Tagarchief: oven

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Pastrav cu smantana si tarhon
Forel met room en dragon

Een zeer eenvoudig en aantrekkelijk recept. De forelfilets gaan met alles erop en eraan de oven in. 20 minuten later klaar. Een kind kan de was doen.

6 forelfilets
1 citroen
2 tomaten
150 gr. room
dragon
tijm
zout en peper
olijfolie

Verwarm de oven voor op 200ºC.

Was de forelfilets en dep ze droog met keukenpapier. Bestrooi ze met zout en peper. Leg ze in een met een beetje olie lichtjes ingevette vuurvaste schaal. Snij de tomaten in plakjes. Die leg je op de forelfilets. Bestrooi ze met de kruiden. Pers 1 helft van de citroen uit en besprenkel de visfilets met een beetje sap. Schep nu de room over de vissen, besprenkel het met een paar druppels olijfolie en nog wat druppels citroensap.

Zet de forelfilets in de voorverwarmde oven en laat het vijf minuten bakken. Dan giet je een heel klein scheutje water tussen de vissen. Dek de schaal af met aluminiumfolie en zet hem terug in de oven. Laat het nog een kwartiertje gaan.

Serveer de vis met gekookte aardappelen en een schijfje citroen.

 


download dit recept

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Crenvurşti în aluat
Roemeense worstenbroodjes

Volgens de geraadpleegde woordenboeken mag “crenvurşti” vertaald worden als o.a.: “worst”, “Prague sausage”, “saussice”, “krenwürstchen”, “kremwürstchen”, “Bratwurst”, “Wiener”, “Frankfurter”, “hot dog” en “weeny”, en daar zijn we gestopt met zoeken want dit is een fatsoenlijke site.

“Kren” is het Oostenrijkse woord voor het Duitse “Meerrettich”: mierikswortel, en op het eerste gezicht zou je dus denken dat het Roemeense “crenvurşti” daarvan is afgeleid: krenworst, worst dus waar mierikswortel in zit.

Dus niet.

Het woord “crenvurşti” is afgeleid van het Oostenrijkse Krainer Wurst, wat eigenlijk dan weer een specialiteit is uit Slovenië: Kranjska klobasa. Lekkere worst hoor, daar niet van, maar dat is dan weer niet wat de Roemenen bedoelen als ze het hebben over “crenvurşti”. Met “crenvurşti” bedoelen ze die kleine gerookte worstjes van fijngemalen vlees in het dunne darmvelletje dat “knak” zegt als je ze doorbijt, en die de rest van de wereld kent als “Weense worstjes”.

Roemeense worstenbroodjes

Behalve in Wenen.

In Wenen kennen ze wel Wiener worst, maar dat is dan weer een grote pikante snijworst van rund- en varkensvlees, spek en pekel. De worstjes die wij bedoelen, die noemen ze in Oostenrijk Frankfurters, wat ze in Duitsland dan weer niet correct vinden, want in Frankfurters zit officiëel alleen varkensvlees, terwijl in wat de Duitsers “Wiener Würstel” noemen ook rundvlees zit.

Zucht.

Hoe het ook zij, we weten nu in ieder geval wat voor worst we moeten hebben. Maar wacht nog even met boodschappen doen! Nu we van de harde feiten op de hoogte zijn is het tijd voor een ernstige waarschuwing.

De worstjes die je voor een paar centen in de supermarkt koopt, vacuüm verpakt in plastic, ingeblikt of in glazen potjes, zijn meestal gemaakt van kippenseparatorvlees. Dat zijn de restjes vlees die uit de uitgebeende karkassen van kippen zijn geperst. En ongeacht of ze nu Wiener, Frankfurter, bockworst of knakworst op het etiket hebben gezet: in vrijwel alle gevallen zijn ze eenvoudigweg niet te eten.

We kopen dus de goede, echte, onvervalste Weense worstjes, bij voorkeur niet bij de super maar bij een serieuze slager, en gaan er dan snel mee terug naar Roemenië, want we zouden met al dat gedoe nog bijna vergeten dat we Roemeense worstenbroodjes gingen maken. Dat is vergeleken met de worstjes kopen eigenlijk heel eenvoudig: we maken een simpel deeg van bloem, gist en boter, verpakken daar de worstjes in en bakken ze bruin in de oven. Een kind kan de was doen. Succes gegarandeerd op ieder feestje, en niet alleen bij kinderen. Lekker met mosterd of mierikswortel, maar ketchup mag ook.

Roemeense worstenbroodjes

Voor onze Roemeense worstenbroodjes hebben we nodig:
250 gr. bloem
½ pakje droge gist
1 tl. zout
½ tl. suiker
1½ dl. warm water
30 gr. boter
6 Weense worstjes
1 ei
evt.: maan-, sesam- of karwijzaadjes om de broodjes mee te bestrooien

Zeef de bloem boven een kom. Maak een kuiltje in het midden en doe er de gist, het zout en de suiker in. Giet er een beetje warm water bij en roer tot de gist is opgelost. Smelt de boter en roer die door de bloem. Voeg geleidelijk het warme water toe en kneed tot het een deeg wordt. Laat het een half uurtje afgedekt rusten op een warme plaats.

Strooi bloem uit op een werkblad en rol het deeg daarop uit tot een lap. Snij er rechthoeken van, iets langer dan een worst en ruim 2x zo breed. Daar wikkel je de worsten in. Zorg dat het deeg goed sluit en strijk het glad en dicht met vochtige vingers.

Sommigen vinden dat je de worstjes eerst moet ontvellen. Ik vind het onzin, maar als je dat wil doen, breng dan een pannetje water aan de kook met daarin wat zuiveringszout (natriumbicarbonaat). Daar leg je de worstjes twee minuutjes in. Dan gaan de velletjes er gemakkelijk af.

Leg de worstenbroodjes op een bakplaat die je bekleed hebt met bakpapier. Bestrijk de bovenkant met losgeklopt ei en bestrooi ze evt. met maanzaad, karwijzaad of sesamzaadjes. Schuif ze in een matig warme oven en bak ze in 30 minuten goudbruin.

Zet de worstenbroodjes op tafel met mierikswortel of mosterd. Allebei, dat mag ook.

 

Roemeense worstenbroodjes
download dit recept

Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Schweinsbraten
Varkensgebraad

Een zeer traditioneel recept voor varkensgebraad. Het vlees wordt ingesmeerd met knoflook, zout en karwij en mag dan 24 uur de koelkast in om te marineren. Dan wordt het in de oven gebraden en opgediend met zuurkool en knoedels.

Schweinsbraten - varkensgebraad

een stuk varkensgebraad van 2 kg.
2 l. zout
1 el. gemalen karwij
3 tenen knoflook
1 el. olie

Pers de knoflook en maak er met de olie, het zout en de karwij in een vijzel een puree van. Daarmee smeer je het varkensvlees grondig in. Laat het 24 uur marineren in de koelkast.

De volgende dag verwarm je de oven voor op 120ºC.

Leg het vlees in een ingevette braadslee en laat het drie uur lang in de oven braden. Bedruip het regelmatig met het braadvocht.

Tegen het einde van de braadtijd verhoog je de temperatuur naar 180ºC. Geef het vlees tien minuutjes de tijd om een mooi bruin, krokant korstje te krijgen. Zet de oven uit, haal het vlees uit de braadslee en laat het tien minuten (in de oven) rusten.

Ondertussen zet je de braadslee op het gas. Giet er een scheut water bij (bier mag ook) en roer daarmee de aanbaksels los. Dat is je saus.

Dien de Schweinsbraten op met zuurkool en Semmelknödel of Serviettenknödel. Of gewoon gebakken aardappeltjes. Iets minder traditioneel misschien, maar niet minder smakelijk.

 


download dit recept

Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Schweinsbraten mit Kruste
Varkensgebraad

“Schweinsbraten mit Kruste”, oftewel “Krustenbraten”, dat is het traditionele feestmaal op de zondagmiddag, als je met de hele familie rond de tafel zit. Een heerlijk mals stuk varkensgebraad, doortrokken van de smaken van wortelen, prei, knoflook, bier en kruiden, waarop de uitgebakken zwoerd zo een fraaie, krokante korst heeft gevormd. Vrienden, het water loopt mij in de mond.

O.K. Het is vet. Het is niet gezond. Het is ook zielig voor zo’n varken…

…maar het is wel verdraaid lekker.

Stiekem dan. Heel af en toe.

Voor onze zondagse Krustenbraten hebben we nodig:
1 stuk varkensvlees* met zwoerd** van zo’n 1½ kg.

*Nacken (Schopf), Rücken (Karree), Schulter und Schinken zijn de stukken die gewoonlijk voor dit gerecht gebruikt worden.
**Zwoerd is de huid die aan de onderliggende vetlaag vastzit.

1/4 l. vleesbouillon (groentebouillon mag ook)
1/4 l. bier (licht of donker, dat is om het even)
4 wortels
4 tenen knoflook
500 gr. prei
1 laurierblad
1 snuf majoraan
1 snuf tijm
2 el. olie
1 tl. zwarte peperkorrels
1 tl. fijngehakte rozemarijn
½ tl. zout

Verwarm de oven voor op 225ºC.

Snij het zwoerd op het vlees kruislings in met een scherp mes. Zorg wel dat je niet in het vlees zelf snijd. Pel de knoflook en stamp het fijn in een vijzel samen met 1/2 tl. zout, de peperkorrels, tijm en majoraan. Meng er de olie en de fijngehakte rozemarijn door. Smeer het vlees rondom goed in met dit kruidenmengsel.

Vul een braadpan of -blik met laagje kokend heet water van een vinger dik. Daar leg je het vlees met het zwoerd naar beneden in. Zet het in de oven. Laat het 15 minuten garen. Keer het vlees nu en laat het met het zwoerd naar boven nog eens 15 minuten gaan.

Snij de wortels in schijven en doe ze met het laurierblad in de braadpan. Overgiet het vlees met het bier. Laat het nu drie kwartier verder garen. Begiet het vlees af en toe met het braadvocht.

Maak ondertussen de preien schoon. Snij ze in de lengte in vieren en dan in stukken van zo’n 5 cm. lang. Verlaag de oventemperatuur tot 175ºC. Verdeel de prei rond het vlees en giet er een beetje bouillon bij. Dan gaat het weer verder in de oven, nog eens 45 minuten. Vergeet niet om het steeds weer te overgieten met het braadvocht.

Als de tijd om is zet je de oven uit. Haal de braadpan eruit, leg het vlees met de prei op een schaal en zet het terug in de nog hete oven. Daar kan het even rusten terwijl we de saus maken.

Roer de aanbaksels los van de bodem van de braadpan met een beetje vocht (misschien is er nog wat bouillon over, maar water is ook prima). Pureer het braadvocht met de groenten (neem wel eerst het laurierblad eruit!), en proef het af op zout en peper.

Snij het vlees in mooie lappen, leg er de prei omheen en overgiet het met de saus. Dan allemaal aan tafel, samen met het vlees. We eten er zuurkool of een koolsalade bij, en knoedels of aardappeltjes. En natuurlijk een lekker potje bier, want vandaag is het feest.

 

Krustenbraten
download dit recept

Oostenrijkse recepten      Gerechten uit de keuken van Oostenrijk

 

Martinigansl
Gans voor St.Maarten

11 november is de feestdag van een van de meest vooraanstaande heiligen uit de hele Christelijke traditie: Martinus van Tours, die op die dag in het jaar 397 werd begraven. Precies: die van de mantel, waarvan hij de helft aan een bedelaar gaf. Dat was overigens geen zuinigheid. De andere helft was niet van hem maar van zijn toenmalige werkgever, de keizer van Rome.

Martinigansl

In Midden-Europa wordt deze feestdag al sinds mensenheugenis gevierd met allerlei gebruiken zoals het “Martinssingen” en de “Martinszug”, ook in Nederland nog in gebruik wanneer de kinderen met lampionnen langs de deuren gaan. St.Maarten, St.Maarten, de koeien hebben staarten. Wat bij ons geen gebruik is, is het “Martinsgansessen”: het eten van de Martinsgans.

In de middeleeuwen was het gebruikelijk om niet alleen voor Pasen, maar ook voor Kerstmis veertig dagen lang te vasten. Die periode begon de dag na St.Martini, en dat was dus een mooie gelegenheid om het er nog eens goed van te nemen. Waarom dat dan met een gebraden gans moet wordt gaarne verklaard met het verhaal dat de heilige Martinus, toen hij door de burgers van Tours als bisschop werd gekozen, zich in het ganzenhok verstopte omdat hij zich onwaardig achtte voor dat hoge ambt. De ganzen stelden kennelijk geen prijs op zijn aanwezigheid en verraadden met hun gesnater zijn schuilplaats.

Een ander verhaal wil dat een van de ganzen zo hard door een preek van de bisschop heen bleef tetteren dat niemand er meer een woord van verstond, en de herrieschopper gevankelijk naar de keuken moest worden afgevoerd.

Hoe het ook zij, de moraal van het verhaal is dat je als eenvoudige gans maar beter geen grote mond kunt opzetten. Zeker niet tegen een heilige.

“Martinigansl mit Rotkraut und Erdäpfelknödel”. Traditioneler kan het bijna niet: gebraden gans met het klassieke garnituur van rode kool en aardappelknoedels. Begin met de rode kool een dag van tevoren, want de groente moet lekker lang in de marinade staan.

Martinigansl

Voor de gans:
1 keukenklare gans (zo’n beest weegt al gauw 4 – 5 kilo)
zout en peper
1 tl. gedroogde majoraan

Spoel de gans van binnen en buiten met koud water en dep hem goed droog. Smeer het beest grondig in met zout en peper, en strooi in de binnenkant een theelepel majoraan. Eventueel kun je twee of drie appeltjes in de buikholte stoppen. Leg de gans in een braadpan en giet er een laagje water bij van 2 cm. Nog beter is een bakblik met een rooster erop. In het bakblik giet je een laagje water; de gans leg je op het rooster met de borstzijde naar beneden.

Zet het beest in een op 130ºC. voorverwarmde oven. Anderhalf uur lang heb je er nu geen omkijken naar. Na die tijd draai je de gans om, en laat hem op zijn rug nog eens drie uur braden. Nu moet je hem af en toe wel bedruipen met het braadvocht.

Een kwartier voor het einde van de braadtijd verhoog je de temperatuur naar 220ºC. Laat het beest nu zolang braden tot het een mooie goudbruine korst heeft. Dan schakel je de oven uit en haal je de gans uit de oven. Schep met een lepel het grootste deel van het vet uit het braadvocht. (Niet weggooien: ganzenvet is heerlijk om in te bakken!). Giet de rest van het vocht in een pannetje en laat het tot de helft inkoken. De gans kan ondertussen mooi even rusten in de (uitgeschakelde!) oven. Bind het vocht, als het voldoende is ingekookt, met wat vloeibare boter vermengd met meel. De jus die je nu hebt gemaakt gebruik je voor de knödel en de rode kool.

Voor de aardappelknoedels:
500 gr. zachtkokende aardappelen
200 gr. bloem
70 g r. fijn griesmeel
2 eieren
zout
nootmuskaat

Kook de aardappels, pel ze en druk ze als ze nog heet zijn door een aardappelpers. Meng er de bloem, het griesmeel, zout, nootmuskaat en eieren door. Werk de massa eerst met een houten lepel, daarna met je handen snel tot een glad deeg. Laat het tien minuten rusten. Draai er dan ballen van en laat de knoedels 10 minuutjes in heel zachtjes kokend gezouten water gaar worden.

Voor de rode kool:
750 gr. rode kool
1 middelgrote appel
1 el. citroensap
¼ l. water
¼ l. rode wijn
1 laurierblad
3-4 peperkorrels
3-4 kruidnagels
1 kleine ui
80 gr. kristalsuiker
80 gr. boter of reuzel

Begin een dag van tevoren. Snij de rode kool in vieren en snij de stronk eruit. Snij de kool in fijne reepjes. Schil de appel, verdeel ze in vieren en haal het het klokhuis eruit. Snij de appel in schijfjes van ½ cm. dik. Doe de kool in een schaal van glas of aardewerk en meng het met de appelstukjes, citroensap, rode wijn, laurier, peperkorrels en kruidnagelen. Dek het af met folie en laat het een nacht in de koelkast staan.

De volgende dag snij je de ui fijn. Verhit het vet en zet daar de suiker even in aan. Doe er de uien bij en bak ze stevig aan. Afblussen met water. Dan gaat de rode kool erbij, samen met de rode wijn-marinade. Goed mengen, toedekken en gaar laten stoven in ongeveer 40 minuten.

 

Martinigansl
download dit recept

Slowaakse recepten      Gerechten uit de keuken van Slowakije

 

Špenatóvé palacinky
Pannenkoeken met spinazie

Deze met spinazie en kaas gevulde pannenkoek is een zeer populair lunchgerecht in Slowakije en in buurlanden Tsjechië en Hongarije. Makkelijk, voedzaam, niet duur en vooral erg lekker.

pannenkoeken met spinazie

Voor 6 van deze met spinazie gevulde pannenkoeken hebben we nodig:
8 overvolle el. bloem
2 eieren
2 dl. melk
koolzuurhoudend water
zout en peper
500 gr. verse spinazie
1 kleine ui
100 gr. geraspte kaas
1 ei
1 dl. room

De spinazie was je en laat je slinken in een pan. Doe het over in een vergiet en laat het uitlekken. Snipper het uitje. Dat bak je in wat boter in een pannetje mooi glazig. Zet het vuur uit, doe er de geslonken en uitgelekte spinazie bij, kruid het met peper, zout en wat nootmuskaat en laat het afkoelen.

De bloem, de twee eieren en de melk meng je met een mixer. Kruid het met wat zout en peper en meng er dan zoveel bruiswater onder tot je een mooi, glad, vloeibaar beslag hebt.

Verhit een koekenpan, doe er een scheutje olie in en bak dunne pannenkoeken van het beslag, mooi lichtbruin aan allebei de kanten. Het beslag zou voldoende moeten zijn voor zes dunne pannenkoeken.

Meng de geraspte kaas door de afgekoelde spinazie. Leg op iedere pannenkoek een flinke lepel spinazievulling. Strijk het uit en rol de pannenkoeken op. Leg ze dicht naast elkaar in een met boter ingevette ovenschaal.

Klop het laatste ei los met de room. Dat verdeel je over de pannenkoeken. Bestrooi evt. met nog wat geraspte kaas. Zet ze in een op 200ºC. voorverwarmde oven en bak ze in 20 minuten goudbruin.

 


download dit recept

Slowaakse recepten      Gerechten uit de keuken van Slowakije

 

Pstruh plnený bylinkami
Forel gevuld met kruiden

Laat je niet afschrikken door de lijst ingrediënten. Dit is in feite een simpel recept. De forellen worden gevuld met kruiden, room en mosterd. Daarna gaan ze de oven in op een bedje van venkel en worteltjes, besprenkeld met een scheutje bouillon en een druppeltje witte wijn. Een uiterst smakelijke manier om forellen klaar te maken, die niet veel werk kost.

Voor met kruiden gevulde forel voor 4 personen moeten we hebben:
forel 4 hele forellen
forel 1 kg. venkel
forel 500 gr. wortelen
forel 1¼ dl. groentebouillon
forel 2½ dl. witte wijn
forel het sap van 1 citroen
forel 2½ dl. slagroom
forel 2 – 3 el. grove mosterd
forel 1 bosje peterselie
forel 1 bosje dille
forel 1 tl. korianderzaad
forel 1 tl. anijszaad
forel zout en peper

Verwarm de oven voor op 200º C.

Maak de wortelen en de venkel schoon en snij ze in schijfjes. Blancheer ze ongeveer 6 minuten in gezouten kokend water. Laat de groenten uitlekken en spreid ze uit op de boden van een ingevette ovenschaal of bakblik. Kruid met een beetje peper en zout. Giet er de wijn en de bouillon overheen.

Spoel de forellen van binnen en van buiten goed af met koud water. Dep ze droog met keukenpapier. Besprenkel de vissen met citroensap.

Meng de mosterd met de slagroom. Hak de peterselie en de dille fijn, en vermeng ze met het korianderzaad en de anijszaadjes. Bestrooi nu elke forel van binnen met wat zout en peper. Vul de buikholte met de kruiden en een derde van het mosterd-roommengsel. Sla de vissen weer voorzichtig dicht en leg ze op de groenten in de ovenschaal. Besmeer ze aan de bovenzijde met de rest van de mosterdroom.

Zet de schaal in de voorverwarmde oven en bak ongeveer 20 minuten, tot de vissen gaar zijn.

Deze gevulde forel is lekker met gebakken aardappeltjes.


download dit recept

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Vepřové, knedlík a zelí
Varkensvlees, knoedels en zuurkool

Varkensgebraad, dat is voor de Tsjechen wat rosbief is voor de Engelsen. Daar moet dan zuurkool bij, en knoedels natuurlijk, en dan heb je het beroemde “vepro, zelo, knedlo”, en meer heeft een mens niet nodig.
Dat moet dan natuurlijk wel allemaal weggespoeld worden met bier. Per halve liter, want ze zijn daar niet voor niets met een gemiddelde van zo’n 160 liter p.p.p.j. met afstand de grootste bierdrinkers van deze planeet.

voor 6 hongerige eters:
-een stuk varkensfilet van 2 kilo

Kruiden met zout en peper, en karwijzaad als je dat lekker vindt.  Ook lekker: het vlees hier en daar insnijden en er tenen knoflook in steken.

En dan kun je op drie manieren om te werk te gaan:

  1. Verwarm de oven voor op 225°C. Plaats het vlees op een rooster en bak het 10-15 minuten. Draai dan de hitte terug tot zo’n 180°, bedek het vlees met folie en bak het nog 2 uur of tot de temperatuur binnen het vlees 70° bereikt heeft. Haal het folie er dan af, laat het nog zo’n 30 minuten bakken en bedruip het steeds met het braadvocht. Als het te droog wordt doe je er een klein beetje water bij.
  2. Laat het vlees snel rondom kleuren in een grote braadpan op hoog vuur. Zet het dan in de oven op een temperatuur van 180 graden, en ga verder als onder 1.
  3. Wikkel het vlees in folie. Zet het in een op 180°C voorverwarmde oven. Haal het folie er na een half uur braden af, prik de vette delen in (met een breinaald of satéprikker) en rooster het nog 30 minuten. Doe er wat water bij als het te droog wordt en blijf het vlees bedruipen. Keer het iedere vijf minuten tot het goudbruin gebakken is.

Overigens: rosbief kan op precies dezelfde manier klaargemaakt worden.

Heel belangrijk: laat het vlees  zeker 10 minuten rusten onder folie voordat je het gaat snijden.

Ondertussen schep je van het vocht dat is achtergebleven zoveel mogelijk het vet af. Doe er wat water bij (bier mag natuurlijk ook ☺), en roer de aanbaksels los van de bodem. Laat het nog een paar minuten doorkoken. Als de saus te dun is roer je er nog wat in water opgeloste bloem of maïzena door.

Ondertussen heb je tijd genoeg gehad om de zuurkool en de knedlíky te maken.

download dit recept

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Pražská štika
Snoek op Praagse wijze

Snoek op de wijze van Praag. De moten vis worden ingesmeerd met ansjovisboter en in de oven gebakken. Een kinderlijk eenvoudig maar erg lekker recept, wat maar weer eens bewijst dat je voor een smakelijk vismaaltje geen rare fratsen hoeft uit te halen.

Praag

1 flinke moot snoek p.p.
3 el. ansjovispasta
100 gr. boter
3 el. citroensap
zwarte peper
2 dl. room

Verwarm de oven voor op 200ºC.

Haal de boter uit de koelkast en laat hem zacht worden. Meng de boter met de ansjovispasta, het citroensap en wat versgemalen peper. Bestrijk de moten vis met dit mengsel. Leg ze op een lichtjes ingevet bakblik- of plaat, overgiet ze met de room en bak in de hete oven goudbruin.

Dien de snoek op met een frisse salade en gekookte aardappeltjes of aardappelpuree.

 


download dit recept

Tsjechische recepten      Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Jihočeský houbovec
Boheemse taart van paddenstoelen

De “stille jacht”, zo wordt het zoeken naar paddenstoelen ook wel genoemd. Het is een nationale sport in heel Tsjechië. Vooral in de herfst trekken hele families erop uit om de bossen af te struinen naar eetbare paddenstoelen. Vooral de uitgestrekte bossen van Zuid-Bohemen leveren een keur aan smakelijke soorten op. Daarmee maken ze de lekkerste gerechten, zoals deze traditionele “Jihočeský houbovec”: een pittige taart van wilde paddenstoelen, aardappelen en eieren.
Geen wilde paddenstoelen kunnen vinden? Een alternatief dat minstens zo lekker is, is een bakje kastanjechampignons vermengd met wat gedroogde paddenstoelen zoals eekhoorntjesbrood.

Boheemse paddenstoelentaart

Voor deze Boheemse paddenstoelentaart hebben we nodig:
1 pond verse wilde paddenstoelen, of anders (kastanje)champignons met een handje gedroogde paddenstoelen, b.v. eekhoorntjesbrood.
3 el. boter
1 theelepel gemalen karwij
1 grote ui
500 gr. aardappelen
4 – 5 eieren
125 ml. melk
zout en peper
boter en paneermeel
gedroogde majoraan
100 gr. geraspte kaas

Kook de aardappelen in de schil tot ze net gaar, maar nog stevig zijn. Even laten afkoelen, pellen en in dunne schijfjes snijden.

Snij de paddenstoelen in niet te dunne plakken. Schil en snipper de ui. Bak de ui in gesmolten boter tot hij glazig wordt, doe er dan de paddenstoelen bij, bestrooi met zout en peper en de gemalen karwijzaadjes. Laat rustig gaan tot de paddenstoelen zacht zijn.

Verwarm de oven voor op 180ºC. Vet een bakvorm in met boter en bestrooi het met paneermeel. Draai de vorm even om om het overtollige paneermeel kwijt te raken. Bekleed de bodem met 1/3 van de aardappelen. Kruid het met wat zout, peper en een beetje majoraan en verdeel er de helft van de paddenstoelen over. Daarop gaat een dun laagje kaas. Daarop weer een laagje aardappelen, dan de andere helft van de paddenstoelen, weer wat kaas en tenslotte de rest van de aardappelen.

Klop de eieren los met de melk en wat zout. Schenk het over de houbovec en zet het in de voorverwarmde oven. Laat het bij 180º een goed half uur bakken.

Haal de paddenstoelentaart uit de vorm, bestrooi hem met geraspte kaas en zet hem nog vijf minuten terug in de oven, tot de kaas gesmolten is. Eventueel versieren met b.v. wat in reepjes gesneden paprika en dan allemaal meteen aan tafel!

Jihočeský houbovec

 

Boheemse paddenstoelentaart
download dit recept