Tagarchief: ui

Roemeense recepten      Gerechten uit de keuken van Roemenië

 

Tocană de ceapă
Stoofpotje van ui

Iets maken van helemaal niks is al niet makkelijk, maar iets maken van helemaal niks dat nog lekker smaakt ook, dat is een kunst.
Simpel, goedkoop en ook nog eens heel gezond, want uien zitten barstensvol vitamine C, calcium en ijzer.

Voor dit vegetarische stoofpotje hebben we bijna niets nodig:
6 grote uien
3 eetlepels olie
1 tl. paprikapoeder
1 teentje knoflook
2 el. water
zout

Pel de uien en snij ze in dunne ringen. Bak ze samen met de gehakte knoflookteen zachtjes in de olie tot ze glazig worden.

Doe er het paprikapoeder bij, zout naar smaak en twee eetlepels water. Breng het aan de kook en laat het laat het doorkoken tot het vocht verdampt is.

Je kunt het gerechtje wat meer smaak geven door er samen met het water een eetlepel wijnazijn bij te doen. Serveer het uienpotje met mămăligă, eventueel met een lepel zure room.

 


download dit recept

Hongaarse recepten      Gerechten uit de keuken van Hongarije

 

Lecsó

Lecsó (uitspr.: “lètsjoo”) is een soort ratatouille van tomaten, paprika’s en uien en, ja: uiteraard natuurlijk ook weer paprikapoeder. Het smaakt prima als licht (lunch)gerecht met wat knapperig brood of rijst, maar het wordt ook gebruikt om soepen of stoofpotten mee op te peppen. Voor het maken van lecsó gebruik je altijd ongeveer twee maal zoveel paprika’s dan tomaten, en twee maal zoveel tomaten dan uien.

Lecsó

Voor dit recept voor lecsó hebben we nodig:
2 pond groene paprika’s
1 pond tomaten
1 grote ui
2 repen gerookt spek
1 tl. paprikapoeder
een beetje olie

Lecsó
Maak de paprika’s schoon en snij ze in stukken. Pel de tomaten (Je weet het, hè: met een mesje inkruisen en even onderdompelen in kokend water!) en hak ze in stukken. Snij de ui in halve ringen.


Snij het spek in dobbelsteentjes en bak het uit in een diepe (hapjes)pan. Doe er de uien bij en laat ze meedoen tot ze mooi gaan kleuren. Doe er dan van het vuur af het paprikapoeder bij, roer goed, en dan de paprika’s en de tomaten. Zet de pan terug op het vuur en breng de lecsó aan de kook. Als het meeste vocht is verdampt zet je het gas laag en laat het afgedekt verder sudderen tot de groenten zacht zijn en het vet zich van de tomaten scheidt.

Lecsó
Op deze lecsó zijn talloze variaties mogelijk: met stukjes worst, met rijst, met paddenstoelen of courgettes, enz. enz.


Als je je lecsó wat steviger wil kun je het aan het eind van de kooktijd binden met twee eieren. Zet het vuur onder de pan af. Breek de eieren in een kop, lepel er wat van het hete vocht door en meng het snel. Vervolgens giet je het dan al roerend door de lecsó. Blijf roeren tot het ei gaat stollen en de lecsó stevig(er) wordt.

 

lecsó
download dit recept

Servische recepten      Gerechten uit de keuken van Servië

 

Srpski đuveč od somovine
Servische stoofpot van meerval

De meerval is een zoetwatervis die enorme afmetingen kan bereiken. Er zijn meervallen gevangen van tegen de drie meter lang, en foto’s getuigen ervan dat het hier niet om visserslatijn gaat. Het beest heeft een enorm grote bek met zes akelig uitziende baarddraden, een lange, slanke staart en een dikke buik. In die dikke buik komt, via die grote bek, zo ongeveer alles terecht wat hij in het water tegenkomt. Zeelt, voorn, brasem, paling, karper: geen vis is te groot of te snel. Ook waterhoentjes, eenden, kikkers en kleine zoogdieren die zich te dicht bij het water wagen zijn niet veilig voor de meerval. Ondanks zijn enorme afmetingen is de vis voor de mens ongevaarlijk. Andersom gaat die vlieger niet op. Zoals alle roofvissen smaakt het vlees van de meerval uitstekend. Bijvoorbeeld met paprika’s en uien, zoals in dit Servische stoofpotje. Dit recept is overigens ook lekker met vrijwel iedere andere soort vis. Ook zeevis, zoals poon, wijting of kabeljauw smaken prima.

De bedoeling van het recept is dat het vocht waarin de vis en de groenten stoven aan het einde van de bereidingstijd zo ongeveer verdampt is, en dat we een “droog” stoofpotje overhouden. Lekker met djuvetsjrijst.

meerval

Voor dit stoofpotje van vis hebben we nodig:
1 meerval (± 1 kg.; daar hou je een pondje filet van over)
2 groene paprika’s
500 gr. uien
1 dl. plantaardige olie
1 theelepel peper
een bosje peterselie
1 dl. lauw water
peper en zout

Maak de vis schoon en snij ze in stukken. Kruid het beest met peper en zout en zet het even opzij.

Snij de uien en de paprika’s in stukken en bak ze in de olie. Kruiden met peper en zout. Doe er het paprikapoeder bij en laat een minuutje meebakken. Vermeng het met de peterselie en de vis en doe het in een ovenschaal. Giet er het water en de olie overheen.

Bak de hele handel een half uur, dan moet het vocht zo ongeveer verdampt zijn. Kan iets langer of iets korter zijn.

Lekker met een glaasje witte wijn en djuvetsjrijst.

 


download dit recept

Servische recepten       Gerechten uit de keuken van Servië

 

Ljuti ćevapčići
Gepeperde ćevapčići

Het woordje “ljuta” betekent “heet” of “gepeperd”, maar je zou het ook als “boos” kunnen vertalen. Boze cevapcici dus. Het bijvoeglijk naamwoord zal ongetwijfeld te maken hebben met de wel erg forse lepel scherp paprikapoeder die het recept voorschrijft. De knoflook, die zal ook helpen om het allemaal extra boos te maken. Hoe het ook zij, deze gehaktworstjes van rund- en schapenvlees zijn onweerstaanbaar lekker.
Deze ljuti cevapcici eet je met een paar gegrilde of rauwe hete pepers, en anders wat hete ajvar. Lekker tussen een somun (pitabrood) of met frietjes en flink wat in dunne ringen gesneden rauwe uien. En als het allemaal wat erg “boos” naar je smaak wordt, dan neem je er een flinke lepel frisse yoghurt bij. Om af te koelen.

Ljuti ćevapčići

Voor deze boze cevapcici hebben we nodig:
700 gr. rundvlees
300 gr. schapenvlees
4 tenen knoflook
2 uien
1 el. heet paprikapoeder
1 dl. olie
zout en peper

Was het vlees en dep het goed droog. Snij het in stukken en haal het twee keer door de vleeswolf.

Snipper de ui en bak hem in een beetje olie heel rustig glazig. Laat het helemaal afkoelen en meng het dan door het gehakte vlees. Rasp er de tenen knoflook boven, strooi er het hete paprikapoeder overheen en kruid het met zout en peper. Kneed het vlees goed door, zeker twintig minuten. Vorm er een bal van en zet het een halve dag in de koelkast. Een hele nacht is nog beter.

Vorm van het gehaktmengsel met vochtige handen worstjes zo lang als je handpalm en zo dik als een vinger.

Rooster de cevapcici op een hete met olie ingesmeerde gril en bestrijk ze tijdens het grillen regelmatig met olie.

Serveer de boze cevapcici met gegrilde of rauwe hete pepers.

Nog meer recepten voor cevapcici?
Servische cevapcici
Leskovački cevapcici
cevapcici uit Banja Luka
cevapcici uit Sarajevo
cevapcici uit Užice
Bosnische cevapcici
Roemeense mititei
Bulgaarse kebapcheta

 

Ljuti ćevapčići
download dit recept

Servische recepten      Gerechten uit de keuken van Servië

 

Zapečena boranija
Gebakken sperziebonen

Dit vegetarische gerechtje van sperzieboontjes en eieren kan uitstekend dienen als lichte lunch, of als bijgerecht bij een wat overvloediger maaltijd.
De boontjes worden eerst gekookt, dan gaan ze samen met wat gebakken uien, kruiden, kaas en eieren de oven in.

Boranija - sperziebonen

Voor onze zapečena boranija hebben we nodig:

1 flinke ui
1 wortel
1 pond sperziebonen
vegeta
4 eieren
1 dl. melk
harde (Goudse) kaas

Kook de boontjes in gezouten water tot ze gaar, maar nog stevig zijn en giet ze af.

Snipper de ui en snij de wortel in schijfjes. Bak ze samen in wat olie tot de ui glazig wordt. Doe er de boontjes bij en een tl. vegeta. Schep het een keer om en laat de boontjes goed doorwarmen.

Klop de eieren los met de melk en een theelepel vegeta. Doe de helft van de boontjes in een lichtjes ingevette ovenschaal. Daarover rasp je wat kaas. Verdeel daar de andere helft van de boontjes over en giet er de eieren overheen. Rasp er nog wat kaas over, schuif het in een hete oven en bak het tot de eieren gestold zijn en het allemaal een beetje aantrekkelijk gaat kleuren.

 


download dit recept

Servische recepten      Gerechten uit de keuken van Servië

 

Bećar paprikaš
Stoofpot van paprika

Deze bećar paprikaš, ook bekend onder de naam “sataraš”, is een populair bijgerecht. Het is een stoofpotje van ui, tomaat en paprika, en lijkt verdacht veel op het Hongaarse lecsó, maar dan zonder het spek en het paprikapoeder. Wat voor lecsó geldt voor de verhouding tussen de uien, tomaten en paprika’s, dat geldt ook hier: neem altijd meer tomaten dan uien, en veel meer paprika’s dan tomaten.

Bećar paprikaš

2 – 3 kleine uien
3 – 4 grote tomaten

(Verse tomaten zijn mooi, maar ze moeten wel echt rijp zijn, anders voegen ze niets anders toe dan zuur. Geen rijpe tomaten? Neem dan tomaten uit blik.)

10 – 12 groene vlezige paprika’s
1 snufje suiker
1 tl. vegeta
1 el. griesmeel van maïs

Snipper de uien en bak ze zachtjes glazig in een paar lepels olie. Dan gaat er een snufje suiker bij. Laat heel eventjes karamelliseren en doe er dan de in stukken gehakte tomaten bij. Roer het om, kruid het met een tl. vegeta en laat het dan heel zachtjes sudderen. De bedoeling is dat de tomaten voor genoeg vocht zorgen zodat er geen water bij hoeft.
Maak de paprika’s schoon, verwijder de zaadlijsten en snij ze in de lengte in vieren en dan in brede repen. Die gaan in de stoofpot. Laat het geheel nu een klein halfuurtje zachtjes doorpruttelen met het deksel op de pan.

Aan het eind van de prutteltijd proef je de bećar paprikaš nog even af op zout en zoet. Dan strooi je de lepel griesmeel over de stoofpot. Roer het goed om en laat het nog twee of drie minuutjes zachtjes doorgaan. Dan mag het vuur uit. Leg het deksel op de pan en laat het zo even staan zodat het spul nog wat indikt.

Bećar paprikaš wordt gegeten als bijgerecht bij vlees, vooral gebraden kip(filet) of een schnitzel, samen met b.v. wat aardappelpuree. Als lichte vegetarische maaltijd met bijvoorbeeld wat knapperig, vers gebakken brood kan het echter heel goed op eigen benen staan.


download dit recept

Servische recepten      Gerechten uit de keuken van Servië

 

Srpski đuveč
Servische djuvec

We houden de in NL gebruikelijke schrijfwijze, “djuvec”, maar even aan, maar eigenlijk zouden we “djuvetsj” moeten schrijven, want dat is de uitspraak van de naam van deze beroemde “Srpski đuveč” of Servische ovenschotel. Die naam slaat overigens op het kookgerei waar dit en soortgelijke ovengerecht traditioneel in werden (en nog steeds worden) gebakken: een schaal of pot van aardewerk. Vergelijk b.v. het Bulgaarse gyuvetsj of het Roemeense ghiveci.
Een Servische djuvec is een stoofpot van varkensvlees, rijst, uien, paprika’s en tomaten, die wordt gekruid met paprikapoeder. Het is een eenvoudig recept wat nauwelijks kan mislukken. Belangrijk is eigenlijk alleen dat je zorgt dat de tomaten rijp -en dus zoet- zijn, anders voegen ze alleen zuur toe aan de stoofschotel. Als je geen rijpe tomaten kunt krijgen, neem dan liever tomaten uit blik.

Het recept voor djuvec gaat zo: alle groenten snij je in stukken en meng je met de ongekookte rijst. Het vlees gaat er bovenop. Je giet er vocht bij, olie en bouillon, samen twee keer het volume van de rijst. Wil je naar verhouding wat meer rijst gebruiken, verhoog dan alleen de hoeveelheid bouillon, niet de olie. Wil je b.v. dus 2 dl. rijst i.p.v. een, dan neem je 1 dl. olie en 3 dl. bouillon.
De stoofpot wordt afgedekt zodat er geen vocht kan ontsnappen. In een traditionele pot gebeurde dat met een deksel die werd afgesloten met een reep deeg, zoals b.v. in dit recept voor deze Vardarsko grne, een stoofpotje uit buurland Macedonië, maar vandaag de dag doen we dat gewoon met een stuk aluminiumfolie. De djuvec gaat vervolgens de oven in tot rijst, groenten en vlees gaar zijn en van elkaars smaken zijn doortrokken.
Extra lekker wordt deze stoofschotel als je de paprika’s eerst roostert. Dat is iets meer werk, maar je djuvec wint door de zoete, volle smaak van de geroosterde paprika’s.
Wil je dat je djuvec echt helemaal smaakt zoals in Servië, doe er dan een flinke theelepel vegeta door. Laat het zout dan wel achterwege, want bedenk dat er ook nog spek in gaat.
Deze Servische djuvec is een complete maaltijd op zich, met alles erop en eraan. Was je op zoek naar djuvec-rijst als bijgerecht, dus zonder het vlees, kijk dan eens naar dit recept.

Srpski đuveč - Servische djuvec

Voor deze Servische djuvec hebben we nodig:

500 gr. varkensvlees (b.v. hamlappen)
100 gr. gerookt spek
500 gr. uien
500 gr. tomaten
4 verse paprika’s, al dan niet geroosterd
1 dl. rijst
1 dl. olie
1 dl. bouillon
1 tl. scherp paprikapoeder
een bosje peterselie
zout en peper

Voor deze Servische djuvec snij je de uien in ringen, de tomaten in plakken en de paprika’s in blokjes. Meng ze met de rijst, het paprikapoeder en de gehakte peterselie. Kruid het met peper en zout, of evt. een flinke theelepel vegeta (zie hierboven). Niet overdrijven, want door het spek is het al aardig zout.

Verwarm de oven voor op 180ºC.

Vet een ovenschaal lichtjes in met wat van de olie. Leg het groentemengsel in de schaal. Snij het varkensvlees en het spek in dobbelsteentjes. Meng het en verspreid het over de groenten. Giet er bouillon over en de olie. Dek de schaal goed af met aluminiumfolie en bak de Servische djuvec in goed anderhalf uur gaar in de voorverwarmde oven.

Je kunt zowel met de groenten als het vlees variëren. Er kan b.v courgette in, wortel of aubergine, en i.p.v. varkensvlees zou je ook rund-, kalfs- of lamsvlees kunnen gebruiken. Zolang je verder aan de bereidingswijze niets veranderd, mag het allemaal Srpski đuveč, Servische djuvec, blijven heten.

 


download dit recept