Tagarchief: tomaat

Hongaarse recepten      Gerechten uit de keuken van Hongarije

 

Lecsó

Lecsó (uitspr.: “lètsjoo”) is een soort ratatouille van tomaten, paprika’s en uien en, ja: uiteraard natuurlijk ook weer paprikapoeder. Het smaakt prima als licht (lunch)gerecht met wat knapperig brood of rijst, maar het wordt ook gebruikt om soepen of stoofpotten mee op te peppen. Voor het maken van lecsó gebruik je altijd ongeveer twee maal zoveel paprika’s dan tomaten, en twee maal zoveel tomaten dan uien.

Lecsó

Voor dit recept voor lecsó hebben we nodig:
2 pond groene paprika’s
1 pond tomaten
1 grote ui
2 repen gerookt spek
1 tl. paprikapoeder
een beetje olie

Lecsó
Maak de paprika’s schoon en snij ze in stukken. Pel de tomaten (Je weet het, hè: met een mesje inkruisen en even onderdompelen in kokend water!) en hak ze in stukken. Snij de ui in halve ringen.


Snij het spek in dobbelsteentjes en bak het uit in een diepe (hapjes)pan. Doe er de uien bij en laat ze meedoen tot ze mooi gaan kleuren. Doe er dan van het vuur af het paprikapoeder bij, roer goed, en dan de paprika’s en de tomaten. Zet de pan terug op het vuur en breng de lecsó aan de kook. Als het meeste vocht is verdampt zet je het gas laag en laat het afgedekt verder sudderen tot de groenten zacht zijn en het vet zich van de tomaten scheidt.

Lecsó
Op deze lecsó zijn talloze variaties mogelijk: met stukjes worst, met rijst, met paddenstoelen of courgettes, enz. enz.


Als je je lecsó wat steviger wil kun je het aan het eind van de kooktijd binden met twee eieren. Zet het vuur onder de pan af. Breek de eieren in een kop, lepel er wat van het hete vocht door en meng het snel. Vervolgens giet je het dan al roerend door de lecsó. Blijf roeren tot het ei gaat stollen en de lecsó stevig(er) wordt.

 

lecsó
download dit recept

Servische recepten      Gerechten uit de keuken van Servië

 

Srpske ćufte
Servische gehaktballetjes

Gehaktballetjes in tomatensaus. Erg origineel is het natuurlijk niet, maar een leven zònder gehaktballetjes in tomatensaus zou een stuk minder aangenaam zijn. Maar altijd hetzelfde is ook maar altijd hetzelfde en verandering van spijs doet eten, zo leert het gezegde, en bedenk daarbij dan ook goed dat wetenschappelijk is vastgesteld dat we dood gaan als we het niet doen. Eten, bedoel ik.

En daarom stel ik voor:

Hedenavond Srpske ćufte!

Servische gehaktballetjes
gehaktballetjes op Servische wijze

Servische gehaktballetjes 500 gram gehakt (h.o.h., of alleen rund)
Servische gehaktballetjes 1 ui
Servische gehaktballetjes 1-2 teentjes knoflook
Servische gehaktballetjes bloem
Servische gehaktballetjes 1 tl. (of meer) gemalen Spaanse peper of Cayennepeper
Servische gehaktballetjes 1 ei
Servische gehaktballetjes zout en peper
Servische gehaktballetjes 1 tl. vegeta
Servische gehaktballetjes 1 glas rode wijn
Servische gehaktballetjes 1 tl. heet paprikapoeder
Servische gehaktballetjes 1 blik tomaten
Servische gehaktballetjes 1 el. ajvar

Rasp de knoflook en de uien (of maak ze fijn -maar niet helemaal tot pap- in de keukenmachine) en meng ze met het vlees, zout, peper, ei, Spaanse peper en vegeta. Rol er kleine balletjes van, rol ze door de bloem en bak ze aan alle kanten een beetje bruin in de olie.

Haal de balletjes uit de pan en giet het teveel aan vet er uit. Roer de aanbaksels los met de wijn. Doe er de tomaten en het paprikapoeder bij, maak de tomaten stuk met een houten lepel en breng het aan de kook. Doe de balletjes terug in de pan en laat het allemaal twee tot drie kwartier zachtjes sudderen, met het deksel schuin op de pan.

Misschien de saus nog wat kruiden met peper, zout of vegeta, misschien wat aanvullen met water of wat dikker maken met maïzena: dat kun je het beste zelf beoordelen. Vergeet in ieder geval niet om vlak voor je de pan van het vuur haalt er een eetlepel ajvar door te roeren.

Dien de Servische gehaktballetjes op met aardappelpuree.

 

Servische gehaktballetjes
download dit recept

Servische recepten      Gerechten uit de keuken van Servië

 

Bećar paprikaš
Stoofpot van paprika

Deze bećar paprikaš, ook bekend onder de naam “sataraš”, is een populair bijgerecht. Het is een stoofpotje van ui, tomaat en paprika, en lijkt verdacht veel op het Hongaarse lecsó, maar dan zonder het spek en het paprikapoeder. Wat voor lecsó geldt voor de verhouding tussen de uien, tomaten en paprika’s, dat geldt ook hier: neem altijd meer tomaten dan uien, en veel meer paprika’s dan tomaten.

Bećar paprikaš

2 – 3 kleine uien
3 – 4 grote tomaten

(Verse tomaten zijn mooi, maar ze moeten wel echt rijp zijn, anders voegen ze niets anders toe dan zuur. Geen rijpe tomaten? Neem dan tomaten uit blik.)

10 – 12 groene vlezige paprika’s
1 snufje suiker
1 tl. vegeta
1 el. griesmeel van maïs

Snipper de uien en bak ze zachtjes glazig in een paar lepels olie. Dan gaat er een snufje suiker bij. Laat heel eventjes karamelliseren en doe er dan de in stukken gehakte tomaten bij. Roer het om, kruid het met een tl. vegeta en laat het dan heel zachtjes sudderen. De bedoeling is dat de tomaten voor genoeg vocht zorgen zodat er geen water bij hoeft.
Maak de paprika’s schoon, verwijder de zaadlijsten en snij ze in de lengte in vieren en dan in brede repen. Die gaan in de stoofpot. Laat het geheel nu een klein halfuurtje zachtjes doorpruttelen met het deksel op de pan.

Aan het eind van de prutteltijd proef je de bećar paprikaš nog even af op zout en zoet. Dan strooi je de lepel griesmeel over de stoofpot. Roer het goed om en laat het nog twee of drie minuutjes zachtjes doorgaan. Dan mag het vuur uit. Leg het deksel op de pan en laat het zo even staan zodat het spul nog wat indikt.

Bećar paprikaš wordt gegeten als bijgerecht bij vlees, vooral gebraden kip(filet) of een schnitzel, samen met b.v. wat aardappelpuree. Als lichte vegetarische maaltijd met bijvoorbeeld wat knapperig, vers gebakken brood kan het echter heel goed op eigen benen staan.


download dit recept

Servische recepten      Gerechten uit de keuken van Servië

 

Srpski đuveč
Servische djuvec

We houden de in NL gebruikelijke schrijfwijze, “djuvec”, maar even aan, maar eigenlijk zouden we “djuvetsj” moeten schrijven, want dat is de uitspraak van de naam van deze beroemde “Srpski đuveč” of Servische ovenschotel. Die naam slaat overigens op het kookgerei waar dit en soortgelijke ovengerecht traditioneel in werden (en nog steeds worden) gebakken: een schaal of pot van aardewerk. Vergelijk b.v. het Bulgaarse gyuvetsj of het Roemeense ghiveci.
Een Servische djuvec is een stoofpot van varkensvlees, rijst, uien, paprika’s en tomaten, die wordt gekruid met paprikapoeder. Het is een eenvoudig recept wat nauwelijks kan mislukken. Belangrijk is eigenlijk alleen dat je zorgt dat de tomaten rijp -en dus zoet- zijn, anders voegen ze alleen zuur toe aan de stoofschotel. Als je geen rijpe tomaten kunt krijgen, neem dan liever tomaten uit blik.

Het recept voor djuvec gaat zo: alle groenten snij je in stukken en meng je met de ongekookte rijst. Het vlees gaat er bovenop. Je giet er vocht bij, olie en bouillon, samen twee keer het volume van de rijst. Wil je naar verhouding wat meer rijst gebruiken, verhoog dan alleen de hoeveelheid bouillon, niet de olie. Wil je b.v. dus 2 dl. rijst i.p.v. een, dan neem je 1 dl. olie en 3 dl. bouillon.
De stoofpot wordt afgedekt zodat er geen vocht kan ontsnappen. In een traditionele pot gebeurde dat met een deksel die werd afgesloten met een reep deeg, zoals b.v. in dit recept voor deze Vardarsko grne, een stoofpotje uit buurland Macedonië, maar vandaag de dag doen we dat gewoon met een stuk aluminiumfolie. De djuvec gaat vervolgens de oven in tot rijst, groenten en vlees gaar zijn en van elkaars smaken zijn doortrokken.
Extra lekker wordt deze stoofschotel als je de paprika’s eerst roostert. Dat is iets meer werk, maar je djuvec wint door de zoete, volle smaak van de geroosterde paprika’s.
Wil je dat je djuvec echt helemaal smaakt zoals in Servië, doe er dan een flinke theelepel vegeta door. Laat het zout dan wel achterwege, want bedenk dat er ook nog spek in gaat.
Deze Servische djuvec is een complete maaltijd op zich, met alles erop en eraan. Was je op zoek naar djuvec-rijst als bijgerecht, dus zonder het vlees, kijk dan eens naar dit recept.

Srpski đuveč - Servische djuvec

Voor deze Servische djuvec hebben we nodig:

500 gr. varkensvlees (b.v. hamlappen)
100 gr. gerookt spek
500 gr. uien
500 gr. tomaten
4 verse paprika’s, al dan niet geroosterd
1 dl. rijst
1 dl. olie
1 dl. bouillon
1 tl. scherp paprikapoeder
een bosje peterselie
zout en peper

Voor deze Servische djuvec snij je de uien in ringen, de tomaten in plakken en de paprika’s in blokjes. Meng ze met de rijst, het paprikapoeder en de gehakte peterselie. Kruid het met peper en zout, of evt. een flinke theelepel vegeta (zie hierboven). Niet overdrijven, want door het spek is het al aardig zout.

Verwarm de oven voor op 180ºC.

Vet een ovenschaal lichtjes in met wat van de olie. Leg het groentemengsel in de schaal. Snij het varkensvlees en het spek in dobbelsteentjes. Meng het en verspreid het over de groenten. Giet er bouillon over en de olie. Dek de schaal goed af met aluminiumfolie en bak de Servische djuvec in goed anderhalf uur gaar in de voorverwarmde oven.

Je kunt zowel met de groenten als het vlees variëren. Er kan b.v courgette in, wortel of aubergine, en i.p.v. varkensvlees zou je ook rund-, kalfs- of lamsvlees kunnen gebruiken. Zolang je verder aan de bereidingswijze niets veranderd, mag het allemaal Srpski đuveč, Servische djuvec, blijven heten.

 


download dit recept