Tagarchief: koekjes

Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Linzer Augen
Linzer ogen

Een echt ouderwets traditioneel kerstkoekje, dat niet alleen met Kerstmis, maar ook op andere gelegenheden gretig aftrek zal vinden.
Waarom de koekjes Linzer Augen heten? Wel: de ogen, dat zijn de drie gaatjes in de koekjes waardoor de mooie rode vulling van aalbessengelei naar buiten kijkt. Dat Linz, dat komt van het deeg: Linzer deeg is een korstdeeg gemaakt van bloem, suiker, boter, citroenschilletjes, een snufje kaneel en gemalen amandelen; hetzelfde deeg waarmee ook de wereldberoemde Linzer Torte wordt gemaakt.

Linzer Augen

Voor onze Linzer Augen hebben we nodig:
300 gr. bloem
200 gr. boter
100 gr. poedersuiker
1 zakje vanillesuiker
2 eierdooiers
100 gr. gemalen amandelen
1 snuf kaneel
de fijn geraspte schil van een halve citroen

en dan nog:
aalbessengelei
poedersuiker

Snij de boter in kleine stukken en laat ze op kamertemperatuur komen.

Doe nu alle ingrediënten (bloem, zachte boter, poedersuiker, vanillesuiker, eierdooiers, amandelen, kaneel en citroenschilletjes) in een schaal en kneed het snel tot een samenhangend deeg. Maak er een bal van, rol het in plasticfolie en laat het minstens een uur in de koelkast rusten.

Verwarm de oven voor op 180ºC.

Bestuif een werkblad met bloem en rol er het deeg dun op uit. Steek er cirkeltjes uit van ongeveer 5 cm.. In de helft van die cirkeltjes steek je nog eens drie kleine rondjes uit. Leg ze op een met bakpapier beklede plaat en bak ze in 10 – 12 minuten mooi lichtbruin.

Laat ze heel eventjes wat afkoelen en bestrijk de koekjes zonder gaten met de aalbessengelei. De koekjes met gaten bestrooi je met poedersuiker en leg je op de koekjes met de gelei. Druk ze heel lichtjes wat aan, zodat de gelei een klein beetje opbolt in de gaatjes.

Laat de koekjes op een rooster helemaal afkoelen en bewaar ze tot gebruik in een blik of plastic doos. Leg er wel bakpapier tussen zodat het geen plakkerige boel wordt. Zet ze op een koele plek en laat ze een paar dagen staan, daar worden ze nòg lekkerder van.

 

Linzer Augen
download dit recept

Servische recepten      Gerechten uit de keuken van Servië

 

Vanilice
Vanillekoekjes

Deze tongstrelende vanillekoekjes worden gemaakt bij feestelijke aangelegenheden zoals Kerstmis, Oudjaar, een verjaardag of zomaar een doordeweekse dag. Vanilice zijn vrij eenvoudig te maken en onwaarschijnlijk lekker om te eten. Zo zien we het graag!

Ongeveer 30 vanilice maak je met:
150 gr. boter
125 gr. kristalsuiker
1 ei
het sap van ½ citroen
1 tl. zeer fijn geraspte citroenschil
125 gr. gemalen walnoten
300 gr. bloem
abrikozen- of pruimenjam
100 gr. poedersuiker
2 zakjes vanillesuiker

Meng de boter met de kristalsuiker tot een crème. Klop de eieren los en meng ze samen met het citroensap, de schilletjes en de gemalen walnoten door de boter. Meng er tenslotte beetje bij beetje de bloem door en kneed het tot een glad deeg. Dek de schaal af en zet het een paar uur in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 180ºC.

Bestuif een werkblad met wat bloem en rol er het deeg op uit tot een dikte van een halve centimeter. Steek er met een omgekeerd glas of een vormpje rondjes uit van ongeveer Ø 5 – 6 cm. Die leg je op een met bakpapier beklede bakplaat. Schuif ze in de oven en bak ze ± 12 minuten. Ze moeten gaar zijn, maar ze mogen niet kleuren. Laat ze 5 minuten afkoelen op het blik. Leg ze dan op een werkblad en laat ze verder afkoelen. Tijdens het afkoelen leg je op de helft van de koekjes een lepeltje jam. Dat dek je af met een tweede koekje.

Meng de poedersuiker met de vanillesuiker. Rol nu iedere vanilice door de suiker, zodat ze helemaal bedekt zijn. Ze zijn het lekkerste als je ze een of twee dagen hebt laten rusten in een afgesloten blik. In dat blik kun je ze een kleine drie weken goed houden.

Vanilice
download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Mucenici
Martelaren

Op 9 maart wordt in de Orthodoxe kerk het feest van de 40 Martelaren van Sebaste gevierd. Die Veertig Martelaren waren Romeinse soldaten van het Legio XII Fulminata die in het jaar 320 stierven voor hun geloof. Ze werden door de Romeinse keizer veroordeeld om op een bitter koude vriesnacht naakt op een bevroren meer te gaan zitten. Een van hen zakte de moed in de schoenen en sprong in het hete bad dat naast het meer was klaargezet voor eventuele spijtoptanten. Dat had hij beter niet kunnen doen, want toen hij in het hete water sprong stierf hij, wellicht aan een hartstilstand, maar het had evenzogoed de wraak des Heren kunnen zijn. Op datzelfde moment zag een van de bewakers een bovennatuurlijk licht over de achtergebleven 39 schijnen. Dat kon natuurlijk geen toeval meer zijn. De man verklaarde zich prompt Christen, trok zijn kleren uit en voegde zich bij de ongelukkigen op het ijs, zodat hun aantal weer op veertig kwam. Bij dageraad werden de stijf bevroren lichamen van de martelaren verbrand, waarna hun as in de nabijgelegen rivier werd gegooid. Volgens een van de verhalen zouden meteen daarop bloemen aan de oppervlakte zijn komen drijven.

Weliswaar werd in 1969 de cultus van de Martelaren van Sebaste van de Katholieke kalender geschrapt, maar de Orthodoxe kerk blijft het feest in ere houden. Zo ook in Roemenië en Moldavië, waar op deze dag een nagerechtje wordt geserveerd met de naam “mucenici” ofwel “martelaren”. Het zijn -als het volgens de regelen der kunst gaat- welgeteld 40 broodjes in de vorm van een acht die zijn gedrenkt in een zoete siroop. Die “8” zou volgens sommige lezingen de gestyleerde menselijke figuur van de martelaren verbeelden. Kromgetrokken van de kou, ongetwijfeld.

Een vergelijkbaar gerechtje, maar met een iets andere traditie, zijn de Servische mladenčići.

Voor het deeg hebben we nodig:
1 kg. bloem
40 gr. gist
6 dl. lauw water
de geraspte schil van 1 citroen
70 gr. fijne suiker
130 ml. olie
een snufje zout

en voor de siroop:
7½ dl. water
150 gr. fijne suiker
3 el. honing

en dan ook nog:
4 el. honing
gemalen walnoten

Zeef de bloem boven een grote schaal. Maak een kuil in het midden. Daar doe je de gist in, samen met een snufje zout, 1 tl. suiker en de citroenschil. Giet het lauwe water erbij en meng er steeds van de randen af wat bloem doorheen. Zo kneed je het langzaam tot een deeg. Meng er van tijd tot tijd een straaltje van de olie door, tot alles op is. Dek het deeg af en laat het op een warme, tochtvrije plaats ongeveer 1½ uur rijzen.

Verwarm de oven voor op 180ºC.

Leg de deegbal op een met bloem bestoven werkblad. Verdeel de bal in 4 stukken. Die verdeel je elk weer in tien even grote delen. Elk stuk deeg rol je uit tot een broodje van zo’n 15 cm. lang. Scheur ze in de lengterichting doormidden en leg ze dan over elkaar in de vorm van een “8”.

Leg de broodjes op een met bakpapier beklede bakplaat, schuif ze in de oven en bak ze in een half uurtje goudbruin.

Ondertussen maak je de siroop: verwarm 7½ dl. water in een steelpannetje en los daarin de suiker en 3 el. honing op. Laat het een klein beetje afkoelen. Als de mucenici gaar zijn giet je er de siroop overheen. Bestrijk ze ten overvloede met de 4 el. honing, bestrooi ze royaal met de gehakte walnoten en laat ze nog heel even afkoelen voordat je ze op tafel zet.

 


download dit recept

Servische recepten      Gerechten uit de keuken van Servië

 

Mladenčići
Honingkoekjes

Tijdens de huwelijksceremonie van de Orthodoxe kerk wordt een gebed uitgesproken waarin de Veertig Martelaren van Sebaste worden genoemd, de “kroning”, om bruid en bruidegom eraan te herinneren dat ook voor hun een spirituele kroon is weggelegd als ze net zo trouw aan Christus blijven als deze heiligen van zo lang geleden.

De Veertig Martelaren van Sebaste waren 40 Romeinse soldaten van het Legio XII Fulminata die in het jaar 320 stierven voor hun geloof. Volgens de overlevering zouden ze slachtoffer zijn geworden van de vervolgingen van keizer Licinius I (308-324). “Zouden”, want deze Licinius is dezelfde Licinius die samen met zijn medekeizer Constantijn (de Grote) -toevallig allebei geboren in de streek die nu Servië heet- al in februari 313 het “Edict van Milaan” uitvaardigde, waarin vrijheid van godsdienst werd afgekondigd, ook voor de Christenen. Maar misschien hebben de hagiografen de data een beetje door elkaar gehaald en is het allemaal iets vroeger gebeurd, b.v. tijdens de vervolgingen van keizer Diocletianus, die in Servische volksverhalen wordt opgevoerd als Dukljan, de tegenstander van God, a.k.a. de duivel.

Volgens ene Basilius, die van 370-379 bisschop van Caesarea was en de eerste was die erover schreef, werden veertig soldaten die openlijk hun Christelijk geloof beleden veroordeeld om op een bitter koude nacht naakt op een bevroren meer vlakbij de stad Sebaste (in het huidige Turkije) te gaan zitten, zodat ze zouden bevriezen. Een van hen zakte de moed in de schoenen en sprong in een van de hete baden die naast het meer waren klaargezet voor de spijtoptanten. Op dat moment zag een van de bewakers een vreemd en bovennatuurlijk licht over de achtergebleven 39 schijnen. Hij verklaarde zich prompt Christen, trok zijn kleren uit en voegde zich bij hen, zodat hun aantal weer op veertig kwam. Bij dageraad werden de stijf bevroren lichamen van de martelaren op de brandstapel gegooid, waarna hun as in de rivier werd gegooid. Christenen verzamelden echter zo goed en zo kwaad als het ging de kostbare relieken, die werden verdeeld over vele steden. Op deze manier werd de verering van de 40 martelaren wijd verspreid, en een groot aantal kerken werd gebouwd te hunner ere.

Honingkoekjes

Maar nu terug naar de koekjes.

In het eerste jaar van het huwelijk waarmee ons verhaal begon, op 9 maart volgens de Orthodoxe kalender (dat is 22 maart volgens de westerse -Gregoriaanse- kalender) wordt in Servië het feest van de Martelaren van Sebaste gevierd, en krijgen de jonggehuwden cadeautjes van familie en vrienden. Van de bruid wordt verwacht dat ze voor haar gasten 40 mladenčići bakt: kleine ronde taartjes bedekt met honing.

Of die honing de zoetheid van het martelaarschap uitdrukt of de zoetheid van het huwelijk weet ik niet, maar bij deze koekjes moet ik altijd denken aan een oude tante die vaak bij mijn oma over de vloer kwam en dan, wanneer het gesprek over jonge mensen en het huwelijk ging, steevast schamperde: “Ja, ja, ze denken dat het honing is, maar het is nog geen siroop”.

Voor 40 van deze Servische honingkoekjes hebben we nodig:

500 gr. bloem
25 gr. verse gist
1 el. suiker
2½ – 3 dl. lauw water
2 el. honing
2 el. olie
½ tl. zout
honing (om over de koekjes te lepelen)
evt. gehakte walnoten of amandelen

Meng de gist, 1 dl. lauw water en de suiker in een kom en dek het af met een doek.

Doe de bloem in een kom. Maak een kuiltje in het midden en doe daarin twee el. honing en halve theelepel zout, en daarna 2 el. olie. Giet nu het gistmengsel eroverheen en roer het met een lepel of spatel door de bloem. Blijf roeren en voeg steeds van het lauwe water toe. Als het deeg te dik wordt om te roeren ga je verder met je handen. Kneed tot je een zacht, maar wel stevig deeg hebt, dat je tot een bal kunt vormen die niet tussen je vingers door glijdt als je hem in je hand houdt

Leg de deegbal terug in de kom en dek het af met een doek. Laat het een half uur liggen. Het deeg zal wat rijzen.

Rol het deeg op een met wat bloem bestoven werkvlak uit tot een vingerdikke lap. Steek er met behulp van een vorm of een glas rondjes uit. Leg die op een met bakpapier bedekte bakplaat. Officieel moeten we er uiteindelijk veertig hebben, maar dat hangt een beetje van de grootte en de dikte van je koekjes af. We kijken niet zo nauw.

Steek met een niet te scherp voorwerp een paar gaatjes in ieder koekje. Niet helemaal doorsteken; halfweg is genoeg. Dek het nu af met een doek en laat het opnieuw een half uurtje rijzen.

Verwarm de oven voor op 250ºC.

Bestrijk de koekjes met behulp van een kwastje lichtjes met wat olie. Zet ze onder in de oven en verlaag de temperatuur meteen naar 200ºC. Bak de koekjes tot ze goudbruin zijn. Dat duurt ongeveer 20 minuten.

Doe ze in een schaal en laat ze even afkoelen onder een doek (dan zakken ze niet in elkaar) en serveer ze als ze nog warm zijn: dat is het lekkerst. Giet net voor het opdienen een lepel honing over ieder koekje. Niet te vroeg, want de koekjes zuigen de honing snel op en dan worden ze een beetje klef. Eventueel kun je ze ook nog bestrooien met gehakte walnoten of amandelen.

 

Honingkoekjes
download dit recept