

Meng alle spullen voor het deeg, kneed het -niet al te fanatiek- door en maak er een bal van. Laat het afgedekt een half uurtje rusten.

Laat de kwark in een fijne zeef of een doek een half uurtje uitlekken. Meng de kwark met de room, het ei en de gehakte dragon. Rol het deeg zo dun mogelijk uit en verdeel er de vulling over. Met behulp van een doek rol je het deeg op. Verpak het in kaasdoek en bind het dicht met draad. Kook het zachtjes in een grote pan met licht gezouten water. Een half uur, dan is het goed.

Snij de štruklji in stukken en besprenkel ze met wat gesmolten boter.

 


download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Papanaşi cu brânză fierţi
Zoete kaasknoedels

Een verrassend lekker dessertje, deze Roemeense zoete kaasballetjes. Balletjes van feta, vanillesuiker, citroenschilletjes en meel worden eerst gekookt en daarna door een mengsel van in boter gebakken paneermeel en suiker gerold. Dat klinkt als een hoop werk, maar dat valt echt reuze mee. Gewoon proberen dus. Krijg je zeker geen spijt van.

250 gr. “feta” van koemelk
1 ei
2 el. bloem
2 el. griesmeel
fijngeraspte schil van 1 citroen
2 zakjes vanillesuiker
1 tl. zout
50 gr. boter
100 gr. paneermeel
3 el. suiker (of meer, naar smaak)

Zet om te beginnen een grote pan met gezouten water (zo’n 4 liter, zodat je straks alle balletjes tegelijkertijd kunt koken) op het vuur. Tegen de tijd dat het water kookt zijn je kaasknoedeltjes er klaar voor, zo weinig werk is het eigenlijk.

Laat de kaas uitlekken en prak hem fijn met een vork. Meng hem met het ei, 1 tl. zout, 1 zakje vanillesuiker, de geraspte citroenschil, de bloem en het griesmeel. Kneed het tot een stevig deeg dat glad is en niet meer plakt. Als het te nat is doe je er nog wat bloem doorheen.

Strooi wat bloem op een werkblad en vorm van het deeg een lange rol met een doorsnee van ongeveer 4 cm. Snij van deze rol steeds stukjes deeg af, van zo’n 3 cm. dikte. Rol er keurige balletjes van.

Doe alle papanaşii in één keer in het kokende water. Gebruik een brede houten spatel om te zorgen dat ze niet aan de bodem blijven kleven. Zodra het water weer kookt gaat het deksel erop. Laat ze zo’n 7-8 minuten koken, of tot ze boven komen drijven. Zet dan meteen het vuur af en laat ze met het deksel op de pan nog 5-6 minuten staan. Daardoor zwelt het griesmeel nog wat op en worden ze lekker mals.

Terwijl de papanaşii rusten in het hete water smelt je de boter in een koekenpan. Doe er het paneermeel bij en laat het onder voortdurend roeren bakken, zo’n 2-3 minuten. Als het paneermeel goudbruin is geworden haal je het wat uit elkaar en roer je er drie eetlepels (of meer, zo veel als je lekker vindt) door, en het tweede zakje vanillesuiker.

Rol de uitgelekte kaasknoedels goed door het gezoete paneermeel en zet ze dan meteen op tafel, want het is zonde om ze koud te laten worden.

 


download dit recept

Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Specklaibchen
Spekballetjes

Specklaibchen zijn afgeplatte knoedels van een deeg van bloem, geraspte aardappel en ei, vermengd met uitgebakken spekjes en ui. Specklaibchen zijn lekker als hoofdgerecht, bijvoorbeeld met een frisse salade en een koude kruidensaus, maar zijn ook een prima begeleider voor een stuk vlees met lekker veel saus of een stoofschotel.

Specklaibchen

Specklaibchen voor 4 personen:
Specklaibchen 100 gr. bloem
Specklaibchen 2 eieren
Specklaibchen 500 gr. aardappelen
Specklaibchen 1 snuf nootmuskaat
Specklaibchen 5 el. olie
Specklaibchen zout en peper
Specklaibchen 200 gr. gerookt spek
Specklaibchen 1 ui

Kook de aardappelen in de schil gaar. Pel ze en laat ze afkoelen.

Pel de ui en snij hem klein. Snij het spek in dobbelsteentjes. Bak het spek samen met de uien op een heel laag vuurtje in een klein beetje olie, tot de uien glazig worden en het spek wat is uitgebakken. Laat het afkoelen.

Rasp de gekookte aardappelen op een grove rasp. Kruid ze met zout, peper en nootmuskaat. Meng er de ui, de spekblokjes, de eieren en de bloem door. Kneed het tot een deeg.

Verhit de olie in een pan. Maak van de deegmassa afgeplatte balletjes en bak ze in de olie aan beide kanten mooi bruin.

Specklaibchen zijn als hoofdgerecht lekker met een salade en een koude kruidensaus, of als bijgerecht bij een stoofschotel.

 

Specklaibchen
download dit recept

Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Marillenknödel
Abrikozenknoedels

Het verhaal gaat dat de Oostenrijkse keizer Ferdinand I (1793-1875), die algemeen werd beschouwd als een simpele ziel, eens aan zijn kok vroeg om Marillenknödel. “Majesteit”, zei de kok respectvol, “het spijt mij zeer, maar dat is helaas niet mogelijk. In deze tijd van het jaar zijn verse abrikozen niet verkrijgbaar.” Het antwoord van de monarch is de geschiedenis ingegaan als het enige coherente bevel uit zijn hele regeringsperiode: “Ich bin der Kaiser und ich will Knödel!”.

Toen hij, na 13 jaar op de troon gezeten te hebben, geconfronteerd werd met een volksopstand vroeg hij aan vorst Metternich om een verklaring. “Sire, het volk maakt een revolutie” antwoordde de vorst, waarop de keizer reageerde met een verbouwereerd: “Jamaar… mògen ze dat dan?”

Ferdinand, die in de volksmond bekend stond als “Ferdinand der Gütige” werd door zijn minsters gemaand om troonsafstand te doen ten gunste van zijn neef, Franz-Joseph (die van Sisi). Hij verhuisde naar Praag en ging vanaf dat moment als “Gütinand der Fertige” door het leven.

Ferdinand mocht zijn afgedankt, maar de Marillenknödel, die zijn gebleven.

Gelukkig maar.

Marillenknödel

Voor deze keizerlijke Marillenknödel hebben we nodig:
Marillenknödel 250 gr. kwark (plattekaas)
Marillenknödel 1 ei
Marillenknödel 180 gr. bloem
Marillenknödel 1 snufje zout
Marillenknödel 8 abrikozen
Marillenknödel boter
Marillenknödel suiker
Marillenknödel paneermeel

Marillenknödel maak je zo:

Van de plattekaas, het ei, de bloem en een snufje zout kneed je een glad deeg dat niet meer aan je vingers kleeft. Als het te nat is mag er nog wat bloem bij. Zet het een uurtje in de koelkast.

Als het tijd is om het deeg weer uit de koelkast te halen, dan pak je de abrikozen en snij je ze half door, net ver genoeg om de pit te kunnen verwijderen. Op de plaats van die pit stop je een half suikerklontje. Bestuif een werkblad met bloem. Daarop rol je het deeg uit tot een dikke rol. Snij het in acht gelijke stukken. Vorm van ieder stuk een plat pannenkoekje. Daarin vouw je een abrikoos. Vorm er een gladde, goed gesloten bal van, eventueel m.b.v. een druppeltje water.

Breng een grote pan water aan de kook. Laat de Marillenknödel er in glijden en kook ze 7 minuten.

Ondertussen laat je een genereuze klont roomboter smelten in een koekenpan. Strooi er flink paneermeel over en laat het zachtjes bakken zodat het paneermeel mooi gaat kleuren. Bestrooi het met suiker.

De marillenknödel zijn ondertussen wel gaar. Haal ze met een schuimspaan uit de pan en rol ze eens flink door het gesuikerde paneermeel. Zet je marillenknödel meteen op tafel, want als ze koud zijn is er geen aardigheid meer aan.

 


download dit recept

Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Wiener Wäschermädeln
Gevulde abrikozen in beslag

Weense wasmeisjes. Ongetwijfeld zijn ze net zo verrukkelijk als dit dessertje van met marsepein gevulde abrikozen, die door een beslag van witte wijn en bloem worden gehaald en daarna worden gefrituurd.
Als je de abrikozen vervangt voor gedroogde pruimen en ze niet vult met marsepein, maar met amandelen, dan zijn de meisjes ineens jongetjes geworden en heten ze “Schlosserbuben”.

Maar waar je voorkeur ook naar uitgaat; eet ze zolang ze nog warm en knapperig zijn.

8 abrikozen
20 gr. poedersuiker
60 ml. marillenlikeur (abrikozenlikeur)
80 gr. marsepein

1/3 l. witte wijn
250 gr. bloem
3 eieren
2 el. olie
1 el vanillesuiker
zout
2 el. aardappelmeel
4 el. poedersuiker

olie om te frituren

Blancheer de abrikozen kort in kokend water. Snij ze in vanaf de steel en haal de pit eruit. Marineer ze in de suiker en de likeur.

Maak 8 kleine bolletjes van het marsepein en vul daarmee de abrikozen.

Roer voor het beslag de wijn met de bloem glad. Scheidt de eieren. Roer de dooiers, een beetje zout, de vanillesuiker en 2 el. olie door de wijnmassa. Sla de eiwitten met een snufje zout tot een stijve sneeuw en schep het onder het beslag.

Rol de abrikozen door het aardappelmeel (zodat het beslag beter blijft zitten) en haal ze daarna met behulp van een vork door het beslag. Bak de Wäschermädeln in het hete vet goudbruin.

Laat de wasmeisjes even uitlekken op keukenpapier en bestrooi ze met poedersuiker.

 


download dit recept