Tagarchief: stoofschotel

Sloveense recepten      Gerechten uit de keuken van Slovenië

 

Gobov golaž s krompirjem
Paddenstoelengoulash met aardappelen

Een smakelijke vegetarische goulash van aardappelen en heel veel paddenstoelen. Hoe meer verschillende soorten, hoe beter de goulash zal smaken.

Paddenstoelengoulash met aardappelen

1 kg. verschillende soorten paddenstoelen
½ kg. vastkokende aardappelen
2 uien
1 wortel
1 pastinaak
1 teen knoflook
1 tl. gemalen karwij
1 el. zoet paprikapoeder
2 el. bloem
1 el. tomatenpuree
zout en peper
1 klein bosje peterselie
2 – 3 takjes tijm
½ tl. gedroogde majoraan
2 el. zure room

Bak de gesnipperde uien in een paar el. olie tot ze glazig worden. Ondertussen maak je de paddenstoelen schoon en snij je ze in plakken. Bak ze een paar minuten mee.

De aardappelen schil je en snij je in de lengterichting in vieren. Die mogen er nu bij, samen met de in schijven gesneden wortel en pastinaak, de gehakte teen knoflook en de karwij. Bak het een paar minuten al omscheppend verder.

Doe er nu het paprikapoeder bij, bestuif het met 2 el. bloem, schep het goed om en giet er dan zoveel heet water bij dat alles net onder staat. Roer er de lepel tomatenpuree door en kruid het met zout en peper, peterselie, tijm en majoraan en laat het heel zachtjes pruttelen tot de aardappelen gaar zijn. Als het te droog dreigt te worden mag er een scheut water bij.

Meng er tot slot de room door en dien de goulash op met een paar dikke sneden bruin brood.

 

Paddenstoelengoulash met aardappelen
download dit recept

Bulgaarse recepten      Gerechten uit de keuken van Bulgarije

 

Кавърма със свинско месо – Kavŭrma sŭs svinsko meso
Kavarma met varkensvlees

Een smakelijk potje voor de gure dagen. Het varkensvlees wordt samen met de groenten eindeloos lang gesmoord in de oven, waardoor het gerecht een rijke, volle smaak en een boterzachte textuur krijgt. Het duurt een paar uur voor je aan tafel kunt, maar erg veel werk heb je er niet aan.

800 gr. varkensvlees, niet te mager
2 uien
1 prei
1 teen knoflook
200 gr. champignons (of andere paddenstoelen)
1 groene paprika
1 rode paprika
1 tl. bonenkruid
1 laurierblad
½ tl. scherp paprikapoeder
1 blik tomaten
2 el. olie
bladpeterselie

Snij het vlees in blokjes, kruid het met zout en peper en bestrooi het met bloem. Verhit 3 el. olie in een pan en bak het op hoog vuur rondom mooi bruin. Leg het vlees in een ovenschotel van aardewerk.

Snipper de uien en snij het wit van de prei in stukjes. Bak het in het achtergebleven vet op matig vuur tot het glazig wordt. Doe er het gehakte teentje knoflook bij. Snij de paprika’s in stukken en de paddenstoelen in plakken. Die mogen er ook bij, samen met het bonenkruid. Laat het nog twee minuutjes al omscheppend gaan. Haal dan de pan van het vuur, roer er het paprikapoeder door en dan meteen de tomaten. Maak ze klein met een mes of houten lepel, doe er het laurierblad bij en giet de inhoud van de pan over het vlees in de ovenschaal.

Kruid het met zout en peper, giet er wat water of groentebouillon bij zodat alles net bedekt is, plus twee el. olie. Zet het in een koude oven, draai de temperatuur op 80ºC. en ga iets anders doen. Na een uur of vier ga je eens kijken hoe het ermee staat. Een uurtje later mag ook. de stoofschotel is goed als het vlees mooi zacht is en het vocht wat is ingekookt tot een dikke, stevige saus.

Serveer de kavarma in een ring van gekookte rijst, bestrooid met de bladpeterselie. I.p.v. rijst kun je ook aardappelpuree nemen.

 

Kavarma met varkensvlees
download dit recept

Tsjechische recepten       Gerechten uit de keuken van Tsjechië

 

Karlovarský guláš
Goulash als in Karlovy Vary

Karlovy Vary, in het Duits Karlsbad, werd in 1370 gesticht door koning en keizer Karel IV bij de geneeskrachtige heetwaterbronnen van Vary, wat letterlijk “de kokenden” betekent. Dat “kokend” is nauwelijks overdreven, want de heetste van de 15 bronnen die het stadje rijk is komt uit de grond met een temperatuur van liefst 73ºC.

Vele beroemde bezoekers heeft het fraaie kuuroord sindsdien mogen verwelkomen waaronder Mozart, Chopin, Schiller, Goethe, Beethoven, Kemal Atatürk en tsaar Peter de Grote, om er maar eens een paar namen tegenaan te gooien. De lijfarts van de Oostenrijkse keizer Frans Jozef I maakte de naam en faam van de stad nog groter met wetenschappelijke publicaties over de geneeskrachtige samenstelling van het water en het gebruik bij allerlei heilzame behandelingsmethodes. Het was een groot succes. De stad werd een ontmoetingplaats voor de hele Centraal-Europese jet-set, niet alleen in de ziekenboeg en rond de warmwaterbronnen, maar vooral ook in de casino’s, de restaurants, de concertzalen en andere gelegenheden tot vermaak. De bezoekersaantallen, die in de 18de eeuw nog bescheiden genoemd moesten worden, stegen jaar na jaar, tot de Grote Oorlog een einde aan het feestje maakte.

De 20ste eeuw verliep wat minder feestelijk voor de stad en haar inwoners. Toen het rijk van de Habsburgers na de Grote Oorlog uiteen werd gebroken werd Karlsbad deel van de nieuwe staat Tsjechoslowakije, zeer tegen de wil van een meerderheid van de bewoners van de stad, die zich als etnische Duitsers liever bij Duitsland hadden aangesloten. In 1938 bezetten de Nazi’s het Sudetenland en een jaar later de rest van Tsjechië. In 1945, na zware bombardementen die een groot deel van Karlovy Vary verwoestten, werden ze uit de stad verjaagd. Op grond van de Beneš-decreten werd het Duitstalige deel van de bevolking -dat was zo ongeveer iedereen- het staatsburgerschap ontnomen en over de grens gezet. De stad werd bevolkt met immigranten uit -voornamelijk- Slowakije en leidde in de jaren van het communisme een zieltogend bestaan. Sinds de Fluwelen Revolutie werden de hotels en badhuizen en casino’s weer geprivatiseerd, en kwam Karlovy Vary tot grote bloei: in het seizoen wurmen zich dagelijks grote drommen toeristen en kuurgasten door de fraaie straten van het stadje.

Onder de lekkernijen die als specialiteit van Karlovy Vary bekend staan zijn de beroemdste wel de “oplatky”, de dunne ronde wafeltjes van ouwel met een romige vulling; het kruidenbittertje Becherovka, dat zo ongeveer als het nationale borreltje van Tsjechië geldt, en deze eenvoudige maar elegante, milde goulash van rundvlees.

goulash nog veel meer recepten voor GOULASH

1 kg. rundvlees
2 uien
2 el. botervet
1 el. zoet paprikapoeder
runderbouillon
2 dl. slagroom
2 el. bloem
zout

Snipper de ui en bak ze op laag vuur in het botervet tot ze glazig wordt. Snij ondertussen het vlees in blokjes en kruid ze met zout.

Als de ui mooi glazig is en heel lichtjes begint te kleuren is zet je het vuur hoog. Doe het rundvlees in de pan en schroei het snel aan alle kanten dicht. Haal de pan nu van het vuur en strooi er het paprikapoeder overheen. Blus het meteen af met de bouillon, zet het terug op het fornuis en breng het aan de kook. Zet het vuur laag en laat de goulash heel zachtjes koken tot het vlees gaar en zacht is.

Als het vlees zacht is roer je 2 el. bloem door de room. Dat meng je onder de goulash. Proef het gerecht af op zout en laat het nog heel eventjes koken zodat de bloem gaar wordt en de saus mooi bindt.

Serveer deze Karlsbader goulash met knedliky, b.v. die uit Karlovy Vary, of met rijst.

 

Karlsbader_goulash
download dit recept

Servische recepten       Gerechten uit de keuken van Servië

 

Srpski gulaš
Servische goulash

Wat deze Servische goulash Servisch maakt, dat is de vegeta, de grote hoeveelheid tomaten en het basilicum. Wat verder belangrijk is bij deze goulash is dat ze niet wordt gebonden met brood of bloem. De dikke saus ontstaat door het gelerende bindweefsel in het vlees en het inkoken van het vocht. Niet toevallig gebruiken ook de Serven het Duitse woordje “saft” als ze het over de saus van de goulash hebben, net zoals ze dat in Wenen doen. De tomaten worden pas aan het eind van de kooktijd toegevoegd. Dat voorkomt dat het zuur van de tomaten het garingsproces van het rundvlees versnelt. Zo krijgt het bindweefsel alle tijd om te geleren.

goulash Alle recepten voor GOULASH

1 kg. rundvlees, beslist niet te mager, b.v. riblappen of schenkel
1 kg. uien
1 el. zoet paprikapoeder
1 laurierblad
3 dl. gezeefde tomaten
2 tl. vegeta
1 tl. gehakte peterselie
verse basilicum

Snij het vlees in blokjes en de uien in stukjes. Verhit een paar lepels olie en bak het vlees al omscheppend op hoog vuur rondom bruin. Haal het vlees uit de pan en leg het even apart. Zet het vuur laag.

Bak nu de gesnipperde uien zachtjes in het achtergebleven vet tot ze glazig worden. Schep ze regelmatig om en neem er de tijd voor: als je in minder dan twintig minuten klaar bent ga je veel te snel. Nu mag het vlees weer in de pan. Bestrooi het met het paprikapoeder, schep het een keer om en giet er dan zoveel heet water bij dat het net onder staat. Doe er het laurierblad bij en laat het heel zachtjes verder sudderen tot het vlees gaar en zacht is. Het beste is nu om het vuur uit te zetten, de goulash te laten afkoelen en een paar uur, of liever een hele nacht, te laten rusten.

Warm de goulash heel zachtjes weer op. Zodra het begint te pruttelen gaan de tomaten erbij, samen met de vegeta en de peterselie. Laat het nog een half uurtje verder gaan. Iets langer is nog beter.

Serveer de goulash met aardappelpuree of pasta en bestrooi het met de verse basilicum.

Servische goulash
download dit recept

Slowaakse recepten       Gerechten uit de keuken van Slowakije

 

Bratislavský guláš
Goulash uit Bratislava

Een elegante goulash uit hoofdstad Bratislava, met citroenschilletjes, wijnazijn, wortelgroenten en room.

Goulash uit Bratislava

1 kg. rundvlees
2 uien
1 tl. suiker
1 el. zoet paprikapoeder
1 tl. witte wijnazijn
2 dl. witte wijn
2 wortelen
½ knolselderij
1 peterseliewortel
de geraspte schil van ½ citroen
1 laurierblad
4 – 5 korrels piment
1 el. bloem
3 dl. zure room
1 el. mosterd
runderbouillon

Snipper de uien en bak ze rustigjes in wat olie tot ze een beetje glazig beginnen te worden en lichtjes gaan kleuren. Snij het vlees en de wortelgroenten ondertussen in niet te kleine blokjes. Zet het vuur nu hoog en doe het vlees in de pan. Bak het rondom krachtig aan, bestrooi het met de suiker, schep het eens goed om en haal de pan van het vuur. Bestrooi het nu met paprikapoeder, blus het af met de wijn en een eetlepel azijn. Zet het terug op het vuur, doe er de wortelgroenten bij en zoveel bouillon dat het voor ¾ onder staat. Breng het aan de kook, doe het laurierblad, de pimentkorrels en de citroenschilletjes erbij en laat het rustigjes sudderen tot het vlees zacht begint te worden. Als het te droog dreigt te worden mag er wat runderbouillon bij.

Na een uurtje pruttelen meng je de bloem met de room en de mosterd. Dat gaat door de goulash. Breng het weer aan de kook en laat het verder gaan tot het vlees zacht is. Let erop dat het niet te droog wordt, dan mag er nog wat bouillon bij.

Deze goulash wordt gewoonlijk geserveerd met knoedels.

 

Goulash uit Bratislava
download dit recept

Hongaarse recepten      Gerechten uit de keuken van Hongarije

 

Lencsegulyás
Linzengoulash

Noch kille en natte herfstwinden, noch bittere winterse kou zullen ons nog kunnen deren na een bordje van deze voedzame en smakelijke goulash van linzen, wortelgroenten en licht gepekeld en gerookt varkensvlees. Dat laatste ligt bij onze oosterburen voor een appel en een ei in het schap als “Kasseler”. Neem voor deze stoofpot vooral niet te mager vlees, anders wordt het al gauw een droge, draderige bedoening. Kasseler Nacken (nek) of Blatt (schouder), zoiets.
Deze goulash, die uiteraard ook bij mooi weer mag worden gegeten, wordt gewoonlijk opgediend met csipetke, kleine pasta’tjes die de laatste paar minuten worden meegekookt.

Linzengoulash

Voor deze Hongaarse goulash van linzen halen we in huis:
5-6 tenen knoflook
1/2 tl. scherp paprikapoeder
bloem
400 gr. linzen
zout
2 wortelen
1 pastinaak
¼ knolselderij
500 gr. gerookt varkensvlees
zure room

De tenen knoflook hak je fijn. Bak ze in een steelpannetje een paar minuten in een paar eetlepels olie. Haal het pannetje van het vuur en roer er het paprikapoeder en de bloem door. Goed mengen en opzij zetten. De linzen zet je in een grote pan koud water op het gas. Breng het aan de kook. Schep het schuim er af met de schuimspaan en meng er dan de koude roux door (het mengsel van olie, knoflook, paprikapoeder en bloem). Kruid het met een snuf zout en laat het koken tot de linzen half gaar zijn. Ga zo nu en dan met een houten lepel over de bodem zodat het spul niet aankoekt.

Terwijl de linzen koken maak je de wortelgroenten schoon en snij je ze in schijfjes. De knolselder en het varkensvlees snij je in blokjes. Dat mag nu allemaal in de goulash. Laat het rustigjes verder koken tot de groenten gaar zijn. Ondertussen maak je de csipetke. Die gaan erbij als de linzen zo ongeveer gaar zijn.

Laat het nog tien minuutjes rustig verder gaan. Serveer deze linzengoulash met een flinke lepel zure room.

 

Linzengoulash
download dit recept

Hongaarse recepten       Gerechten uit de keuken van Hongarije

 

Pandúrgulyás
Pandoeren goulash

De traditie wil dat deze Pandoerengoulash is ontstaan in Jászberény, een stadje op een kleine 100 km. ten oosten van Boedapest. Het verhaal lijkt verdacht veel op dat van de Székely goulash. Het komt erop neer dat een groepje late restaurantbezoekers de hond in de pot vond, daar geen genoegen mee nam en de uitbater van het etablissement aanspoorde om wat beter zijn best te doen. Na wat rommelen in de keuken kwam de man terug met een allegaartje van kliekjes kalfsvlees en aardappelen, tot een dikke soep gekookt met wat beenmerg dat was blijven liggen en opgeleukt met een restje erwten. Nog wat room erdoor, een stukje brood erbij en zo werd het toch nog gezellig. Of diezelfde avond ook de naam, pandoerengoulash, is bedacht, daarover geeft de anecdote geen uitsluitsel.

Pandoeren goulash

De pandoeren waren losse verbanden van soldaten uit Hongarije, Kroatië en Servië, in dienst van het Oostenrijkse leger, die de grens met het Ottomaanse Rijk moesten verdedigen. Het waren taaie jongens, gehard in lange jaren van ongenadige strijd tegen de Turken, die bekend stonden om de wrede, meedogenloze behandeling waarop ze zowel de vijand als de boerenbevolking tracteerden. Het woord pandoer wordt in Hongarije echter niet alleen gebruikt om er het genadeloze soldatenvolk mee aan te duiden. Het wordt ook gebezigd als spotnaam voor de leden van elk van de twee beroepsgroepen die deze scherpslijpers in zich verenigden: politieagenten en bandieten, en van die laatsten dan speciaal het soort dat de wegen onveilig maakt. Deze goulash wordt namelijk ook betyárgulyás genoemd. De betyárok waren wat de Engelsen highwaymen noemen: struikrovers die er hun specialiteit van hadden gemaakt om weerloze reizigers te overvallen en uit te schudden. Het woord is van Ottomaanse origine, waar het “vrijgezel” betekent.

Al deze wetenswaardigheden, hoe aardig in zichzelf ook, werpen natuurlijk nog geen licht op de vraag waarom deze stoofpot van kalfsvlees, champignons en wortelgroenten de naam bandietengoulash kreeg. Een mogelijke verklaring zou wellicht gezocht kunnen worden in een van de ingrediënten, nl. het beenmerg waarmee deze goulash wordt verrijkt.

Beenmerg werd vroeger vaak gebruikt, vooral in soepen en stoofpotten. Het spul lost er in op en geeft het gerecht een volle, vette, zoetige smaak die onze voorouders zeer konden waarderen. Mag allemaal niet meer van de dokter, want het is veel te vet en daar krijgen we allerlei vreselijke ziektes van. Als rechtgeaarde Pandoeren trekken wij ons er natuurlijk niets van aan. Goulash van kalfsvlees, met beenmerg. Normaal wordt beenmerg van kalf- of rundvlees gebruikt, maar in dit recept gaan we het doen met het beenmerg van een varken. Smullen!

Voor onze Pandoeren goulash halen we in huis:
1 kg. kalfsvlees van de schouder
1 grote ui
1 el. zoet paprikapoeder
1 tl. scherp paprikapoeder
1 laurierblad
150 gr. champignons
2 wortelen
1 pastinaak
150 gr. erwten (vers of diepvries)
room
dragon
dille
mosterd
dragonazijn
zout
500 gr. beenmerg van varken

De botjes met het merg erin zet je een paar dagen in licht gezouten water. Dat onttrekt het bloed en de oneffenheden aan het merg. Breng het water dan aan de kook en laat het een paar minuten koken. Nu is het merg zacht genoeg om het met je vingers uit de botten te drukken. Hak het fijn en zet het apart.

Snipper de ui en bak hem zachtjes in wat olie tot hij glazig wordt. Ondertussen snij je het kalfsvlees in blokjes. Zet het vuur hoog en bak het vlees snel rondom bruin. Haal de pan van het vuur, roer het paprikapoeder erdoor en blus het meteen af met water, voldoende om het vlees ruim te bedekken. Zet het vuur laag, doe het laurierblad erbij en laat het zachtjes koken tot het vlees zacht begint te worden.

Ondertussen maak je de paddenstoelen en wortelgroenten schoon en snij je ze in plakjes. Dat gaat bij de goulash. Laat het verder gaan tot het vlees mooi zacht is en de groenten zo goed als gaar zijn. Nu gaan de erwten erbij. Die hebben niet lang nodig. Breng de goulash op smaak met mosterd, dille en dragon. Doe ook het beenmerg in de goulash en laat het rustigjes verder koken tot de erwten gaar zijn. Het merg lost op en geeft de goulash een dikke, rijke saus. Doe er nu nog een schepje bovenop met een flinke klodder room. Breng het op smaak met de dragonazijn en zet de goulash op tafel.

 

Pandoeren goulash
download dit recept

Hongaarse recepten      Gerechten uit de keuken van Hongarije

 

Kolozsvári gulyás
Klausenburger goulash

Kolozsvár is de Hongaarse naam voor Cluj-Napoca, een stad in Transsylvanië, heden ten dage Roemenië. Heden ten dage, want Transsylvanië heeft eeuwenlang deel uitgemaakt van het koninkrijk Hongarije. Nadat de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie als lid van de Centrale Mogendheden, de oorlog van 1914-1918 had verloren, werd ze ontmanteld. Hongarije moest daarbij grote delen van haar grondgebied afstaan aan de buurlanden die op het juiste moment voor de winnende kant hadden gekozen, waaronder Roemenië, dat als beloning Transsylvanië en twee derde van de Banaat mocht annexeren.
Dat “Napoca” uit Cluj-Napoca is overigens een toevoeging van de Roemeense dictator Nicolae Ceaușescu, die graag wilde dat de geschiedenis van de stad terug ging op de Romeinse nederzetting Napoca die ooit op die plek had gestaan. Die nederzetting lag in de toenmalige Romeinse provincie Dacia, de bakermat van Roemenië, waarmee de dictator aangaf dat Transsylvanië naar de rechtmatige eigenaar was teruggekeerd. Dat hij daarbij, samen met de rechten van de Hongaarse bevolkingsgroep, vijftienhonderd jaar geschiedenis onder het tapijt veegde mocht de pret niet drukken. Waarheid is dat de Romeinse stad Napoca al eeuwenlang tot stof was weergekeerd toen Duitse immigranten in de 12de eeuw op die plek een nederzetting stichtten die ze Klausenburg noemden, Kolozsvár in het Hongaars. De plaats kreeg in 1270 haar stadsrechten van de Hongaarse koning Stefan V. Tot 1918 maakten de Hongaren de dienst uit in deze fraaie stad, waarvan veel nog aan de luxueuze jaren van de Dubbelmonarchie herinnert.

Klausenburger goulash

800 gr. runderschenkel zonder bot
3 uien
800 gr. aardappelen
800 gr. witte kool
1 tl. paprikapoeder
1 tl. gemalen karwij
1 tomaat
1 groene peper (of 2 el. lecsó)
3 tenen knoflook
zout
1 bosje peterselie
1½ l water

Snij het vlees in blokjes. Bak het in een paar el. reuzel of olie rondom krachtig aan. Haal het uit de pan en zet het even apart. Zet het vuur laag. In het achtergebleven vet bak je de gesnipperde uien heel rustig glazig. Als de ui gaat kleuren haal je de pan van het vuur. Strooi het paprikapoeder erover, roer het om en giet er meteen het water bij. Breng het aan de kook. Nu gaat het vlees terug in de pan. Kruid het met karwij en zout. Hak de tomaat aan stukken en doe ze erbij. Knijp of rasp de knoflook erboven uit. Zet het vuur laag en laat het vlees zachtjes gaan, een kleine twee uur. Ondertussen snij je de kool klein. Schil de aardappelen en snij ze in stukken. Die gaan nu in de pan, samen met de in reepjes gesneden paprika. Laat het heel zachtjes verder koken tot de kool en de aardappelen gaar zijn. Bestrooi de goulash voor het serveren met gehakte peterselie.

 

Klausenburger goulash
download dit recept

Hongaarse recepten      Gerechten uit de keuken van Hongarije

 

Aratógulyás
Oogst goulash

Deze “oogst-goulash” (“aratás” betekent “oogst”) dankt zijn naam zonder twijfel aan de groenten die erin zijn verwerkt: bonen, tomaten, paprika’s, aardappelen en pepers. De pepertjes die gewoonlijk in deze goulash gebruikt worden zijn de Hongaarse kerspepers, de cseresznye­paprika. Het zijn kleine, ronde pepertjes die eruit zien als kersen. De pepers hebben een intens zoete smaak en zijn wat betreft scherpte vergelijkbaar met Jalapeño pepers. Deze goulash mag een beetje gepeperd zijn. Dat gaat uitstekend samen met het gerookte varkensvlees dat in dit recept gebruikt wordt.

Aratógulyás
(Lajos Deák Ébner, terugkerende maaiers, 1881)

1 kg. gerookt, niet te mager varkensvlees (b.v. Kasseler Nacken)
250 gr. gedroogde kievitsbonen
1 ui
1 tl. scherp paprikapoeder
3 middelgrote aardappelen
2 groene paprika’s
2 tomaten
3 – 4 tenen knoflook
1 – 2 kerspepers
zout

De bonen week je een nacht in koud water. De volgende dag ververs je het water. Breng het aan de kook, laat het een paar minuten rustig doorkoken en giet ze dan af. Snipper de ui en bak hem in reuzel of olie tot hij glazig wordt. Haal de pan van het vuur en strooi er een tl. paprikapoeder overheen. Meteen afblussen met water. Het varkensvlees snij je in blokjes. Die gaan in de pan samen met de bonen, plus een snuf zout. Giet er zoveel vocht bij dat het allemaal ruim onder staat en laat het een uurtje zachtjes koken. Ondertussen maak je de groenten schoon. De aardappelen, de paprika en de tomaat snij je in blokjes. De knoflook hak je fijn. Verwijder het zaad uit de pepertjes en snij ze in stukjes of reepjes. Als de bonen half gaar zijn gaat de rest van de ingrediënten erbij, plus weer wat extra water zodat het allemaal goed nat blijft. Laat het koken tot de groenten gaar zijn. Eventueel binden met wat in water opgeloste bloem en afproeven op zout. Doe er ten slotte een gulle hand csipetke bij. Die laat je nog een paar minuten meekoken, tot ze gaar zijn.

 

Aratógulyás
download dit recept

Bulgaarse recepten      Gerechten uit de keuken van Bulgarije

 

Селска пилешка яхния – Sjelka pilesjka jahnija
Landelijk stoofpotje van kip

Een eenvoudig maar zeer smakelijk stoofpotje van kip met paprika, in een zoet en zijdezacht sausje van uien en tomaten, lekker pittig door een heet pepertje.

Stoofpotje van kip

1 kip (of kippenbouten: 1 p.p.)
4 uien
1 blik tomaten
1 el. zoet paprikapoeder
2 el. gehakte peterselie
zout
2 groene paprika’s
1 Spaans pepertje

Verdeel de kip in 8 stukken, of laat de poelier het doen, dat is wel zo makkelijk. Bak de stukken kip in een paar eetlepels olie rondom mooi bruin. Haal ze uit de pan en leg ze even apart. Snipper de uien en bak ze in het achtergebleven vet op een matig vuurtje heel rustig glazig. Bestrooi het dan met het paprikapoeder, blus het af met een kopje water en doe er het blik tomaten bij. Maak de tomaten met een houten lepel stuk tegen de rand van de pan. Zet het vuur wat hoger en wacht tot het kookt. Nu mogen de stukken kip terug in de pan. Kruid het met zout en peterselie. Van de paprika’s en het pepertje verwijder je de zaadlijsten. Snij de paprika’s in stukken en het pepertje in hele dunne reepjes. Die mogen er ook bij. Leg het deksel schuin op de pan en laat de kip in een goed half uur heel rustigjes gaar pruttelen.

Tegen het einde van de kooktijd kun je de saus evt. binden met wat in water opgeloste bloem. Lekker met b.v. rijst en een flinke dot room.

 

Stoofpotje van kip
download dit recept